Je vader en je moeder eren en het leven in gezin
Impulsen en werkvormen bij hoofdstuk 7 - Je vader en je moeder eren en het leven in gezin - van 'Liefde ingebed. Bakens voor een duurzame relatie'.
- Inleiding
- Je vader en je moeder eren?!
- Over de betekenis van 'eren'
- Opdat je lang leeft en opdat het je goed gaat op de grond die de Heer je God je schenkt (Deut. 5,16)
De volledige werkmap 'Liefde ingebed - Impulsen en werkvormen voor de uitbouw en verdieping van een duurzame liefdesrelatie' kan hier gedownload worden.
Inleiding
‘Eert je vader en je moeder’ bevindt zich als een scharnier tussen de geboden over God en de meer praktische, concrete geboden over relaties tussen mensen. Dat is geen toeval: het gezin is van oudsher dé plaats waar het geloof wordt doorgegeven. Je ouders eren betekent dus ook de God eren waarover zij ons vertellen.
‘Eer je vader en je moeder’ is een gebod dat op weerstand botst. Het klinkt zo traditioneel en lijkt gericht op het verleden. Wij leven in een tijd die doordrenkt is van het vooruitgangsdenken, wij kijken liever naar de toekomst dan het verleden te eren!
Bovendien dragen mensen soms kleine of diepere kwetsuren mee uit hun kindertijd, die hun ouders, al dan niet bewust, veroorzaakt hebben. Je vader en je moeder eren?! Is dit echt een gebod voor iedereen? Wat als ze nooit tijd voor ons hadden of te veel van ons eisten? Of, wat als onze temperamenten heel anders zijn, en de omgang moeilijk verloopt? Of als ze ons mishandelden of zelfs misbruikten?
We gaan op zoek naar de diepere betekenis van ‘je vader en je moeder eren’. Is dit wel hetzelfde als alles goed vinden wat zij deden? Betekent dit gebod dat we de relatie met hen even belangrijk is als die met onze partner? Stap voor stap komen we tot een definitie van ‘eren’ waar zowel ouders als volwassenen kinderen en hun partners deugd aan beleven. Hierbij baseren we ons niet alleen op de Bijbelse inhoud van ‘eren’, maar ook op de bevindingen van de Hongaars- Amerikaanse psychiater en therapeut Iván Böszörményi Nagy (19) . We gaan op zoek naar manieren om dit ‘eren’ vorm te geven.
Aan dit gebod wordt ook een drievoudige belofte gekoppeld: ‘opdat je lang leeft en opdat het je goed gaat op de grond die de Heer God je schenkt’. Hoe kunnen we deze belofte verstaan? En hoe krijgt ze vorm in ons leven?
Je vader en je moeder eren?!
Achtergrond voor de begeleider
‘Je vader en je moeder eren’ roept soms wat weerstand op.
Het lijkt geen gebod voor deze tijd. ‘Eren’ klinkt zo hoogdravend. Misschien krijgen we wel meteen een visioen van een ouderwetse, strenge ‘pater familias’ die zelfs van zijn gehuwde kinderen strikte gehoorzaamheid eist, en die nog krijgt ook.
Het roept ook weerstanden op als we niet onverdeeld gelukkig zijn met onze kindertijd en opvoeding.
Van de meesten onder ons mogen we – gelukkig – aannemen dat ze een vrij onbezorgde jeugd hebben gekend. Als er al problemen of spanningen waren, ging het om kleine dingen. Ze verbleken in het licht van al het goede dat we kregen.
Maar ook dan hoeven we niet blind te zijn voor de tekorten in onze opvoeding. Anders kunnen die plots aan het licht komen, wanneer we bijvoorbeeld zelf een liefdesrelatie aangaan. Dan ontdekken we dat achter die vrije opvoeding, die we zo waardeerden, toch een tekort aan emotionele warmte zat. En dat speelt ons parten in onze eigen liefdesrelatie, want onze partner verwacht iets anders. Of we merken dat die innige opvoeding ons toch ook wel erg afhankelijk maakte op emotioneel vlak. Want dat is precies wat onze partner ons nu verwijt. En ligt die uitdagende, veeleisende opvoeding niet aan de basis van onze huidige werkverslaving, waar onze partner helemaal niet gelukkig mee is? Waar ligt de oorzaak als onze partner ons verwijt dat we ons gedragen als ‘een verwend kind’? Was die idyllische kindertijd met een eeuwig zorgende mama misschien toch niet zo perfect? Wel gelukkig, maar niet volmaakt?
