
Je denkt eraan je kind te laten dopen, maar hebt nog veel vragen? Geen nood: hier volgen de antwoorden op de meest gestelde vragen over het doopsel.
Ze werden overgenomen uit het middenkatern van het magazine Opnieuw geboren. Je kind laten dopen?, een uitgave van Halewijn.
Ouders: wat is onze rol?

Als je je kindje laat dopen doe je dat niet zomaar. Je wilt dat je kind de kans krijgt een gelovig mens te worden. Wie zijn kind laat dopen, verbindt zich ertoe om dat mogelijk te maken, bijvoorbeeld door het kind over God te vertellen, samen te bidden, in contact te brengen met de parochie, regelmatig een viering bij te wonen, in te schrijven voor de sacramentencatechese, het kind godsdienstles te laten volgen…
Ja. Ieder kind heeft het recht ge doopt te worden ook als één van de ouders of beide niet gedoopt zijn. Daarbij mag je overigens niet vergeten wat we in antwoord op de vorige vraag zeiden: je neemt wel de verantwoordelijkheid op je om het kind de kans te bieden voor het geloof te kiezen. De doop gaat in de eerste plaats het kind aan. Dus kun je je kind laten dopen ook al ga je zelf niet (regelmatig) naar de kerk. Toch is het zinvol om bij de doop van je kind eens na te denken over je eigen band met de gemeenschap van de gelovigen.
De doop gaat in de eerste plaats het kind aan. Dus kun je je kind laten dopen ook al ga je zelf niet (regelmatig) naar de kerk. Toch is het zinvol om bij de doop van je kind eens na te denken over je eigen band met de gemeenschap van de gelovigen.
De Kerk is blij met iedere vraag om een kindje te laten dopen. Ook in de kerkgemeenschap zijn wij zoekende mensen, die graag met jou die zoektocht en antwoorden erop delen. De doopvoorbereiding is geen examen dat je moet afleggen. Je kunt er met al je vragen terecht, ook met je twijfels en kritiek. Er wordt je niets opgelegd, wel word je gevraagd om je kind in zijn gelovige zoektocht te begeleiden of te laten begeleiden.
Een lastige vraag… Als je christelijk bent gehuwd, heb je beloofd je kind christelijk op te voeden. Daar hoort de doop bij. Het is dan goed hier eens met elkaar over te praten. Hoe dan ook volstaat voor de doop de vraag van één van de ouders, op voorwaarde dat de andere ouder zich er niet tegen verzet. Uiteraard mag dat geen aanleiding vormen tot een crisis in jullie relatie. In dat geval is het beter de doop uit te stellen.
Dat kan, maar het is dan gewenst dat je eerst de voorbereidingstijd – catechumenaat genoemd – doorloopt.
Ja, als de andere persoon gedoopt is en wil huwen voor de Kerk. Je hoeft je kind dus niet om die reden te laten dopen. Wanneer je kind later christelijk wil huwen (of zijn eerste communie doen of het vormsel ontvangen) kan het zich dan laten dopen.
Jazeker, maar ook hier geldt de voorwaarde dat je je tot taak stelt om je kind alle mogelijkheden tot geloofsopvoeding te bieden. Het is ook een gelegenheid om te overwegen of je zelf niet christelijk kunt huwen.
Op zich is dat geen beletsel voor de doop van je kind. Het brengt natuurlijk wel spanningen te weeg… Je kunt je kind laten dopen als de andere ouder geen bezwaar maakt. Bij co-ouderschap is het goed als beide ouders bij de doopvoorbereiding worden betrokken.
De doop is een eenmalig sacrament, je kunt het geen tweede keer ontvangen. Toch gebeurt het bij geadopteerde kinderen vaak dat de ouders niet weten of het kind al dan niet is gedoopt. In dat geval vindt een doop onder voorwaarden plaats. Dat is voor de ouders een gelegenheid om voor een gelovige opvoeding voor het kind te kiezen.
