Onvervulde kinderwens


Zo verwacht maar niet gekomen. Omgaan met ongewilde kinderloosheid 

 

‘Dat kan niet … dat kan ons niet overkomen.’
Als een koppel te horen krijgt dat ze weinig of geen kans hebben om kinderen te krijgen, is een eerste reactie vaak ongeloof. De liefde is groot, de toekomstdromen schitterend, het huis heeft meer dan één slaapkamer. Hoe kan dit dan gebeuren?
Toch kampt naar schatting 20 % van de koppels met vruchtbaarheidsproblemen. Bij ongeveer de helft van hen zal er nooit een kindje geboren worden. Men ontdekt een medische oorzaak bij de vrouw, bij de man of bij beide partners. Bij 25 % van de subfertiele koppels vindt men helemaal geen oorzaak. Maar toch gaat elke maand voorbij … vruchteloos.
 

 
De pijn van een onvervulde kinderwens

Als twee mensen vernemen dat ze weinig of geen kansen hebben om samen een baby te krijgen, is de verlieservaring bijzonder groot. Dit verlies uit zich op veel vlakken.

Het lijkt alsof beide partners een stuk van zichzelf verloren hebben. Ze worstelen vaak met een identiteitscrisis. ‘Als ik geen vader of moeder kan worden, wie ben ik dan nog?’ is de vraag waarop heel wat mensen een antwoord moeten vinden. Het kan voor mannen en vrouwen een vraag worden die hun hele leven beheerst.
Het koppel verliest een deel van zijn toekomst samen, zoals het die zich gedroomd had. De kinderkamer zal leeg blijven, het huis werd dan toch te groot gebouwd. Dit gezamenlijk project, waar beide partners met lichaam en ziel zouden aan verbonden zijn, komt er niet. Een mens met hun beider genen, die zal leven en leven doorgeven, blijft een droom.
Ook op sociaal vlak moeten ze heel wat prijsgeven. De kinderloosheid dreigt sommigen in een sociaal isolement te drijven. Niet alleen rust er nog steeds een maatschappelijk taboe op kinderloosheid, de gesprekken gaan ook ontstellend vaak over kinderen! De opvoeding van kinderen, de feesten met kinderen, op reis met de kinderen, welke fruitpap de kleintjes lusten en welke Playstation-spelletjes de groteren spelen, welke studies ze kiezen en nog later: de kleinkinderen.
De reacties van de omgeving zijn ook niet altijd even attent. Mannen merken dat er lacherig wordt gedaan over hun potentie. ‘Zal ik eens langskomen?’ is een veelgehoord grapje, dat blijft kwetsen. Op familiefeestjes informeren tante Berta en nonkel Gust of er ‘nog niets op komst is’, met een vette knipoog erbij. En als de subfertiele koppels al eens open kaart spelen, krijgen ze te horen dat het is ‘omdat jullie er zoveel mee bezig zijn. Niet aan denken: dan komt het vanzelf.’ Je zou voor minder in je schulp kruipen.
Zelfs de eigen relatie komt soms onder druk te staan. Het seksuele leven raakt gekleurd door de kinderwens. De vruchtbare momenten worden bijgehouden, seksualiteit verliest niet zelden haar spontane karakter. Ook emotioneel kan er verwijdering optreden. Misschien verwerken beide partners de kinderloosheid op een andere manier, en raken ze hun verbondenheid in de loop van dat rouwproces kwijt. Of misschien vinden ze geen nieuw gezamenlijk project, dat een vrucht kan zijn van hun liefde. Het is een feit dat het aantal echtscheidingen hoger ligt bij kinderloze koppels dan bij koppels met kinderen (1).
Ook het godsbeeld kan aan diggelen liggen. Is dit de God die ons huwelijk gezegend heeft? Is dit de God van leven en vruchtbaarheid? Waarom zegt Hij dan ‘nee’ tegen onze diepste wens? Waarom worden wij uitgesloten van iets wat door en door menselijk is?

Wie getroffen wordt door ongewilde kinderloosheid maakt een zwaar rouwproces door. Ook als het koppel beslist om een kindje te adopteren, moet men afscheid nemen van de droom van zwangerschap, en van het verlangen naar een kindje met ‘eigen’ genen, de unieke vrucht van de eigen liefdesrelatie.


IVF: de oplossing?

Heel wat subfertiele koppels zoeken een uitweg via de medische weg. Soms worden ze hierin ook onder druk gezet door hun omgeving. De indruk bestaat immers dat de moderne reproductietechnologie voor elk probleem wel een antwoord heeft.
Maar is dit wel zo?
Slechts een minderheid van de mensen die de zware behandeling in vruchtbaarheidsklinieken ondergaan, wordt hiervoor beloond met de geboorte van een kindje.
Bovendien creëert deze fertiliteitsbehandeling vaak nieuw lijden: emotioneel, maar ook, voor heel wat vrouwen, lichamelijk. Er is een ingrijpende hormonale behandeling, gevolgd door bloedafnames en soms een korte hospitalisatie. De tederheid van de lichamelijke intimiteit wordt vervangen door een reeks functionele of medische handelingen. Er is het angstige wachten of de bevruchting zal slagen, en er voldoende bevruchte eicellen zijn voor een redelijke kans op zwangerschap. De emotionele belasting weegt zwaar door bij heel wat koppels. Dit heeft soms gevolgen voor hun dagelijks functioneren, en daar heeft hun (werk)omgeving niet altijd begrip voor.

Zelfs bij een volledig geslaagde IVF-behandeling, waarbij het koppel zich negen maanden later mag verheugen op een baby, kan er een schaduw over dit geluk liggen. Sommige koppels zien op tegen het moment dat ze hun kind moeten vertellen dat het niet ontstaan is uit de lichamelijke liefdesgemeenschap van de ouders, maar dankzij een medische handeling in een labo. Ook voelen een aantal ouders zich onbehaaglijk bij de gedachte aan hun ‘overtollige’ embryo’s, die ergens in een ziekenhuis in het vriesvak liggen, of ‘vernietigd’ werden. Over de ethische vraag of deze embryo’s mogen opgeofferd worden aan het verlangen naar een baby is het laatste woord nog niet gezegd.

Het is begrijpelijk dat vele paren, die hartstochtelijk naar een kindje verlangen, ondanks de schaduwkanten kiezen voor een medische behandeling.
Een aantal onder hen besluiten na één of twee mislukte pogingen (2) om deze weg niet verder te gaan, omwille van de hoge fysieke en psychische belasting. Er is echter ook een groep koppels die, ook na een paar mislukte IVF-pogingen, deze medische weg niet kan loslaten. Heike Goebel, een Duitse rouwconsulente, spreekt zelfs over ‘een verslaving (3). De wetenschappelijke benadering in ziekenhuizen geeft koppels het gevoel met een oplosbaar probleem bezig te zijn, in plaats van een persoonlijk drama te moeten aanvaarden. De onvervulde kinderwens wordt een behandelbaar ziektebeeld in plaats van een lijden dat moet gekauwd en verwerkt worden. Bovendien geeft elke nieuwe behandeling het koppel opnieuw een injectie ‘hoop’, die nodig is om de teleurstelling van de vorige keer weg te spoelen.
Wie vastzit in deze vicieuze cirkel, kan niet eens beginnen met een echt rouwproces – en er dus ook niet de vruchten van plukken.

