Familiaal geweld


Geweld en veerkracht in gezinnen
 

De onderstaande tekst verscheen in mei 2010 in het Don Bosco tijdschrift. Het artikel kaderde in de rubriek 'Goed-gezin-d', een rubriek van zes bijdragen over gezinsthema's. De zes artikels werden door IDGP geschreven op vraag van de redactie van het Don Bosco tijdschrift.


Geweld in gezinnen

Bijna de helft van de Vlaamse kinderen ervaart geweld voor hun achttiende, grotendeels binnen het gezin. In 2007 stelde de politie 16254 processen-verbaal op voor partnergeweld, dat betekent 45 per dag (1). Deze cijfers liegen er niet om. Geweld is niet alleen een zaak van doorgewinterde criminelen in donkere achterbuurten. De wieg van geweld staat vaak in heel gewone gezinnen, met een keurig huis, versgewassen (maar gesloten) gordijnen en de beste bedoelingen. Bij geweld denken we spontaan aan fysiek of seksueel geweld, maar er bestaan veel manieren waarop iemand geweld kan worden aangedaan. Sommigen ervaren dat ze niet gewaardeerd worden. Ze worden vergeleken met broer of zus of moeten geregeld cynische, vernederende opmerkingen van een gezinslid ondergaan. Anderen worden juist aangezet tot prestaties die hoger reiken dan hun mogelijkheden. Als we eerlijk zijn, moeten we erkennen dat ‘geweld’ op die manier in elk gezin opduikt. Waar mensen samenleven, botsen behoeftes en verlangens soms met elkaar. Die conflicten kunnen uitmonden in een strijd waarbij de ‘sterkste’ het haalt en de ander geweld aandoet. Vaak wordt dit nadien uitgepraat, en komt er een compromis en verzoening. Maar niet altijd. Het ‘geweld’ wordt soms een vast patroon, waaraan iedereen gewend raakt. Kinderen raken ervan overtuigd dat het zo hoort, en wellicht overal zo is. De natuurlijke loyaliteit van gezinsleden aan elkaar wordt misbruikt om het onrecht in stand te houden. In naam van de ‘liefde’ en de ‘eenheid’ in het gezin worden de grenzen van rechtvaardigheid steeds verder opgeschoven. Onrecht wordt bedekt ‘onder de mantel der liefde’. Maar onder die mantel kan het na verloop van tijd bepaald onfris ruiken. “When love becomes a god, it becomes a demon” (2), schreef C.S. Lewis. En hij had gelijk. Als liefde losgekoppeld wordt van recht, blijft vaak een ziekelijk samenhorigheidsgevoel over, dat mensen die elkaar langdurig kwetsen aan elkaar bindt. En de spiraal van geweld voert hen steeds dieper.


Tot in het derde en vierde nageslacht

 
        Het distelzaad

Ik hoorde een vrouw; zij zeide tot haar kind,
zómaar op straat: “’'t Was heel wat beter
als jij nooit geboren was.” Het zei niets terug,
het was nog klein, maar het begon ineens
sleepvoetig traag te lopen; als een die in
ballingschap een juk met manden torst
en radeloos merkt dat zij zwanger is.
In Babylon misschien of Nineveh.
Ja, het wás zwanger, zwanger van dat woord.
Dat was, in duisternis ontkiemd, op weg:
tot in het derde en vierde geslacht.

Ida Gerhardt, Verzamelde Gedichten

 
“Het was heel wat beter als jij nooit geboren was”, laat de dichteres Ida Gerhardt een moeder tot haar jonge kind zeggen. Het kind staat weerloos. Het loopt niet weg voor zoveel verbaal geweld, naar wie anders dan zijn moeder zou het gaan? Maar zijn gang wordt traag en slepend. Als een vonnis klinken de laatste regels van het gedicht “Ja, het kind was zwanger, zwanger van dat woord. Dat was, in duisternis ontkiemd, op weg tot in het derde en het vierde nageslacht.” Ida Gerhardt verwoordt een droeve waarheid. Je kunt geweld beslist niet ‘vruchtbaar’ noemen, maar het is wel erg productief. Het vermenigvuldigt zich voortdurend.
Het slachtoffer draagt zijn of haar verwondingen immers verder met zich mee, in hoofd en hart. Sommige slachtoffers lijden aan een minderwaardigheidsgevoel, en zijn onzeker in groepen. Diep vanbinnen wantrouwen ze anderen, en ze durven zichzelf niet meer te binden of te geven in een relatie. Anderen voelen zich verantwoordelijk voor alles wat fout gaat en putten zich voortdurend uit om dingen recht te zetten, ook als de fout niet bij hen ligt. Sommigen van deze mensen vragen zich dan verbijsterd af waarom ze na hun ervaringen met een gewelddadige vader op een partner botsen die alcoholist is. En ze beseffen niet dat dit nog een gevolg kan zijn van hun verwondingen uit het verleden: zichzelf wegcijferend gedrag kan immers gewelddadige mensen aantrekken. Nog anderen willen kost wat kost de gevoelens van schaamte, waaraan elk slachtoffer lijdt, van zich afschudden. Zij identificeren zich met hun belager en gaan op hun beurt respectloos met anderen om. In het ergste geval worden zij de nieuwe geweldenaars. Welk overlevingsmechanisme het slachtoffer ook heeft aangeleerd, geen van deze strategieën draagt bij tot een gelukkig, levengevend gezinsleven. Integendeel, ze zuigen de leden van het nieuwe gezin mee in een spiraal van geweld: hetzij als slachtoffer, hetzij als dader.