Nee. Alle christelijke kerken erkennen elkaars doop. Anders ligt het wanneer de doop in een sekte plaatsvond.
Onder normale omstandigheden niet. De ouders zijn de enige verantwoordelijken voor de aanvraag van de doop. Grootouders kunnen natuurlijk over God en Jezus met de kinderen praten en met hen bidden. Maar hoe graag ze soms ook zouden willen dat hun kleinkind wordt gedoopt, ze mogen dat niet in de plaats van de ouders doen, tenzij ze voogd zijn.
Dat is een doop die in het geheim wordt toegediend. Dat kan bijvoorbeeld in een land waar christenen worden vervolgd, of in extreme gevallen van conflicten in de familie.
Het gaat om twee verschillende sacramenten, die liturgisch ook niet zo goed bij elkaar passen, dus: eigenlijk niet. Maar het is uiteraard wel mogelijk om, wanneer dat goed wordt gemotiveerd, de doop aansluitend op het huwelijk te vieren.
De Kerk nodigt de ouders uit om het kind te laten dopen gedurende het eerste levensjaar. Het is een manier om God te danken voor het nieuwe leven en voor zijn liefde voor elke mens.
Dat beslis je uiteindelijk zelf. We kunnen je wel twee denksporen voorleggen die elkaar aanvullen. Ten eerste: hebben jullie eerst aan je kind gevraagd of het wel geboren wilde worden in deze tijd, uit deze ouders, in dit land… Of wat er in zijn flesje moest? We nemen veel beslissingen in plaats van ons kind. Niet omdat we zijn vrijheid niet respecteren, wel om het te helpen groeien en groot worden. Je neemt die beslissingen voor het welzijn van je kind. Een kindje laten dopen is van dezelfde orde: je wil het graag zien opgroeien in geloof als heilzame levensweg.
Een tweede gedachtespoor: door zijn geboorte is je kind door God aanvaard en geliefd. Door het kindje te laten dopen geef je aan dat je dat erkent en er dankbaar voor bent. Het is een teken dat je met hem of haar mee wilt gaan op de tocht van het geloof, maar het neemt zijn of haar vrijheid om al dan niet te geloven niet weg.
In de meeste bisdommen wordt de eerste communie aangeboden aan kinderen van 7 of 8 jaar. Als je kind dat wil of je wilt het zelf en het is nog niet gedoopt, dan moet dat nog gebeuren. Op die leeftijd krijgen kinderen een eigen voorbereiding. Het is voor jullie ook een kans om je eigen geloof of ongeloof te bevragen en met je kind het geloof te herontdekken. Omdat er meer en meer kinderen in die situatie verkeren, vinden er in de bisdommen steeds meer gestructureerde voorbereidingen plaats voor die kinderen (catechumenaat, zie één van de volgende
vragen) Het is ook een kans voor de parochie om het doopsel in al zijn kracht te ontdekken.
De doop van een gehandicapt kind vraagt om een eigen aanpak, afhankelijk van de aard van de handicap. Er zijn specifieke methodes die daarmee rekening houden. Vraag dat aan de verantwoordelijke in je parochie. Nooit kan een mentale handicap een reden zijn om een kind niet te dopen.
Jazeker. Er zijn zelfs meer en meer mensen die dat doen. In Nederland en Vlaanderen meer dan duizend per jaar. Ze kiezen heel bewust voor het christen worden en vragen om het doopsel. Dat gebeurt in het zogenaamde catechumenaat.
De voorbereidingstijd voor volwassenen die zich willen laten dopen. Er zijn vier etappes: de bekering, de aanmelding voor de doopvoorbereiding, de oproep van de bisschop en de eigenlijke doop in de paasnacht. Het catechumenaat drukt goed uit hoe de gelovige mens op weg wil gaan met Jezus en zo een nieuw leven wil ontdekken en binnengaan. Meer informatie over het catechumenaat vind je via je parochie of bisdom.