Natuurlijk was onze opvoeding niet volmaakt, om de eenvoudige reden dat ouders, net als wij, onvolmaakte mensen zijn. Als mens en als koppel kunnen we groeien als we een realistische kijk op onze opvoeding hebben, met haar mooie en minder mooie kanten.
Anderen onder ons kunnen zich misschien bitter weinig ‘mooie kanten’ herinneren. Ze hadden een troosteloze kindertijd, die zware kwetsuren heeft veroorzaakt. Er was een ernstig tekort aan zorg en liefde. Misschien was er zelfs geweld, of emotioneel of lichamelijk misbruik.
Vaak waren deze ouders zelf eerder het slachtoffer van hun ouders, en zij hebben hun houding gewild of ongewild gekopieerd. Het spoor van een dergelijke familielast is soms generaties ver te volgen. Dit is een verklaring, geen verontschuldiging. Elke mens heeft de keuze om een bepaald patroon te herhalen, of een andere en betere wending te geven aan de familiegeschiedenis. Ook wij!
Maar daarom moeten we beginnen met een heldere kijk te krijgen op onze kindertijd. We moeten oog hebben voor de mooie dingen, en ook voor de pijn. Pas dan kan die pijn beginnen genezen. Pas dan kunnen we op zoek gaan naar een deugddoende manier om onze ouders te ‘eren’.
Voor velen zal dit geen zware opdracht zijn: de liefde was overvloedig, de tekorten klein. Voor anderen is het verwerken van het verleden een jarenlange, misschien zelfs levenslange, opdracht: de ongelukkige kindertijd trok diepe sporen in ons leven.
Een eerste stap is het schetsen van een eerlijk en volledig beeld van onze kindertijd, met zijn goede en mindere kanten. Dit betekent ook erkennen (20) dat de tekorten van onze opvoeders en de daaruit voortvloeiende pijn er geweest zijn. Om de pijn niet te voelen, zijn we immers soms geneigd om bepaalde zaken te verbloemen, of zelfs te ontkennen.
Een tweede stap bestaat erin dat we een grens trekken tussen wat goed, en wat niet goed was. Dit is zeker belangrijk als we zwaar gekwetst werden. Dan hebben we immers de neiging om al het slechte in ons leven in verband te brengen met de opvoeding. In onze gedachten wordt de kindertijd bijna de bron van alle kwaad. Maar zelfs bij de ellendigste opvoeding is niet alles in de opvoeding slecht. Ook is niet alles in ons gekwetst. Misschien is ons zelfvertrouwen beschadigd door een gewelddadige vader. Maar onze creativiteit bijvoorbeeld is hierdoor niet aangetast. Of misschien is ons vertrouwen in duurzame liefdesrelaties maar heel klein door het voorbeeld van onze ouders. Maar ons verlangen ernaar is niet beschadigd.
Door hierbij stil te staan bakenen we wonden uit onze kindertijd af. We zien niet alleen wat beschadigd werd, maar ook wat heel bleef! Het betekent dat we, hoe ons verleden ook was, oog blijven hebben voor de mooie dingen die onze ouders ons hebben gegeven!
Een derde stap zetten we door het verhaal van ons verleden te delen met iemand die we vertrouwen. Hiervoor is onze partner wel de meest geschikte persoon. Door ons verleden te begrijpen, krijgt hij of zij een sleutel naar een toekomst samen.