Natuurlijk is het prachtig dat de moderne medische wetenschap een groep koppels kan helpen bij hun kinderwens, maar deze weg heeft ook een schaduwkant, en biedt zeker niet voor alle koppels een uitweg. Het loont zeker de moeite om ook eens vanuit een ander perspectief naar de kinderwens te kijken.


Een maakbare wereld en kwetsbare lichamen

Heike Goebel herkent in de problemen om kinderloosheid te aanvaarden een groter probleem, typisch voor onze westerse beschaving: een hardnekkig vasthouden aan de illusie dat we in een maakbare wereld leven.
 

De enorme vooruitgang van technologie en wetenschap hebben mensen de idee gegeven dat het hele leven ‘gepland’ en ‘georganiseerd’ kan worden. Steeds opnieuw botsen mensen echter tegen de grenzen van de maakbare wereld. De belangrijkste dingen in een leven blijken nog steeds gegeven te zijn: een fijne liefdesrelatie, een kind, gezondheid. En soms zijn ze niet gegeven. We zijn immers kwetsbare mensen, in kwetsbare lichamen. 


Mensen willen bepalen of en wanneer ze trouwen. Ze kiezen al dan niet voor kinderen en beslissen hoeveel kinderen er komen. Sommigen klagen erover als een kind niet in de maand zal geboren worden die hen het best uitkwam. Heel wat mensen vertrouwen erop dat ze, als ze investeren in gezonde voeding en een sportieve levenswijze, niet zullen getroffen worden door ziekte. Ze rekenen erop dat de huidige levensverwachting, zoals statistieken die aangeven, ook voor hen zal gelden.
Dat is allemaal heel begrijpelijk. Als we warm en koud water krijgen door een eenvoudige draai aan een knop – waarom zouden we geen gezondheid kunnen verkrijgen? Als we een slanke lijn kunnen verkrijgen door het slikken van de juiste pillen, waarom zouden we geen zwangerschap kunnen realiseren? Als we ons kunnen ‘verzekeren’ tegen allerlei onheil door een handvol geld te betalen – waarom zouden we geen kindje kunnen ‘kopen’?
Steeds opnieuw botsen mensen echter tegen de grenzen van de maakbare wereld. De belangrijkste dingen in een leven blijken nog steeds gegeven te zijn: een fijne liefdesrelatie, een kind, gezondheid. En soms zijn ze niet gegeven. We zijn immers kwetsbare mensen, in kwetsbare lichamen. 

In oude Bijbelverhalen vinden we sleutels naar een andere houding.
Allereerst maakt de Bijbel ruimte voor kwetsbare en gebroken lichamen. Van Adam, die moet zwoegen en zweten voor zijn brood (Gen 3) tot de Gekruisigde die gebroken Brood werd: het lijden is een realiteit die aanvaard wordt. Tegenover dit lijden wordt niet de illusie van een maakbare wereld of een perfect lichaam gesteld, maar wel de bevestiging dat mensen in hun lichamelijke kwetsbaarheid door God aanvaard en geliefd worden (4). Meer nog, dat God in Jezus van Nazareth met hen mee lijdt.
Kinderloosheid als een vorm van lijden is blijkbaar iets van alle tijden. Het duikt dan ook op in vele Bijbelse verhalen. Hier is echter geen spoor van kinderloosheid als een ‘vloek’ of ‘straf’. Het overkomt prachtige koppels, mensen die een voorbeeldig leven leiden: Abraham en Sara, Hanna en Elkana, Zacharias en Elisabeth. Zij zijn stuk voor stuk ‘parels’ in Gods ogen, en hebben op geen enkele manier ‘schuld’ aan hun kinderloosheid. Het gebeurt gewoon.

Van de ongewenst kinderloze vrouwen in de Bijbel is Sara wellicht de meest ondernemende. Zij vraagt haar man om ook met haar slavin Hagar gemeenschap te hebben. ‘Misschien word ik tot-huis-gebouwd uit haar!’ (Gen 16,2) Ismaël wordt geboren, en voorgesteld als zoon van Abraham en Sara, die ooit het leiderschap van Abraham zal overnemen.
Heike Goebel ziet in Sara’s idee een voorloper van het draagmoederschap of donorschap. Waar de natuur faalt, moeten de grenzen van een intieme relatie overschreden worden om toch een kind te krijgen. Hierbij wordt niet altijd rekening gehouden met een aantal psychologische en lichamelijke realiteiten: de band tussen moeder en kind die ontstaat door een zwangerschap, het verlangen van een paar naar een kind uit hun unieke liefdesrelatie, de jaloezie als er een derde in het spel is, al is die derde gevraagd, en in bepaalde gevallen de keuze van de ouders om te leven met een geheim. In de hunkering naar een baby wordt er ook niet altijd stilgestaan bij de emotionele gevolgen voor het kind zelf, eens het te weten komt dat het bijvoorbeeld een andere biologische vader heeft, maar die nooit zal kennen.
Ook Sara en Abraham ondervinden dat hun oplossing in de praktijk heel wat nieuw lijden met zich meebrengt. Sara voelt zich toch niet de échte moeder van Ismaël, en is de jongen liever kwijt dan rijk eens ze, vele jaren later, een eigen zoon, Isaäk, krijgt. Abraham zit gewrongen in de strijd tussen Sara en de biologische moeder van Ismaël. Hagar en Ismaël hebben het moeilijk met de geboorte van Isaäk en moeten vertrekken als de ruzie een hoogtepunt nadert.

In dit Bijbelverhaal zit nergens een moraliserende veroordeling. Er wordt alleen vastgesteld dat de oplossing voor Abrahams en Sara’s ongewenste kinderloosheid nieuw lijden met zich meebrengt. Maar één ding is heel duidelijk: God houdt van Hagar en Ismaël en zorgt voor hen, net als voor Abraham, Sara en Isaäk.

Het verhaal van Abraham en Sara vertelt ons dat we onze toekomst niet zelf kunnen maken. Dat we niet altijd kunnen hebben wat we willen, op het moment dat en de manier die wij willen.
Tot dezelfde vaststelling komen trouwens ook koppels met kinderen. Abraham en Sara blijven niet kinderloos. Lang nadat ze de moed hebben opgegeven, krijgen ze toch nog een kind. En jaren later krijgt Abraham, tot zijn verbijstering, de opdracht om dit kind te offeren, zoals gebruikelijk was in de naburige landen. Maar Abraham gehoorzaamt, in het volle besef dat die veelgewenste zoon, die hij eindelijk kreeg toch niet van hem is. Hij is bereid hem los te laten. Als hij dat kan, blijkt het offer niet nodig te zijn.
Het is een les die alle ouders uiteindelijk moeten leren. Ook wie kinderen krijgt, ‘bezit’ ze niet. Er zijn de tragische verhalen van ouders die een kind verliezen aan de dood, soms verliezen ze hun kind aan het leven. Sommige kinderen gaan immers wegen op die ouders niet gewenst hadden, kiezen een partner met wie het niet klikt, of gaan gewoonweg zo op in het ‘maken’ van hun leven dat ze nauwelijks nog tijd hebben voor hun ouder wordende ouders. En ook in de allerbeste ouder-kindrelaties merken ouders naarmate hun kinderen opgroeien dat die jonge mens wel door hen kwam, maar beslist niet ‘van’ hen is.
 