Als je je kindje wilt laten dopen, kun je je tot de past(o)or van de parochie richten of tot de diaken, parochieassistent, catechist, pastoraal werk(st)er, of contacteer het parochiesecretariaat. Telefoonnummers vind je in de telefoongids, op de parochiebladzijden van Kerk en Leven (Vlaanderen) of van je parochieblad (Nederland), en in meer en meer gevallen kan het ook via de internetsite van de parochie (op www.kerknet.be). In vele parochies is er een groep die zich bezighoudt met de doopcatechese. Zij zullen met jou contact opnemen en je verder helpen.
Wat heet verplicht? Als je iets belangrijk vindt, wil je daar wel even bij stilstaan. De voorbereiding kan verschillen van parochie tot parochie, maar gebeurt meestal samen met andere echtparen die een kindje hebben gekregen. Dat schept een bijzondere band. Je kunt er je horizon verruimen en nieuwe vrienden maken. Het is ook begrijpelijk dat de kerkgemeenschap je graag wil leren kennen.
Ook dat verschilt van parochie tot parochie. Meestal is er een huisbezoek, gevolgd door één of meerdere bijeenkomsten. Samen zul je dan nadenken over de doopviering, wat het betekent om je kind te dopen… Wees in dat alles jezelf en zeg wat je denkt en voelt.
Een naam geven is niet neutraal. Mensen hechten steeds meer belang aan de naam en de betekenis ervan. In de Kerk is dat steeds een gebruik geweest. De naam werd er verbonden met een heilige (de zogenaamde patroonheilige). Als je christen wordt, treed je immers binnen in de grote familie van christenen. In het Engels heet een voornaam trouwens nog steeds ‘christian name’. Daarom is het wel een mooi symbool als het kind een naam draagt uit die familie. Als de naam die je op het gemeentehuis hebt aangegeven niet een dergelijke naam is, dan kun je een tweede naam – een doopnaam – kiezen. Overigens zijn meerdere doopnamen mogelijk. In ieder geval wordt het kind gedoopt met de naam die je zelf gekozen hebt.
Er zijn weinig beperkingen bij het kiezen van een peter en een meter: ze moeten minimaal 16 jaar zijn en katholiek gedoopt. Het is noodzakelijk iemand te vragen die betrokken is bij het geloof en het kind ook wil ondersteunen in zijn geloofsweg. Overigens hoef je geen peter én meter nemen, één peter of meter volstaat.
De meter en de peter zijn meer dan slechts getuigen van de doop. Ze vertegenwoordigen de kerkgemeenschap. Ze zullen ook aanwezig zijn bij de grote stappen die het kind in zijn geloof zal zetten: eerste communie, vormsel, enzovoort.
Minstens één van de twee wel, aangezien je maar één peter of meter nodig hebt. Als één van beiden niet gedoopt is, mag die het register niet tekenen, maar wel peter of meter genoemd worden. Christenen die gescheiden zijn en hertrouwd en die gelovig zijn, mogen ook peter en meter zijn.
Neen, ze zijn daar niet toe verplicht. Ze zijn uiteraard wel van harte welkom. Misschien is het voor hen ook een mooie kans om hun geloof te herontdekken.
Zoals gezegd is één peter of meter voldoende. Indien je goede redenen hebt om meerdere mensen te vragen, overleg dat dan met de verantwoordelijke van de parochie.
Dat hangt af van de keuze die je parochie heeft gemaakt. Aangezien de doop een sacrament van de hele gemeenschap is, bestaat een tendens om meerdere kinderen tegelijk te
dopen. Dat betekent niet dat er geen individuele aandacht voor jullie kind is.