Werkvorm: Een blik op jouw kindertijd
Toelichting voor de begeleider
Bij deze werkvorm wordt eerst de rol van de (stief- of pleeg)ouders in kaart gebracht. Moeder en vader zijn voor hun kinderen de eerste en voornaamste bronnen van liefde en waardering. Waren onze ouders betrouwbare en overvloedige bronnen of juist niet? Wat waren de sterke punten in onze opvoeding, en waar hebben we, bewust of onbewust, een tekort aan gehad? (Soms ziet onze partner dit scherper dan wijzelf.)
Met een tweede reeks vragen staan we stil bij het effect van onze kindertijd op onze liefdesrelatie vandaag. Deze effecten zijn vaak positief, en ook de negatieve effecten kunnen we positief ombuigen, door er samen aan te werken.
Daarna beluisteren we elkaar, zonder te oordelen of in vraag te stellen. Laat ruimte voor elke emotie: dankbaarheid, woede, frustratie, vreugde, verdriet. Als we vragen stellen, zijn die er alleen op gericht elkaar beter te begrijpen. De kindertijd van onze partner begrijpen is immers een sleutel om beter met hem of haar te kunnen omgaan. (21)
Sommigen onder ons hebben misschien erg pijnlijke herinneringen aan hun kindertijd. Dan mogen we niet verwachten dat één gesprek die wonden kan helen. Misschien moet het verleden beetje bij beetje ‘herkauwd’ worden, al dan niet onder begeleiding van een therapeut. Of misschien kan een geestelijk begeleider ons inleiden in het genezende mysterie van Gods liefde voor mensen.
Toch blijft de rol van onze partner onvervangbaar. Zijn of haar liefde kan veel oud zeer helpen helen! Met hem of haar leren spreken over het verleden is de moeite waard. Dit gesprek kan thuis verder gezet worden, en gespreid worden over weken, maanden, ja, over een heel leven samen.
Praktische uitwerking
Benodigdheden: kopieën met vragen, schrijfgerief
Werkvorm voor de deelnemers: Een blik op jouw kindertijd
Over de betekenis van 'eren'
Achtergrond voor de begeleider
De tekst in de decaloog zegt niet dat we onze ouders moeten eren als we een fijne band met hen hebben. Blijkbaar zijn alle ouders deze ‘eer’ waard, hoe de verstandhouding ook is. Wat wordt toch precies bedoeld met dit ‘eren’, waar alle ouders en kinderen deugd aan beleven?
Het Bijbelse ‘eren’ betekent niet dat we onze ouders moeten vereren alsof ze heiligen waren. Zij zijn ook maar mensen, net als wij.
‘Eren’ valt ook niet noodzakelijk samen met het koesteren van warme gevoelens. Het is natuurlijk prachtig als er een innige liefdesrelatie is tussen ouders en hun volwassen kinderen. Maar liefdevolle gevoelens laten zich niet dwingen. Misschien is het door allerlei omstandigheden wel onmogelijk geworden om een hartelijke vertrouwensband met onze ouders te hebben.
‘Eren’ is ook niet hetzelfde als gehoorzamen. Dit gebod is wel vaak op deze manier geïnterpreteerd. De Catechismus van de katholieke Kerk uit 1995 is daar een recente getuige van (22).Daar wordt verwezen naar een passage uit de brief van Paulus aan de Efezen: ‘Kinderen, gehoorzaam je ouders in de Heer, zo hoort het. Eer uw vader en uw moeder, zo luidt het eerst gebod, waaraan een belofte verbonden is opdat het u goed mag gaan en u lang mag leven op aarde’ (Ef 6,1-3). (23) En verder kunnen we lezen: ‘De kinderen zijn aan hun ouders eerbied, dankbaarheid, passende gehoorzaamheid en hulp verschuldigd’ (24). ‘Je ouders eren’ betekende dan doen wat zij zeiden of wensten. Gehoorzaamheid wordt echter gekleurd tot zegen of vloek naargelang de kwaliteit van de opvoeding, en de goede bedoelingen van de opvoeder. Natuurlijk mogen ouders gehoorzaamheid eisen om hun kinderen te beschermen tegen gevaren die ze zelf nog niet kunnen inschatten. Zo kunnen ze bijvoorbeeld stellen dat kleuters een hand moeten geven bij het oversteken. Als ouders dit tien jaar later nog steeds eisen, is er echter duidelijk iets mis! Of nog erger: sommige ouders eisten gehoorzaamheid bij het bevredigen van hun eigen emotionele, sociale en zelfs lichamelijke behoeftes, ook als dit hun kinderen kwetste. Deze angstige gehoorzaamheid heeft niets te maken met ‘eren’!