Deze aanvaardende, deemoedige houding van koppels met en zonder kinderen staat haaks op de eigentijdse uitdaging ‘het’ te maken en ‘alles’ te veroveren: carriére, gezin, gezondheid, een lang leven. Maar pas als de mens beseft dat hij lege handen heeft, en de nederigheid en het vertrouwen heeft om die uit te steken, kan God ze vullen met Zijn geschenken. Pas als artsen en begeleiders de kwetsbare lichamen van hun patiënten erkennen en respecteren, kunnen ze verrast worden door de veerkracht van deze lichamen (5). Pas als een koppel zijn droom van ‘nieuw leven’ opgeeft, kan er, op een heel andere manier dan verhoopt, nieuw leven ontstaan.


En toch ... vruchtbaarheid
 

Deze weg naar een andere vruchtbaarheid begint met de aanvaarding van de huidige kinderloosheid. Een deel van de subfertiele koppels krijgen uiteindelijk toch nog een kind, maar de hoop hierop mag niet het enige fundament zijn waarop hun toekomst gebouwd is. De toekomst kennen we niet, pas als we het ‘nu’ volledig aanvaarden, kunnen we verder gaan.


Het is dan ook belangrijk dat koppels afspreken wanneer ze stoppen met eventuele medische behandelingen, en dat dan ook doen. Er is een welbepaalde dag geweest waarop een koppel het nieuws kreeg dat ze via natuurlijk weg (waarschijnlijk) geen kinderen zouden krijgen. Het draagt bij tot een positieve verwerking als er ook een welbepaalde dag is waarop dit aanvaard wordt.
Die datum kan willekeurig gekozen worden, maar kan ook samenvallen met een huwelijksverjaardag, het begin van een vakantieperiode, enzovoort.
Paul en Frieda Dewickere-Franck (6), die na twee buitenbaarmoederlijke zwangerschappen moesten leren leven met kinderloosheid onderstrepen het belang van symbolen en rituelen op een dergelijke dag. Voor hen was het symbolisch om op dat moment de reeds gekochte baby-uitzet te geven aan mensen die bijna-lotgenoten waren, maar uiteindelijk toch een kindje kregen. In een klein ritueel kunnen koppels hun liefde voor elkaar herbevestigen: er breekt immers een nieuwe periode in hun leven samen aan, een periode waarin ze op een andere manier vruchtbaar zullen zijn.
Het is fijn als er in deze dag ook een feestelijke tint zit: een etentje samen of een geschenkje. Dat de liefde tussen twee mensen een dergelijke slag kan overleven, dat de toekomst altijd opnieuw zin kan hebben, is immers iets om te vieren.

Deze aanvaarding is een eerste stap in een natuurlijk rouwproces. Natuurlijk zullen er nog heel wat momenten van verdriet of woede komen om wat men moet missen. Angst voor de toekomst kan opduiken: een toekomst van langzaam ouder worden in een stil huis. Soms zal men bij de partner terecht kunnen met deze gevoelens, soms ook niet. Heike Goebel onderstreept het belang van creativiteit bij het doormaken van deze rouw. Zo kan een dagboek schrijven, tekenen en schilderen of muziek beluisteren een gezonde uitlaatklep zijn voor pijnlijke gevoelens.

Ten slotte moet er een nieuw, gezamenlijk project gevonden worden waarin het echtpaar samen vruchtbaar kan zijn. Het volstaat niet dat elke partner zich stort op zijn of haar werk en daar troost en voldoening in vindt. Wil de relatie groeien en bloeien, dan moet het koppel op zoek gaan naar iets om aan te bouwen met twee. Sommige koppels vinden dit in het helpen van lotgenoten. Zo richtten Paul en Frieda Dewickere-Franck ‘Sara’ op, een vereniging waar mensen met een onvervulde kinderwens een luisterend oor en wat begeleiding kunnen vinden. Andere koppels zetten zich in voor kinderen in de derde en vierde wereld. Nog andere kiezen een project dat helemaal buiten de sfeer van ongewenste kinderloosheid of hulpverlening ligt: kunst, reizen, cultuur. De vruchtbaarste projecten zijn die waar twee partners zich met al hun talenten en creativiteit kunnen geven aan anderen.
 

Kinderen krijgen en opvoeden is een grote uitdaging voor een koppel. Geen kinderen krijgen en opvoeden is misschien nog een grotere uitdaging. Want elk koppel is geroepen om samen vrucht te dragen.


Een dragende gemeenschap

Maar ook de omgeving draagt haar verantwoordelijkheid. Heike Goebel richt een oproep aan deze omgeving om te veranderen. Vruchtbaarheidsklinieken zouden meer moeten investeren in de psychologische begeleiding van koppels, in plaats van zich zuiver met het klinische aspect bezig te houden. Ze moeten er attent op zijn wanneer koppels ‘verslaafd’ raken aan deze technieken, en hen een ander perspectief bieden.
Mensen moeten oog hebben voor die 10 % collega’s, kennissen, vrienden en familieleden die geen kinderen hebben en attent zijn voor hen. Ze kunnen er bijvoorbeeld op letten dat er niet de hele tijd over kinderen gepraat wordt. (Dit zal trouwens de gesprekken voor iedereen alleen maar verrijken). Ook moeten ze beseffen hoeveel pijnlijke momenten er zijn voor iemand die ongewenst kinderloos is: sinterklaasfeest, Kerstmis, Nieuwjaar, Pasen, moederdag, vaderdag. Het kan geen kwaad om dan eens zacht en vriendelijk te polsen hoe het gaat, en begripvol te luisteren als mensen hun hart willen luchten. Ze hoeven geen raad te geven. Alleen al oog en oor hebben voor dit lijden kan een wereld van verschil maken.
Ook getuigt het van weinig emotionele intelligentie om ervan uit te gaan dat kinderloze koppels maar wat graag baby-oppas spelen, want ‘ze kunnen er toch zelf geen krijgen’. Voor kinderloze koppels hun hart terug kunnen openstellen voor andermans kinderen, hebben ze vaak een lange, pijnlijke weg achter de rug! Het is dus helemaal niet vanzelfsprekend dat tante Sofie en nonkel Pieter op alle mogelijke momenten de kroost van broers en zussen opvangen.
En net zo min is het vanzelfsprekend dat het kinderloze paar voor allerlei extra taken op het werk of in de familie opdraaien, want ‘zij hebben toch tijd’.
Door gevoeliger om te gaan met kinderloze koppels kan al heel wat pijn vermeden worden. En soms geheeld worden.

De kerkgemeenschap kan hierbij een bijzondere rol spelen. Ze kan mee op zoek gaan naar rituelen aan het begin van deze weg die een koppel niet zelf gekozen heeft, maar toch wil gaan. Ze kan een viering opdragen aan mensen met een verlieservaring. Hierdoor ervaren kinderloze mensen de gemeenschap met andere lijdenden: mensen die hun partner moeten missen, of een kind, een gezond lichaam, …
 

We hebben een Kerk nodig die ‘Zalig de treurenden’ durft zeggen, en er alles aan doet om hen te troosten. Dat kan met heel kleine dingen.