Een uitweg uit de spiraal

Is er dan geen uitweg? Is iedereen die ‘zwanger’ is van een woord (of daad) van geweld gedoemd om dit verder mee te dragen en door te geven? Gelukkig niet. Er bestaat een kracht die sterker is dan die van het geweld en die de spiraal kan openbuigen. Overal om ons heen zien we voorbeelden van mensen die opstaan uit een verleden van verdrukking. Mannen en vrouwen die na een scheiding in staat zijn hun kinderen geen woorden van geweld over de ex-partner op te dringen. Kinderen die misbruikt werden en toch zelf fijne vaders en moeders worden. Sommige voormalige slachtoffers geven zelfs blijk van een unieke kracht, die door het geweld uit hun jeugd niet aangetast werd, wel integendeel. Om maar een heel bekend voorbeeld te geven: Don Bosco zelf was jarenlang slachtoffer van de jaloezie van zijn oudere broer. Uiteindelijk werd hij als hoeveknechtje naar een naburig dorp gestuurd om verlost te zijn van Antonio’s geweld. Maar op de één of andere manier bleek alles ten goede te werken, en groeide hij uit tot een man met een groot hart voor kinderen, boefjes én slachtoffers, die vaak dezelfde kinderen bleken te zijn.


Resilience

Wat is die geheimzinnige kracht die mensen kan doen opveren uit de vreselijkste omstandigheden? Psychologen en pedagogen spreken van ‘resilience’ (Latijn ‘salire’: opspringen), wat vertaald wordt als veerkracht. Stefan Vanistendael, adjunct-direceur van het Internationaal Katholiek Bureau voor het Kind, omschrijft resilience als ‘het vermogen van een mens of sociaal systeem om zich te ontwikkelen en door grote moeilijkheden heen te groeien.’ (3) Resilience heeft zeker iets te maken met de persoonlijkheid van iemand. Mensen met een groot doorzettingsvermogen maken bijvoorbeeld meer kans iets als ‘resilience’ te ervaren. Toch is resilience geen individuele kwaliteit. Het is eerder het gevolg van een interactie tussen individuen of gezinnen en hun bredere omgeving (4). Deze omgeving kan voor ‘beschermende factoren’ zorgen, zoals voldoende materiële bescherming, ontmoetingen met mensen die steun bieden, enz. Dankzij die beschermende factoren kunnen bepaalde risicofactoren, zoals geboren worden in een gezin met een gewelddadige ouder, toch niet allesbepalend zijn. Het spreekt vanzelf dat hier een groot appèl ligt aan de hele samenleving. Elke ondersteuning aan iemand in moeilijke gezinsomstandigheden kan mee het verschil maken: tijd maken voor een babbel, opvang voor kinderen, iemand wegwijs maken in de mogelijkheden van sociale hulpverlening, mensen over de drempel van therapeutische hulp heen helpen … Die hulp zal ten volle vruchtbaar zijn als we doordrongen zijn van twee zaken. Ten eerste: geweld komt voor in elk gezin. We zijn allen zondige (5) mensen, die zo vaak het doel missen waarvoor we geschapen werden: groeien in liefde. Ten tweede: ook de gezinnen waarin dit geweld angstaanjagende proporties heeft aangenomen, hebben de kracht om hieruit op te staan. Er zijn geen perfecte gezinnen, en er zijn geen hopeloze gezinnen.