Eren betekent ook niet dat we onze ouders moeten imiteren. Sommige opgroeiende kinderen denken dat ze in de voetsporen van hun ouders moeten treden om goede kinderen te zijn. Dus zien we toch maar af van die artistieke opleiding, en worden onderwijzer. Of we worstelen met schuldgevoelens wanneer we onze schoonmoeder, die fulltime thuisbleef voor de kinderen, om hulp moeten vragen bij de opvang van onze kinderen. Of we zijn een beetje bang dat onze zuinige ouders zullen ontdekken hoeveel onze laatste gezinsreis kostte.
Het is bevrijdend te beseffen dat onze ouders ‘eren’ niet betekent dat we hen moeten imiteren!
Maar wat is eren dan wel?
‘Eren’ is de vertaling van het Hebreeuwse woord ‘kabeed’ dat betekent: ‘gewicht toekennen aan iets’ of ‘iemand zijn volle gewicht geven’. Deze term wordt in de Bijbel vaak gebruikt in verband met God. God ‘eren’ betekent God erkennen als wie Hij wezenlijk is, God erkennen als God. Zo moeten we onze ouders ook erkennen in hun ouder-zijn: zij zijn de twee mensen die ons het leven gaven.
Op deze manier ‘eer’ bewijzen aan onze ouders, gaat terug op de diepe verbondenheid tussen ouders en kinderen. Nagy, de grondlegger van de contextuele therapie, heeft het over ‘existentiële loyaliteit’. Elk kind is van nature loyaal tegenover zijn ouders, niet noodzakelijk vanuit een gevoel, maar vanuit een zijnsrealiteit. Die twee mensen ZIJN (nu eenmaal) onze ouders. Door geboren te worden IS er een netwerk van relaties en wederzijdse rechten en verplichtingen ontstaan, of die nu goed werden ingevuld of niet. Dit ‘aangeboren’ loyaliteitsgevoel ten opzichte van onze ouders blijft zelfs overeind bij misbruik. Het kind wil geven en loyaal zijn. Door dit verlangen te ontkennen, doen we onszelf pijn. De uitdaging als volwassene bestaat erin om op een gezonde, goede manier uiting te geven aan deze loyaliteit. Maar hoe kunnen we gezond ‘eren’?
In de joodse traditie wordt heel precies omschreven wat ‘eren’ is. De Talmoed stelt:
‘Het betekent de ouders voorzien van voedsel, kleding en verblijfplaats en hen helpen het huis te verlaten en terug te keren. Kinderen mogen niet op de plaats van vader gaan zitten, ouders mogen niet bij de voornaam genoemd worden, als kinderen weggaan, moeten ze dat zeggen en raad vragen aan hun ouders en hen vragen hen te zegenen. Kinderen moeten hun ouders schrijven als ze in een andere stad wonen, ze moeten hun aandacht voor hun ouders verdubbelen als ze ouder worden en daden die hen verdriet doen, zoals ruzie tussen broer en zus, vermijden.’ (25)
Natuurlijk kunnen we deze zaken niet letterlijk op onze cultuur en persoonlijke situatie overdragen. Het komt erop aan de geest achter deze adviezen aan te voelen. Al deze richtlijnen geven heel praktische, concrete handelingen weer, die veelal kaderen binnen een humaan en zorgzaam omgaan met anderen. Ook Jezus verwijst naar praktische hulp aan de ouders als een noodzakelijke vorm van eer. (26)
Vandaag kan dit betekenen dat we, rekening houdend met onze eigen mogelijkheden, overwegen hoe we onze ouder wordende ouders kunnen bijstaan. We kunnen hen de weg wijzen naar hulpinstanties, of hen gewoon wegwijs maken in de moderne multimedia! We kunnen hen helpen bij administratieve verplichtingen, of eraan denken dat we zachte bereidingen maken, wanneer we voor hen koken. Misschien is het mogelijk om in hun buurt te wonen, en af en toe in te springen voor vervoer. We kunnen regelmatig tijd maken voor een telefoontje, en een kaart sturen voor moeder- of vaderdag.