Bij een kinderdoop gebeurt dat niet zo vaak, hoewel er een ontwikkeling is om dat meer te gaan doen: zo wordt de gemeenschap er meer bij betrokken. Kinderen die op latere leeftijd worden gedoopt omdat ze hun eerste communie willen doen, kunnen worden gedoopt tijdens de eucharistieviering. Adolescenten en volwassenen die worden gedoopt, ontvangen het doopsel tijdens de paasnacht en krijgen daarna onmiddellijk het vormsel en de eerste communie.
De algemene regel is dat de doop in de eigen parochie plaatsvindt. Het is de plaatselijke christelijke gemeenschap die het kind ontvangt en opneemt. Een andere oplossing is mogelijk, maar dan moet je dat goed overleggen met de verantwoordelijken van je eigen parochie.
Bij het begin van het christendom, toen de volwassenendoop de regel was, werden de drie sacramenten tegelijk toegediend. Ze werden dan ook initiatiesacramenten genoemd, sacramenten van inwijding in het goddelijke leven. Door de kinderdoop is die opeenvolging niet meer direct. Kinderen vanaf 7 jaar kunnen wel het doopsel en de eerste communie samen ontvangen, en adolescenten en volwassenen de drie samen.
Ja dat kan. Je moet dat wel overleggen met de pasto(o)r van je parochie.
Gedeeltelijk. Uit een keuze van teksten uit het Oude en Nieuwe Testament mag je de tekst kiezen die jou het meest aanspreekt voor de doop van je kindje. De teksten van de doop zelf liggen voor het grootste deel vast. Praat erover met de bedienaar.
In principe wordt het kind in de kerk gedoopt, omdat het zo duidelijk wordt dat het opgenomen wordt in een gemeenschap. In uitzonderlijke gevallen is een huisdoop mogelijk, bv. bij ziekte. Overleg met de verantwoordelijke van de parochie.
Natuurlijk! Naar aanleiding van de doop kun je met je familie en vrienden de ‘dubbele geboorte’ van je kind vieren: het wordt opgenomen in de familie en wordt ook lid van de grote familie van christenen.
Niets is verplicht, maar in sommige streken zijn er wel oude gebruiken. Vroeger gaven peter of meter een medaille of scapuliermedaille met de afbeelding van Maria of de patroonheilige. Tijdens de doopviering kan die worden gezegend. Uiteraard zijn ook andere zinvolle cadeaus mogelijk die het kind later aan zijn doop zullen herinneren. Het kan ook heel leuk zijn een doopalbum aan te leggen met foto’s van die dag, met de doopakte, met de doopviering… of gewoon op de dag van het doopsel de zogenaamde “babyborrel” te drinken.
Het gebruik om suikerbonen - noten of chocolade in suikerglazuur - aan te bieden bij de geboorte is al heel oud en stamt wellicht van de oude Grieken. Het hoort bij de geboorte, maar omdat de doop hier vroeger vrijwel onmiddellijk op volgde, werd het ook een doopgeschenk. Beschuit met muisjes is een Hollandse gewoonte, die waarschijnlijk in de 17de eeuw ontstond. Op een
beschuit werd gekleurde anijs gestrooid: roze voor een meisje en witte, nu blauwe, voor een jongetje. Beide zijn mooie tradities en ze kunnen, wanneer er al andere kinderen zijn, het doopsel voor hen een speciale kleur geven.

Je bent 'nooit te oud' om christen te worden en je te laten dopen.
Wie meer wil weten over het doopsel voor volwassenen en over het catechumenaat vindt hierover informatie op www.nooitteoud.be

Opnieuw geboren. Je kind laten dopen? Redactie: Johan Van der Vloet, Peter Vande Vyvere
In opdracht van de Nederlandse en Vlaamse bisschoppenconferentie
ISBN 90 8528 1504
Te koop via Halewijn en in de liturgische centra.
www.bijbel.net of hier voor een rechtstreekse link
Je vindt informatie over het doopsel en doopvieringen op:
www.nabbi.be of hier voor een rechtstreekse link
www.4ingen.be
www.pastonet.be