Als de parochiepriester eraan denkt om alle vrouwen proficiat te wensen op moederdag, en alle mannen op vaderdag, ‘omdat elke vrouw een moederlijke opdracht heeft naar anderen toe’, ‘en elke man een vaderlijke taak’, kan dit heel wat mensen gelukkig maken – en anderen tot nadenken stemmen. Als in bijbelstudies over de advent verwezen wordt naar het ‘in verwachting zijn’ van elke gelovige, helpt men mensen op weg. Als in voorbedes (bijvoorbeeld in een viering in de Goede Week) ongewild kinderloze mensen een plaats krijgen, en er gebeden wordt om ‘een vruchtbaar en vervuld leven’, worden ergens tranen gedroogd.
Misschien kan de Kerk zelfs verder gaan. In Japan is er een rouwpark (7) voor kinderen die nooit het daglicht zagen. Ouders die een kindje verloren door een miskraam, en ouders die de kinderen van hun dromen nooit gekregen hebben, bouwen er hun eigen plekje om te rouwen. Hiervoor worden symbolen gebruikt: zelfgemaakte beeldhouwwerkjes, stenen, houten bouwwerkjes, … maar er kunnen ook bloemen of bomen geplant worden. Als herinnering aan wat had kunnen zijn, groeit deze plant verder. In een rouwpark wordt letterlijk plaats gemaakt voor mensen met gemis.
 

Ongewenste kinderloosheid is een zwaar kruis om te dragen. Dat kan een koppel alleen, als het ook zelf gedragen wordt.
Als kinderloze koppels omringd worden door een liefdevolle omgeving, en als zij zelf de kracht vinden om te blijven kiezen voor het leven, kan er iets nieuws en moois ontstaan.


Meer dan ouders met kinderen kunnen zij hun schouders zetten onder goede en levengevende projecten. Zo herinneren zij er andere koppels, die soms te veel opgeslorpt worden door de noden en verhalen van hun eigen kinderen, aan dat de wereld ruimer is dan het eigen gezin. De opdracht om vruchtbaar en levengevend te zijn, die alle gehuwden krijgen, reikt verder dan biologisch moeder of vader worden!
Zij ondergaan noodgedwongen een harde leerschool in onvervuld verlangen, en ontdekken hoe ze met deze pijn kunnen omgaan. Wijsheid draagt de sleep van het geluk niet, ze is een vrucht van gedeeld en aanvaard lijden. Deze wijsheid kunnen mensen doorgeven aan vele anderen die een verlieservaring ondergaan.
 

Wie de last van ongewilde kinderloosheid draagt, en toch verder gaat op een weg van liefde en vertrouwen, is een voorbeeld en leraar voor veel mensen!


En ten slotte kunnen ze inspireren als koppel. Wie geen tijd hoeft te investeren in kinderen, heeft meer tijd om met elkaar te praten. De verbondenheid die hieruit voortvloeit, kan andere koppels met kinderen motiveren om ook te blijven praten, want ook voor hen komt de tijd dat ze weer met tweeën zijn.

De pijn van ongewilde kinderloosheid is diep en duurt een leven lang. Maar waar deze kwetsbaarheid wordt aanvaard, en met liefdevolle zorg omringd, kunnen de vruchten groeien. Zij zijn talrijk en veelkleurig. Zij zijn levengevend en veranderen mensenlevens. Onverwacht en onverhoopt welt er dankbaarheid op voor deze vruchten. En het besef, op één of andere manier, ook ‘moeder’ en ‘vader’ te zijn.

 

Voetnoten

(1) Paul en Frieda Dewickere-Franck, De stille tuin. Over ongewilde kinderloosheid, Leuven, Davidsfonds, 1994. De auteurs onderstrepen hierbij dat dit evenwel niets zegt over huwelijksgeluk. Soms zijn de kinderen het laatste cement dat de façade van een huwelijk overeind houdt … Terug naar tekst
(2) In Vlaanderen worden momenteel zes IVF-pogingen terugbetaald door de ziekenkas. Deze externe grens helpt vele koppels om een moment te bepalen waarop ze de behandelingen stopzetten. Terug naar tekst
(3) Heike Goebel, Zwischen Hoffnung und Verzweiflung, Beratung und Seelsorge bei unerfülltem Kinderwunsch, Neukirchener Verlag, 2008. Terug naar tekst
(4) Annemie Dillen, De kwetsbaarheid van het lichaam – Feministisch-theologische reflecties over lichamelijkheid en voortplantingsgeneeskunde, Tijdschrift voor theologie, april-mei-juni 2007, volume 47, n° 2. Terug naar tekst
(5) Annemie Dillen, De kwetsbaarheid van het lichaam – Feministisch-theologische reflecties over lichamelijkheid en voortplantingsgeneeskunde, Tijdschrift voor theologie, april-mei-juni 2007, volume 47, n° 2. Terug naar tekst
(6) Paul en Frieda Dewickere-Franck, De stille tuin. Over ongewilde kinderloosheid, Leuven, Davidsfonds, 1994. Terug naar tekst
(7) Heike Goebel, Zwischen Hoffnung und Verzweiflung, Beratung und Seelsorge bei unerfülltem Kinderwunsch, Neukirchener Verlag, 2008, p. 217. Ook in Vlaanderen zijn er Stille Kinderweiden (of foetusweiden), waar ouders kunnen rouwen bij hun ongeboren kind. Terug naar tekst 

top


Hoe ga ik om met ongewilde kinderloosheid? Tien wegen

  1. Aanvaard je gevoelens. Het is heel normaal dat je boos, triestig en soms angstig bent. Misschien werd je geconfronteerd met het verlies van een kindje door een miskraam, misschien verlies je jouw dromen over een kindje krijgen: dat zijn erg pijnlijke verlieservaringen. Je maakt een rouwproces door en verdriet, woede en angst maken daar deel van uit.
     
  2. Zoek gezonde uitlaatkleppen voor deze gevoelens. Die kunnen voor iedereen verschillend zijn. Sommige mensen willen dansen of schilderen, anderen gaan hardlopen of zwemmen. Verdriet, woede en angst moeten kunnen stromen – en dat lukt als je geestelijk en lichamelijk in beweging bent.
     
  3. Zoek één of meerdere vertrouwenspersonen, met wie je (jullie) in alle openheid kan (kunnen) spreken over jullie pijn. Misschien voelen jullie je thuis in een lotgenotengroep (zie ‘Nuttige adressen en links’ op deze webpagina). Al biddend vind je een Vertrouwenspersoon die altijd naar je luistert, en met jou mee gaat, bij alles wat je ervaart.
     
  4. Verwacht niet dat je partner deze klap op precies dezelfde wijze als jij opvangt en verwerkt. Zijn of haar gevoelens zullen anders zijn dan de jouwe. Jullie zullen op hetzelfde moment in een andere fase van de verwerking zitten. Beschouw dit niet als een gebrek aan liefde, maar maak ruimte voor het anders zijn van je partner.
     