We kunnen hen ook eren door zorg te dragen voor onszelf en voor de toekomst, door zelf te huwen, kinderen te hebben en deze goed op te voeden, door ons te engageren voor de gemeenschap, enzovoort.
Ten slotte is aandacht voor overgeleverde tradities een vorm van de ouders ‘eren’. Dit kan ook gaan over religieuze tradities, zoals op feestdagen mee naar de kerk gaan of zelf huwen voor de kerk. (27) Het is natuurlijk jammer als dit het enige motief voor een kerkelijk huwelijk zou zijn – de grootste rijkdom van een kerkelijk huwelijk gaat dan immers verloren! – maar, mits het een vrije keuze is, blijft het een mooie uiting van loyaliteit.
Werkvorm: Hoe kunnen we als koppel onze ouders eren?
Toelichting voor de begeleider
Aan de hand van een stellingenspel komen we verschillende manieren van ‘eren van de ouders’ op het spoor, die niet allemaal even gezond en opbouwend zijn. Een paar ervan zijn vast herkenbaar, en misschien al de bron geweest van heel wat conflicten onderling.
Naast het gebod de ouders te eren, staat er immers ook een andere richtlijn in de Bijbel. In het Scheppingsverhaal wordt de vrouw geschapen uit de rib van de eerste mens. Adam is zielsgelukkig met zijn partner, en het verhaal wordt als volgt besloten: ‘Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt.’ Deze vaststelling staat in een gezonde spanning tot de oproep om onze ouders te eren. De band met de partner moet hechter zijn dan die met de ouders. Is dit ook bij ons het geval? Of staat het ‘eren van vader en moeder’ onze eenheid soms in de weg?
Het is belangrijk dat we elkaar mild en open beluisteren. Dat betekent dat we niet in discussie gaan, maar geïnteresseerd vragen stellen om elkaar beter te begrijpen.
Vervolgens gaan we op zoek naar gezonde manieren om onze ouders en schoonouders te eren, manieren die niet alleen hen, maar ook ons als individu, als koppel en als gezin ten goede komen. Daarom laten we hierbij het initiatief uitgaan van onze partner. Hij of zij bekijkt de relatie met onze ouders vanuit een andere bril. Daarom kan zijn of haar advies voor een gezond ‘eren’ heel verrijkend zijn.
Praktische uitwerking
Benodigdheden: kopieën met stellingen en vraagjes, schrijfgerief
Werkvorm voor de deelnemers: Hoe kunnen we als koppel onze ouders eren?
Opdat je lang leeft en opdat het je goed gaat op de grond die de Heer je God je schenkt (Deut. 5,16)
Achtergrond voor de begeleider
‘Eer je vader en moeder’ is méér dan zomaar een gebod. Het wordt uitgebreid met een drievoudige belofte. Als we onze ouders eren, op een goede, gezonde en haalbare manier, wordt ons een lang leven beloofd. Bovendien zal het een goed leven zijn. En ten slotte is het een leven op de grond die God zelf ons schenkt.
De belofte van een lang leven gaat terug op de gebruiken van die tijd. Sociale zekerheid bestond er niet, ouders die zelf niet meer in hun levensonderhoud konden voorzien, waren voor hun oude dag aangewezen op de zorgen van hun kinderen. Als deze zorgen er niet kwamen, waren ook hun levensdagen geteld.
Vreemd genoeg zegt het gebod echter niet ‘opdat je vader en moeder lang leven’, maar ‘opdat jij lang leeft’. En eigenlijk klopt dit wel. Doordat alle volwassenen hun vaders en moeders ‘eerden’, was de kans veel groter dat kinderen dit op hun beurt ook zouden doen. Ze hadden het goede voorbeeld gezien.