Verrijzenis

We kunnen het effect van ‘resilience’ beschrijven. We kunnen onderzoeken via welke kanalen die ‘resilience’ bij mensen doorbreekt. Maar waar komt die bijzondere kracht vandaan? ‘Resilience’ is veel ouder dan haar moderne benaming. Als we Bijbelse verhalen lezen, vinden we weinig ideale gezinnen. Maar we zien wel hoe het onbeminde pleegkind Ismaël, weggestuurd in de woestijn, toch niet ten ondergaat. Hoe Jozef, slachtoffer van zijn jaloerse broers, zegeviert als onderkoning van Egypte. Hoe de profeet Hosea niet kapot gaat aan de kwetsende ontrouw van zijn vrouw. Die verhalen laten er voor christenen geen twijfel over bestaan waar ‘resilience’ vandaan komt. Ze komt uit dezelfde Bron die Jezus, na een gewelddadig einde, liet opstaan uit de dood. Een marteltuig werd een symbool van hoop. Als we met de juiste ogen kijken, kunnen ook wij al verrijzenis zien in gekwetste mensen en gezinnen. Niet doordat zij zelf hun persoonlijke krachten aanspreken, al is dit natuurlijk wel nodig. Ook niet doordat hun omgeving zorgt voor beschermende factoren, al is dit ook nodig. Maar doordat zij gedragen zijn, en mogen vertrouwen op een God van liefde, die sterker is dan geweld. Een God die geweld in gezinnen afkeurt, en mensen aanzet een einde te maken aan deze vormen van onrecht.

Voetnoten:

(1): www.gezondheid.be, actie ‘Geweld thuis, dat klopt nooit.’ Terug naar tekst
(2): C.S. Lewis, The four loves, Harcourt, Inc., New York, 1960. Terug naar tekst
(3): S. Vanistendael, Toch in het leven geloven. Het realisme van de spiritualiteit, Mechelen, 2003, p. 10. Terug naar tekst
(4): A. Dillen, Tussen verheerlijking en afwijzing. Realistische hoop voor gezinnen, in Rondom Gezin, 25 (2004), Jubileumnummer, p. 58-70. Terug naar tekst
(5): ‘Zondig’ wordt hier gebruikt in de oorspronkelijke betekenis van het woord: wat zijn doel gemist heeft. Het Hebreeuwse woord ‘chatat’, dat wij vertalen als ‘zonde’, is afkomstig van de techniek van het boogschieten en betekent ‘gemist doel’. Terug naar tekst 
 

De bovenstaande tekst verscheen in mei 2010 in het Don Bosco tijdschrift. Het artikel kaderde in de rubriek 'Goed-gezin-d', een rubriek van zes bijdragen over gezinsthema's. De zes artikels werden door IDGP geschreven op vraag van de redactie van het Don Bosco tijdschrift.

top


RZL-module 'Gezin, Relaties & Religie": huiselijk geweld, religie en ethiek

In het kader van het opleidingsonderdeel ‘Religie, zingeving en levensbeschouwing’ worden aan de K.U.Leuven in de context van een onderwijsproject (promotoren: prof. J. Geldhof en prof. A. Dillen) verschillende thematische onderwijs- en leermodules uitgewerkt. In deze modules wordt de thematiek van religie en levensbeschouwing telkens vanuit een andere invalshoek benaderd. Een eerste module met als thema ‘Gezin, Relaties & Religie’ is vrij beschikbaar op de Thomas-website.

In deze thematische module wordt ingegaan op de plaats van religie en levensbeschouwing in datgene waar mensen dagelijks mee geconfronteerd worden: gezin en relaties. Door te wijzen op de levensbeschouwelijke invloeden in de beleving van (gezins)relaties wordt duidelijk dat religie, zingeving en levensbeschouwing niet gereserveerd zijn voor aparte momenten en plaatsen, maar van invloed zijn op vele, ook alledaagse, aspecten van het leven.

De module is opgebouwd uit drie grote onderdelen.
In deel A wordt vertrokken van de vraag hoe gezinnen er vandaag uitzien en wat als gezin beschouwd wordt. Daarbij wordt bijzondere aandacht besteed aan de relatie tussen religie en gezinsvormen.
Deel B focust op huiselijk geweld en de rol die religie daar in kan spelen. Vanuit christelijk perspectief worden ook enkele suggesties geformuleerd voor een ethiek van het gezin.
Deel C behandelt de religieuze opvoeding in het gezin, zowel op zeer expliciete als op impliciete wijze.
Deze drie onderdelen zijn logisch met elkaar verbonden, maar kunnen ook onafhankelijk van elkaar bestudeerd en gelezen worden. Tot slot worden in een excursus enkele Bijbelse verhalen besproken, die telkens verbonden kunnen worden met verschillende onderwerpen uit de cursustekst.

Naar de Thomas-website voor deel B 'Huiselijk geweld, religie en ethiek' 

top

 

Dit luik rond familiaal geweld is nog in opbouw.



 

top