  5. Blijf spreken met je partner. Beluister hoe hij of zij het aanvoelt. Geef duidelijk aan wanneer jij behoefte hebt om erover te spreken. Spreek af dat jullie ook ‘nu niet’ mogen zeggen aan elkaar, op een moment dat één van jullie het niet aankan om erover te spreken. Deze vriendelijke afwijzing is natuurlijk niet echt prettig, maar elkaar systematisch ‘sparen’ en er helemaal niet over praten, is vaak een eerste stap naar vervreemding.
     
  6. Bevrijd jezelf van een krampachtig hopen. Probeer de situatie volledig te aanvaarden zoals ze nu is: ongewilde kinderloosheid. Leef en plan vanuit deze situatie. Ga op zoek naar boeiende ervaringen, zonder kinderen. Als er toch nog een blijde verrassing komt, zullen alle toekomstplannen wel met veel plezier gewijzigd worden.
     
  7. Als je kiest voor fertiliteitsbehandelingen, bepaal dan ook (vooraf) een moment waarop je wilt stoppen met deze behandelingen, indien ze je geen kindje brengen. Het is emotioneel heel belastend om een lange tijd tussen hoop en teleurstelling te leven.
     
  8. Bescherm jezelf. Plan iets leuks op dagen als moeder- of vaderdag. Zeg duidelijk aan je nabije omgeving of je er helemaal niet over wilt spreken, of dat het je juist deugd doet om wat begrip te krijgen op bijvoorbeeld een vormsel- of communiefeest. Veel mensen zijn van goede wil, maar weten gewoon niet hoe ze hierover best met jou communiceren. Je bewijst hen, jezelf, en andere lotgenoten een dienst door hier open over te spreken.
     
  9. Laat je niets opdringen. Als je kinderen van vrienden of familieleden wilt oppassen, is dat goed. Als je geregeld wilt genieten van de vrijheid die kinderloosheid met zich meebrengt, is dat ook goed. 
     
  10. Jij en je partner zijn geroepen om een vruchtbaar koppel te zijn. Ga op zoek naar deze vruchtbaarheid. Zoek een project waaraan jullie samen kunnen werken, en jullie samen kunnen geven: inzet voor lotgenoten, voor het verenigingsleven, voor zwakkeren, voor organisaties die ijveren voor kinderen in de derde en vierde wereld, … Als het iets is wat jullie zelf en andere mensen geluk brengt, zitten jullie zeker op de goede weg! 
    top


Omgaan met de ongewilde kinderloosheid van vrienden of familieleden. Tien tips

  1. 20 % van de koppels heeft vruchtbaarheidsproblemen. Wees dus voorzichtig met opmerkingen als ‘En, nog niets op komst?’ of ‘Zorg maar dat er tegen volgend jaar een kindje is!’. Door dergelijke opmerkingen zien heel wat koppels huizenhoog op tegen nieuwjaarsrecepties en familiefeestjes.
     
  2. Flauwe grappen over de potentie van het koppel (‘Zal ik er eens een tekening bij maken?’ of ‘Moet ik eens langskomen?’) zijn niet grappig. Ze doen alleen maar pijn.
     
  3. Iets heel anders is het als je belangstellend (niet nieuwsgierig) informeert of een koppel graag kinderen wil. Doe dit niet in de drukte, maar in alle intimiteit, zodat het koppel een eerlijk antwoord kan geven.
     
  4. Probeer het probleem niet op te lossen. Mijd opmerkingen als ‘Dan doe je toch gewoon IVF’ of ‘Het is omdat jullie er te veel aan denken. Bij mijn buurvrouw was het ook zo. Zodra ze het opgaf, was ze zwanger.’ Deze ‘oplossing’ geeft jou misschien een goed gevoel, maar niet de mensen die midden in de situatie zitten. Het lijkt dan alsof je hun verdriet niet erkent. 
     
  5. Vestig ook niet de aandacht op de voordelen van kinderloos zijn. Wie vergeefs naar kinderen verlangt, zou maar wat graag zijn vrije tijd, reizen en goede nachtrust opgeven voor een baby. 
     
  6. Vergeet de man niet. Vaak gaat alle aandacht naar de vrouw, en informeert niemand naar de pijn van de man die vader zou willen worden.
     
  7. Troosten is eenvoudig. Je moet alleen maar vol begrip en respect luisteren, een belangstellende vraag stellen (Heb je al een arts geraadpleegd? Maken jullie nog een kans? Hoe gaat het met je man/vrouw? Kunnen jullie er samen over praten? Hebben jullie voldoende afleiding, of gaat alle aandacht naar dit probleem? Is er iets wat jullie opvrolijkt, om er niet de hele tijd mee bezig te zijn?, …), zeggen dat je met hen meeleeft, en hen het beste wensen. Als je het koppel goed kent, kun je hen vertellen dat je hen ervaart als ‘vruchtbare’ mensen (zeg hen wat ze betekenen in de vriendengroep, familie, parochie, voor jou …). Maar als je dat allemaal niet ziet zitten, is een luisterend oor echt genoeg! 
     
  8. Beschouw mensen zonder kinderen niet als een altijd beschikbare baby-oppas voor jouw kroost. Voor een ongewenst kinderloos paar in staat is om de kinderen van andere mensen in hun hart en armen te sluiten, hebben ze vaak een lange, zware verwerkingsweg achter de rug.
     
  9. Beschouw mensen zonder kinderen niet als mensen die automatisch de zwaarste taken dragen in familie of vriendenkring (organisatie van feestjes, zorg voor een ouder familielid, …) Vaak zullen ze meer dan hun deel opnemen, maar zij hebben ook het recht om dat niet te doen.
     
  10. Er zijn voor ongewild kinderloze koppels veel pijnlijke momenten in een jaar: moederdag, vaderdag, kerstavond, nieuwjaar, sinterklaas, doopsel, communie en vormsel van neefjes en nichtjes… Laat hen merken dat je zo blij bent dat ze erbij zijn. Laat hen merken dat je oog hebt voor de pijn, die ze, naast vreugde om het feest, in zich dragen. Dat kan wonderen doen.
    top


Subfertiliteit en kansen tot vruchtbaarheid voor de kerkgemeenschap. Enkele suggesties

  1. Tien procent van de koppels leeft met een onvervulde kinderwens. Twintig procent van de koppels kampt met subfertiliteit, of heeft dit probleem gekend. Bijna iedereen wordt geconfronteerd met een kinderloos familielid of vriend, en wil dit leed helpen dragen. Aandacht voor ongewilde kinderloosheid is dus aandacht voor zowat alle mensen van uw gemeenschap!
     
  2. Denk na over manieren waarop u koppels met een onvervulde kinderwens op weg kunt helpen. Wees op de hoogte van boeken en zelfhulpgroepen (zie link op deze website) Of misschien maakt een (ouder) koppel zonder kinderen deel uit van uw gemeenschap. Willen zij af en toe een luisterend oor bieden aan koppels met een onvervulde kinderwens?
     