En dit geldt ook vandaag nog. Als onze kinderen zien dat wij, ondanks alle drukte, tijd maken voor een bezoekje of telefoontje aan onze ouders, is de kans groot dat zij dit later ook zullen doen. Als onze kinderen zien dat wij mild omgaan met fouten en tekortkomingen van onze ouders, is de kans groot dat zij op hun beurt ons zullen vergeven wat wij verkeerd aanpakten. Als onze hele sociale omgeving nu ziet dat wij op een of andere manier onze ouders bijstand verlenen, zullen we later misschien ook genieten van een samenleving waar er zorg is voor het oude en kwetsbare.
De tweede belofte is dat we een goed leven zullen hebben als we onze ouders eren. Het omgekeerde is alvast bevestigd door onderzoek van psychologen. Nagy stelt dat een volledige ‘breuk’ in de ‘onverbreekbare’ relatie tussen ouders en kinderen, een grote onvrijheid en lijden met zich meebrengt. (28) Ook voelen we ons doorgaans niet beter door de hulpbehoevendheid van ouder wordende ouders te negeren. Niemand zal er fier of gelukkig over zijn dat zijn of haar ouders zich eenzaam voelen of nood lijden. Als we onze ouders helemaal niet willen helpen of zelfs met hen gebroken hebben, lijden we meestal zelf ook.
We hebben gezien dat het eren van onze ouders begint bij de kleine of grotere kwetsuren uit onze opvoeding te laten genezen. We zetten een paar stappen op weg in vergeving. Als we niet vergeven, blijft de rekening immers open staan. Onze ouders gaven misschien niet (alles) waar we als kind recht op hadden, en daardoor hebben we, wat Nagy noemt, ‘destructief recht’ opgebouwd.
We hebben als het ware een tegoed, dat we misschien later opeisen bij onschuldige anderen: onze eigen partner, of onze eigen kinderen. Dan moet ons nieuwe gezin de rekening betalen van wat in het gezin van oorsprong heeft plaatsgevonden. Tot onze verbazing zien we hoe de geschiedenis zich herhaalt. We handelen net zoals onze vader of moeder handelde, en dat terwijl we er zoveel kritiek op hadden!
Er is echter ook een positieve uitweg. Een negatieve erfenis, of ze nu groot of heel klein is, kan de motivatie vormen om het anders en beter te doen. Het verleden wordt de leraar van de toekomst, onze kleine of grotere pijn een vruchtbare bodem voor nieuw geluk. We geven de familiegeschiedenis een nieuwe wending. We schrijven ons eigen verhaal, het verhaal van een goed leven. Althans, dat proberen we.
Tezelfdertijd beseffen we dat we dit niet alleen op eigen kracht kunnen. Als we niet leven op de grond die God ons schenkt, hebben we geen vaste bodem onder onze voeten. De grond die God ons schenkt, wordt wel eens geloof genoemd. Of liefde. Of hoop. Het geloof dat we, als we onze ouders willen eren, hierbij Gods leiding zullen ondervinden. De hoop dat we in staat zullen zijn zelf goede dingen door te geven aan onze kinderen. De liefde om alles wat gebeurde een plaats te geven in ons leven.
Een dankbaar hart bevindt zich altijd op ‘de grond die de Heer je God je schenkt.’ En ongetwijfeld zijn er talloze herinneringen om dankbaar voor te zijn! Dit geldt zelfs als de kindertijd helemaal niet zo mooi was. Anselm Grün die als benedictijner monnik ook vele mensen geestelijk begeleidt, onderstreept dat we steeds op zoek moeten gaan naar ‘voetsporen van God’ in ons verleden. In zijn gesprekken werd hij vaak geconfronteerd met schrijnende verhalen, maar toch is hij ervan overtuigd dat er zelfs in de meest troosteloze kindertijd gouden momenten waren.
Vanuit dit dankbaar gedenken kunnen we dan ook Gods voetsporen zien naar een mooie, liefdevolle toekomst.