  3. De Kerk wil een (h)echte gemeenschap zijn voor mensen met en zonder kinderen. Met een paar kleine aanpassingen zijn we al aardig op weg.

    a. Als kinderen bijvoorbeeld na de kinderwoorddienst een knutselwerkje meebrengen, waarom het niet laten geven aan iemand anders in de viering dan aan mama of oma, die wellicht al een kast vol kindertekeningen heeft?

    b. Op moederdag en vaderdag worden in de viering ouders in de bloemetjes gezet, soms zelfs letterlijk. Een mooi initiatief! Het wordt nog mooier als we aandacht hebben voor de koppels die vergeefs verlang(d)en naar een kind. In de voorbedes kunnen we bidden dat iedereen mag ontdekken hoe hij/zij moederlijk of vaderlijk kan zijn. En natuurlijk is het bloemetje dat soms op het einde van de viering wordt uitgedeeld, bedoeld voor alle vrouwen, want elke vrouw draagt die scheppende, zorgende, moederlijke kracht in zich.

    c. In sommige tijden van het jaar kan een viering opgedragen worden aan alle ‘lijdenden’. Zij kunnen bij naam genoemd worden: mensen die een geliefde verloren, mensen wiens kinderwens onvervuld bleef, mensen die met een handicap verder moeten, … Dit vormt meer gemeenschap dan bijvoorbeeld een themamis ‘voor hen die ongewenst kinderloos zijn’. Lijden is immers universeel.

    d. Eerste communie- en vormselvieringen doen altijd een beetje pijn aan ooms, tantes, vrienden die zelf geen kinderen hebben. Een voorbede als ‘Voor alle mensen in deze kerk, dat ze mogen ontdekken hoe ze vruchtbaar kunnen zijn, en aan anderen doorgeven wat ze zelf mochten ontvangen. We bidden u, verhoor ons Heer’ kan voor hen een lichtpunt zijn. Of ‘Voor alle mensen die zelf geen kinderen hebben, en zo moederlijk en vaderlijk tijd en energie schenken aan anderen. Wilt u hen de kracht geven om dit te blijven doen?’

    e. Ook bij een huwelijksviering kan een voorbede het begrip ‘vruchtbaarheid’ opentrekken naar iedereen. De kans is reëel dat ook het bruidspaar hier later kracht uit moet putten …

    f. Als er bijvoorbeeld kaarsjes worden aangestoken voor overleden mensen, kunnen er dan ook geen kaarsjes branden voor de mensen die nooit geboren werden, ja, zelfs voor die mensen die alleen maar bestonden in de liefdesdromen van een paar?

    g. Adventsvieringen baden in een gezinssfeer. Toch ligt hier een uitnodiging en kans voor elke mens om ‘in blijde verwachting’ te zijn. Deze ‘verwachting’ van de Heer kan een vreugde zijn voor elke mens, en geeft vruchten voor alle mensen. Herinner alle alleenstaanden, kinderloze echtparen, mensen die na een relatiebreuk hun kinderen een deel van de tijd moeten missen, … aan deze mooie roeping voor iedereen. 
     
  4. Kinderloze echtparen duiken af en toe op in de lezingen: Abraham en Sara, Hanna en Elkana, Zacharias en Elisabeth, … Ook alleenstaanden zoals Paulus, die bewust afstand doet van huwelijk of ouderschap. Maak van de gelegenheid gebruik om te bezinnen over vruchtbaarheid als Gods roeping voor iedereen. Uit deze verhalen blijkt ook dat deze mensen een bijzondere plaats hebben in het hart van God: een deugddoende boodschap voor wie zich soms wel eens afvraagt waarom God hem of haar niet gezegend heeft met kinderen.
     
  5. Inzet van een ongewild kinderloos paar voor de parochie is niet méér vanzelfsprekend dan de inzet van een paar met kinderen. Eerder integendeel. Het is wonderlijk en bewonderenswaardig als mensen vanuit hun lijden niet bitter worden, maar leven doorgeven. Hieruit volgt dan ook dat er van hen niet meer moet verwacht worden dan van andere parochianen. ‘Zij hebben toch tijd’, is een redenering die voorbijgaat aan het lijden dat deze mensen dragen.
     
  6. Denk na over een plaats in de kerk waar een ongewild kinderloos koppel kan rouwen, en hun kinderwens aan God overgeven. Misschien kan er een mooi beeldhouwwerk in de kerk opgedragen worden aan mensen met een onvervulde kinderwens, waarbij wie dit wenst een kaarsje kan branden of een gebed uitspreken? Als de kerk over een tuin beschikt, een kerk-hof, kan ook daar op een mooie, gevoelige manier ruimte gemaakt worden om deze, zo gewenste kinderen (of kinderwensen), te gedenken.
     
  7. Paren die gerouwd hebben om hun kinderloosheid en vruchtbaar in het leven willen staan, zijn voorbeelden en leraren voor iedereen. Hun openheid voor allen kan gezinnen met kinderen inspireren, om niet al hun energie te geven aan hun eigen kroost. Hun hechte relatie kan andere koppels aanzetten om ook het gesprek met elkaar te blijven voeren, want ook zij zullen ooit weer met tweeën zijn. Zij zijn een zegen voor alle gezinnen in uw gemeenschap! Geef hen de kans om die taak op zich te nemen!
    top
     


Getuigenissen


Geen speelgoed kunnen kopen voor onze kinderen

‘Wij vinden het erg dat wij geen speelgoed kunnen kopen voor onze kinderen. En dan die vreugde en verwondering te moeten missen op hun gezichtjes! Het doet pijn. Het is ook de gewoonte dat sinterklaas bij oma en opa langskomt voor de kleinkinderen. Wij zien onze broers en zussen genieten van de vreugdekreten van het jonge volkje. Zij zijn druk bezig en demonstreren aan Saartje hoe zij haar pop kan laten wenen, of aan Matthias hoe zijn trein rijdt. Wij zitten er maar bij, zonder echt ervan te kunnen genieten. Ook de paasklokken vliegen oma’s en opa’s huis nooit voorbij. Wij zitten daar dan te kijken naar het gebeuren, terwijl de anderen mee zoeken en meeleven met hun spruiten, die enthousiast opgaan in het gebeuren. De paasklokken hadden ook wel aan ons gedacht. Dat gaf een goed gevoel, maar het is toch niet hetzelfde.’

Carla en Tom

Uit: Paul en Frieda Dewickere-Franck, De stille tuin. Over ongewenste kinderloosheid, Leuven, Davidsfonds, 1994, p. 86. 

top


Maar... over mij, geen woord

"Hoe is het met Frieda?"
"Behoorlijk, dank u, ze herstelt vrij vlot van haar tweede operatie."
"Beseft ze dat ze nu geen kinderen meer kan krijgen?"
"Ja, natuurlijk. Ze is heel moedig, ze vecht zich er wel door, hoewel het niet gemakkelijk zal zijn."
"Dat zal wel niet. Doe haar de groeten en wens haar veel sterkte!"
"Dank u!"

Een fijn gesprek. Het is toch lief dat mensen zo met mijn vrouwtje meeleven. (…) Maar … over mij, geen woord.
Ach, ik neem het hen niet kwalijk, maar het zou deugd doen ook eens belangstelling voor mijzelf te mogen ervaren. Ik moet het toch ook verwerken dat ik geen vader zal worden! Het aantal mensen dat ooit de moed opbracht eens naar mijn belevingswereld te informeren en eens uitdrukkelijk bij mijn pijn stil te staan, kan ik op de vingers van één hand tellen. Ik blijf hen dankbaar, want het doet ontzettend deugd. Eens echt beluisterd worden, blijft een onvergetelijk geschenk en het kost niets. Je hoeft het niet eens te verpakken. Wat je precies zegt of vraagt is van minder belang.

Paul

Uit: Paul en Frieda Dewickere-Franck, De stille tuin. Over ongewenste kinderloosheid, Leuven, Davidsfonds, 1994, p. 93-94. 

top
 


Kinderloosheid kan ook positief worden beleefd

‘Wie geen kinderen heeft, krijgt andere kansen. Zo hebben wij meer mogelijkheden gekregen voor andere dingen. Bijvoorbeeld om tijd te maken voor anderen. Wij kunnen een luisterend oor zijn voor mensen rondom ons. En de ervaring leert ons, dat er veel mensen op zoek zijn naar een klankbord.
Wij kunnen ons ook gemakkelijker engageren, omdat wij niet telkens moeten zeggen: deze avond past niet, want dan zitten de kinderen weer alleen. Wij kunnen ook veel radicaler leven, veel consequenter in alles, omdat we geen rekening moeten houden met de mening van onze kinderen en dus minder compromissen moeten sluiten. Positief vinden we ook dat we verantwoordelijkheid kunnen opnemen voor kinderen van anderen, voor kinderen van de derde wereld bijvoorbeeld, van wie we de studies betalen. Toen één van onze aangenomen meisjes afstudeerde, schreef zij ons heel eenvoudig: ‘I am what I am because of you.’ Dat heeft ons deugd gedaan.
We kunnen ook gemakkelijker allerlei projecten steunen, omdat we niets moeten achterlaten voor onze eigen kinderen.
Ja, kinderloosheid kan ook positief worden beleefd. Wij krijgen de kansen te ervaren dat een mens het meest gelukkig is als hij anderen gelukkig maakt.’

Ellen en Koen

Uit: Paul en Frieda Dewickere-Franck, De stille tuin. Over ongewenste kinderloosheid, Leuven, Davidsfonds, 1994, p. 70. 

top


We hebben onze kinderwens tussen haakjes kunnen plaatsen

'Ja, er was een kinderwens. En ja, we hadden er nooit bij stilgestaan dat het niet vanzelf zou gaan. Wie staat daar wel op voorhand bij stil? Achteraf beschouwd durven we zeggen dat ons geloof medebepalend is geweest in het bepalen van ons handelen. Achteraf, ja, want beslissingen neem je op het moment zelf, maar pas later besef je beter hoe en waarom je ze nam.

We denken dat we eigenlijk geprobeerd hebben onze kinderwens tussen haakjes te plaatsen.

Dat klinkt theoretisch, maar het betekende concreet dat we onszelf tijd gaven. We wilden (en konden) niet onmiddellijk beslissen. We wilden rustig overwegen en ons afvragen welke beslissing(en) al dan niet een hindernis zouden zijn om écht gelukkig te blijven. Het vroeg een inspanning, maar we wilden noch het één (kinderen) als het andere (geen kinderen) voorop stellen. Hoe gehecht zijn we aan die kinderwens? Is dit iets dat we echt willen, koste wat het kost? Willen we hiervoor hemel en aarde verzetten? En zo ja, wat betekent dat dan voor onze relatie, wat zegt dat over de manier waarop we in het leven (willen) staan?

De (toen nog) nieuwe techniek IVF speelde een belangrijke rol. Vreemd eigenlijk: hadden we vroeger geleefd, dan konden we geen kinderen krijgen, punt, gedaan. Nu hadden we die kans wel. Deze keuzemogelijkheid is een zegen gebleken. Het verplichtte ons een keuze te maken, na te denken over onze relatie, ons gehuwd zijn. We vermoeden dat heden ten dage koppels zich minder deze vragen stellen: IVF is zo ingeburgerd dat het bijna een evidentie is geworden om deze weg te gaan. Toen wij een keuze moesten maken, waren we er ons sterk bewust van het feit dat we een keuze hadden. En we maakten de keuze om niet voor IVF te kiezen.

Kozen we dus om géén kinderen te hebben? Neen, de kinderwens bleef! Maar we vroegen ons af hoe we eigenlijk in dit leven willen staan. De vanzelfsprekendheid van hoe we ons leven droomden, maakte plaats voor een openheid voor wat zich aanbood. Wat we geprobeerd hebben, is ons open te stellen voor God zelf. Een houding waarbij we probeerden niet alles zelf te beheersen, maar te luisteren naar een andere stem. We trachtten te achterhalen hoe God zijn liefde meedeelde in deze situatie. We denken vaak zelf te weten wat ons gelukkig maakt. Het lijkt of we iets verloren zijn, en dat terugzoeken. Maar is dit ook zo? Wij leerden geloven dat niet wij iets verloren zijn, maar God op zoek is naar ons, met Zijn liefde. En Zijn liefde dient zich ook aan op het moment dat het niet vanzelf gaat, als er moeilijkheden zijn. Terugkijkend op die periode beschouwen we ze nu als een gezegende tijd, niet als een tijd van zware last of verbittering.

Hoe we ons leven vorm hebben gegeven zonder kinderen, speelt eigenlijk geen rol. Net zoals mensen mét kinderen hun leven vorm moeten geven, rekening houdende met de kansen en beperkingen van elke concrete levenssituatie, proberen we op de weg die we gaan steeds te achterhalen hoe Hij ons daarin liefdevol nabij wil zijn. Want beperkt zijn we sowieso, en dus is er steeds wel iets dat niet voor ons is weggelegd. We proberen de redenering echter om te keren, en proberen te beseffen wat we allemaal dag in en dag uit wél ontvangen. Zo kunnen we ook de kansen zien in wat op het eerste zicht enkel een gemis lijkt.'

Ria en Pascal

top


Met vallen en opstaan leren leven met stille baby's

In kerk&leven van 16 februari 2011 (editie Bisdom Gent) verscheen een interview met Bellinda Staelens en haar man Patrick Ruysschaert. Zij droomden beiden van kinderen, maar die zijn er niet gekomen.

Naar het interview en getuigenis ‘Met vallen en opstaan leren leven met stille baby’s’ 

top

 


Werking SARA

SARA wil een ontmoetingskans creëren voor ongewenst kinderloze mensen en mensen met vruchtbaarheidsproblemen.
In een individuele ontmoeting na afspraak kan het probleem uitgesproken en verhelderd worden waardoor een beter omgaan met eigen gevoelens en met elkaar mogelijk wordt.
Elke dienstverlening is gratis.

Contactgegevens:

Paul en Frieda Dewickere-Franck
Het Innemen 71
2930 Brasschaat

Tel. 03 652 03 39
E-mail: zelfhulp.SARA@telenet.be  

top
 


Teksten, gedichten en gebeden rond de onvervulde kinderwens


Twee

Gehoopt, gedroomd,
hoe welkom,
hoe lief zou het ons zijn –
een kind. Een kind.
Ach God, Gij weet het.