Werkvorm: Op zoek naar Gods voetsporen
Toelichting voor de begeleider
Terugkijken naar het verleden is niet altijd gemakkelijk. Het helpt als we een goede bril opzetten. Een bril die ons de zegeningen uit het verleden scherper doet zien, en een bril die ons duidelijk toont in welke richting wij verder kunnen gaan.
Daarom eindigen we met onze partner drie ‘goudklompjes’ te geven vanuit ons verleden. We schrijven drie koester-herinneringen op: dit kunnen herinneringen zijn aan een plaats, aan een ervaring, aan mensen, … Deze verhaaltjes zijn een geschenk voor onze partner.
We hebben vandaag gesproken over de kwetsuren uit onze kindertijd, maar we willen niet blijven vasthangen aan de pijn van het verleden. Ook pijnlijke ervaringen uit de kindertijd hoeven de toekomst niet te verzuren. De vraag is hoe we ermee omgaan. We lezen de bezinningstekst ‘De drie bomen’, en gaan daarover in gesprek aan de hand van de vraagjes.
Ten slotte kijken we waarheen Gods voetsporen lopen in onze toekomst. Waar ligt dat goede leven dat ons werd beloofd? Wat zijn mijn richtingwijzers? Vind ik trouw heel belangrijk? Of vrijheid en zelfontplooiing? Wil ik een open communicatie? Of wil ik zacht en teder met mijn partner (en kinderen) omgaan? We gaan op zoek naar een ‘motto’ voor ons leven. Een goed motto wordt altijd positief verwoord. We zeggen bijvoorbeeld niet ‘Ik wil geen vernederende uitspraken doen over partner of kinderen (zoals misschien één van mijn ouders soms deed)’, maar wel ‘Ik wil dat we elkaar respectvol en teder aanspreken’. Leg daarna jullie motto’s samen. Schrijf ze over op een nieuw blad papier. Ze zullen elkaar verrijken, als unieke vruchten van een unieke voorgeschiedenis.
Praktische uitwerking
Benodigdheden: gekleurde kopieën met tekst ‘De drie bomen’, per persoon zes kleurrijke briefjes voor de goudklompjes en de individuele motto’s (eventueel in de vorm van een voetafdruk), één grote voetafdruk (voor de zes motto’s samen), kopieën met vraagjes en schrijfgerief.
Werkvorm voor de deelnemers: Op zoek naar Gods voetsporen en tekst 'Drie bomen'.
Voetnoten
(19) De Hongaarse naam Nagy wordt uitgesproken als 'nodzj'. Terug naar tekst
(20) J. Monbourquette, Hoe vergeven? Vergeven om te genezen. Genezen om te vergeven, Averbode 2001. Terug naar tekst
(21) Deze werkvorm is gebaseerd op een werkvorm uit ‘Marriage Course, Hoe bouw je aan een gezond huwelijk dat een leven lang duurt?’, Alpha-cursus Nederland, 2004, 68-70. Terug naar tekst
(22) A. Dillen, ‘Vader, moeder zult gij eren’, vloek of zegen? Bespreking van het vierde gebod vanuit het contextuele denken van Ivan Boszormenyi-Nagy, in Rondom Gezin, 21(2000) 4, 260-273. Terug naar tekst
(23) Catechismus van de katholieke Kerk, Brussel, 1995, p. 464. Terug naar tekst
(24) Catechismus, p. 475. Terug naar tekst
(25) M-A. Quaknin; op.cit., p. 102. Terug naar tekst
(26) Mc 7,8-13. Terug naar tekst
(27) A. Dillen, ‘Vader, moeder zult gij eren’, vloek of zegen? Bespreking van het vierde gebod vanuit het contextuele denken van Ivan Boszormenyi-Nagy, in Rondom Gezin, 21(2000) 4, 260-273. Terug naar tekst
(28) A. Dillen, ‘Vader, moeder zult gij eren’, vloek of zegen? Bespreking van het vierde gebod vanuit het contextuele denken van Ivan Boszormenyi-Nagy, in Rondom Gezin, 21(2000) 4, 260-273. Terug naar tekst