Maar anders onze weg,
anders ons leven.
Twee blijft twee.
Wij – zonder meer
Een man en een vrouw.

Hul ons in uw tederheid,
Koester ons in uw aandacht.
Troost ons.

Dat wij toekomst hebben,
tot onze bestemming komen.
O God, dat wij in bloei staan.

Wat wij zo behoeven:
Licht, duurzaam licht.
Vriendschap, Liefde.

Wat wij zo behoeven:
dat wij van betekenis zijn
voor de komst van uw Rijk.

Uit: Hans Bouma, Een leven lang bidden. Gebeden over leven, liefde en dood, Tielt, Lannoo, 2007, p. 120. 

top


Regen

Je huilt alweer. Je hoeft toch niet te huilen.
Want wat daarbuiten langs je ruiten rolt,
is regen. Je hoeft dus niet te schuilen.
Want wat hier waait is zomaar wat wind die dolt.

Je regent weer. Je hoeft toch niet te druilen.
Want wat daarbinnen diep in jou zo tolt,
zijn tranen. Je hoeft dus niet te meesmuilen.
Want verdriet is een wind die ons niet opbolt,

maar juist uitholt. Er groeit herfst in de dagen.
En de moeheid die bomen vermolmt,
is niets om door een mens alleen te dragen.

Er bloeit in jou en mij een kind dat holt
door dorre bladen. Ach, laat ons niets vragen.
want wat hier vloeit is meer dan wat inkt die stolt.

Uit: Johan Ghysels, Ik zoek een mooi woord voor jou, Tielt, Lannoo, 2009, p. 61. 

top


Zeven gasten

We hadden een huis gebouwd met onze mooiste dromen. Op een avond werd er geklopt. Toen we opendeden, stond er een angstaanjagende gedaante op de stoep.
‘Ik ben het lijden’, sprak hij, ‘en ik kom bij jullie wonen, of jullie dat nu willen of niet.’

Hij kwam binnen, en op korte tijd zag ons huis er zo anders uit dat we het niet meer herkenden. Pas veel later merkten we dat het lijden niet alleen was binnengekomen. Hij had een klein gevolg meegebracht: zeven gasten die we niet verwacht hadden.

‘Blij-zijn-met-kleine-dingen’ huppelde van kamer tot kamer. Ze dook op waar je haar niet verwachtte en liep ongevraagd met ons mee. Ze wees ons zachtjes op heel gewone dingen: de warmte van de zon, de geur van een kop koffie ’s morgens, lichtvlekjes op de kamerplanten.

‘Onthechting’ liep er wat verveeld bij en streek achteloos over meubels en snuisterijen. ‘Wat maakt het uit?’ fluisterde ze. En we voelden ons vrij om heel wat ballast naar buiten te werken. We wisten nu wat belangrijk was en wat niet.

Wie had ‘Liefde’ verwacht in dit gevolg van lijden? Toch stond ze daar, met een verlegen glimlach, en op een vreemde manier was ze nog mooier dan haar zusje in de Geluksstoet. Ze toonde ons elkaars pijn, hoe anders we die ook beleefden. Ze liet ons geven, al waren we zelf gekwetst. Ze sprak met de stemmen van lieve mensen om ons heen, en had steeds armen genoeg om te omhelzen.

‘Zachtmoedigheid’ hoorden we eerst nauwelijks. Met een milde glimlach wuifde ze roddels en oordelen weg. En als ze toch iets zei, klonk het als : ‘Er is al zoveel leed. Waarom zouden mensen elkaar nog meer pijn doen?’

‘Hoop’ was wel het uitbundigst aanwezig, gekleed in felle kleuren. Soms mompelde ze ‘sorry, kleine vergissing’, en verdween even in de kelder. Maar lang bleef ze daar nooit zitten. Telkens opnieuw dook ze op en zette ons huis op stelten. Soms kwelt ze ons, maar ze brengt zeker leven in de brouwerij!

‘Geloof’ zette zich zwijgend maar beslist in onze woonkamer. En bleef. Al zagen we hem soms niet meer zitten. Hij bleef. Taai. Hij gedijt wel in dit lege huis en deze kleine groep. Want hoe minder er is, hoe meer er is om in te geloven.

Misschien wel de belangrijkste gast, al is zij de bescheidenheid zelf, is Wijsheid. We zullen haar niet vinden in een vreugdestoet, Wijsheid draagt de sleep van het geluk niet. Nee, enkel in het kielzog van verdriet komen we haar tegen. Op de drassige bodem van onze ziel, wanneer de tranen over zijn.

En nu we, vele jaren later, nog eens van kamer tot kamer gaan, beseffen we: dit is toch nog ons huis. Misschien wel meer dan ooit. En zij, die zeven nieuwe gasten, zij zijn de vruchten van onze liefde. Zij zijn onze kinderen.

Uit: Katie Velghe, Vier seizoenen van liefde, Leuven, IDGP, 2002, p. 79-80.

top


Publicaties

Paul en Frieda Dewickere-Franck, De stille tuin. Over ongewenste kinderloosheid, Leuven, Davidsfonds, 1994.

Ongewild kinderloos... Het lijkt soms alsof het niet kan. Want de nieuwste vruchtbaarheidstechnieken vervullen toch elke kinderwens? En toch: voor één op tien echtparen blijft de kinderkamer onbewoond. Zij kunnen met kennis van zaken spreken, maar zij zwijgen. Over onvruchtbaarheid hangt de schaduw van het taboe...

Paul en Frieda Dewickere-Franck doorbreken de stilte. Zelf ongewenst kinderloos, brengen ze een eerlijk getuigenis: de hoopvolle verwachting en de diepe teleurstelling, de onvermijdelijke medische onderzoeken, de krampachtige onzekerheid.. En dan valt het verdict: hun tuin zal nooit gevuld worden met stoeiend gejoel.
Met dit 'niet', 'nu niet', 'nooit' begint een lang en indringend rouwproces. Het zelfbeeld is geschaad, de omgeving omzeilt het gevoelige onderwerp. Het is een tijd van worstelen met zichzelf, met de partner en met God. Tot de dag dat men ontdekt dat men ook anders vruchtbaar kan zijn - ondanks het gemis. Een hoopvol en authentiek boek met een medische bijlage van dr. Christel Meuleman, waarin met een minimum aan 'dokterslatijn' diverse vruchtbaarheidsproblemen worden uiteengezet. 

Het boek is uitverkocht, maar is nog te vinden op de tweedehandsmarkt en in bibliotheken.

top


Nuttige adressen en links

Werking SARA
Werking SARA wil een ontmoetingskans creëren voor ongewenst kinderloze mensen en mensen met vruchtbaarheidsproblemen.
In een individuele ontmoeting na afspraak kan het probleem uitgesproken en verhelderd worden waardoor een beter omgaan met eigen gevoelens en met elkaar mogelijk wordt.
Elke dienstverlening is gratis.

Contactgegevens:
Paul en Frieda Dewickere-Franck
Het Innemen 71
2930 Brasschaat
Tel. 03 652 03 39
E-mail: zelfhulp.SARA@telenet.be


www.deverdwaaldeooievaar.be


www.nfp.be

website van NFP (Natural Family Planning) Vlaanderen

 

top