Je zinnen niet zetten op... Over verlangen en goesting
Impulsen en werkvormen bij hoofdstuk 6 - Je zinnen niet zetten op... Over verlangen en goesting - van 'Liefde ingebed. Bakens voor een duurzame relatie'.
De volledige werkmap 'Liefde ingebed - Impulsen en werkvormen voor de uitbouw en verdieping van een duurzame liefdesrelatie' kan hier gedownload worden.
Inleiding
Het laatste verbod zegt: ‘Zet uw zinnen niet op de vrouw van een ander, en laat evenmin uw oog vallen op zijn huis, of op zijn akker, zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort.’(15)
Dit verbod lijkt zich enkel te richten tot mannen. Het werd dan ook geschreven in een tijd dat de echtgenote nog als ‘bezit’ van haar man gold. Nochtans is het een zinvolle regel voor mannen én vrouwen: ook vrouwen kunnen immers begerig zijn naar ander’vrouws’ hoffelijke partner, fantastische kinderen, droomhuis, talenten, … en nog veel meer.
Verlangen naar wat niet van jou is maar aan een ander toebehoort, ligt aan de basis van heel wat kwaad. Misschien is het wel de wortel van alle kwaad. Gebeurde de eerste (broeder)moord niet doordat iemand begerig was naar andermans relatie met God? Sinds Kaïn zijn broer Abel vermoordde, is er reeds heel wat bloed gevloeid door het verlangen naar rijkdommen die aan iemand anders toebehoorden. Oorlogen en kwaadsprekerij, moord en bedrog… maar al te vaak lag verlangen naar iets of iemand aan de basis hiervan.
Bepaalde oosterse denkrichtingen zien begeerte of verlangen dan ook als iets dat met tak en wortel moet uitgeroeid worden. Pas als de mens vrij is van elk verlangen, is hij ook innerlijk vrij, stellen deze Wijzen uit het Oosten. Als je kijkt naar de dynamiek in een maatschappij waar de begeerte wordt aangemoedigd, zoals bij ons vaak het geval is, kun je hen alleen maar gelijk geven. Onze westerse samenleving lijkt er soms wel op uit iedereen steeds meer te doen verlangen naar nog méér winst en eer, lichamelijke schoonheid, en allerlei vormen van genot. Nooit was er meer welvaart dan vandaag in dit deel van de wereld, nooit was er meer ontevredenheid en rusteloos verlangen.
De joods-christelijke traditie biedt ons een genuanceerde kijk op verlangen. Verlangen kan een kracht zijn die ons naar de Liefde stuwt, of een kracht die ons neerhaalt. Net zoals vrijheid van verlangen een uiting van liefde kan zijn, of een uiting van bittere onverschilligheid.
Verlangen speelt een belangrijke rol in elke relatie. Ze is de stuwende kracht bij verliefdheid, kan aan de basis liggen van jaloersheid en afgunst, en krijgt vorm in onze seksualiteit. Bij elk van deze facetten van onze liefdesrelatie ontdekken we kansen tot groei én valkuilen voor de liefdesrelatie.
Verliefdheid
Achtergrond voor de begeleider
Verliefdheid kunnen we beschrijven als een hevig verlangen naar elkaar. We willen de hele tijd samen zijn, en verlangen sterk naar emotionele en fysieke vereniging. Als vanzelf komt de verliefde mens in een staat van innerlijke heelheid: geest, lichaam en ziel werken perfect samen om van die vereniging een feit te maken!
Verliefdheid is dan ook één van de meest positieve gevoelens die een mens kent, en ze wordt bezongen in talloze liederen en gedichten. In het Hooglied geven twee verliefde mensen een levendig beeld van de liefde tussen de mens en zijn Schepper. Verliefdheid is verlangen op zijn best, zouden we kunnen zeggen.
En toch zijn er zoveel verliefde stellen die een paar jaar later een hekel hebben aan elkaar. Of er wordt schamper gesproken over verliefdheid, als een periode van ‘blindheid’ of ‘zinsbegoocheling’.
Hoe kunnen we die tegenstrijdigheid verklaren?
Om dit te begrijpen, moeten we wat inzicht hebben in onze eigen psychologische structuur. Carl Gustav Jung schetste hoe een mens is opgebouwd uit verschillende lagen, net als een ui. Aan de buitenkant zit onze persona (Latijn voor ‘masker’). Het is dat deel van ons dat we laten zien aan de buitenwereld. Het wordt gevormd door onze aangeboren mogelijkheden en door de boodschappen die we van diverse opvoeders kregen. Daardoor hebben we bepaalde eigenschappen naar ‘voren’ gehaald, en andere weer weggestopt. Vaak stoppen we deze eigenschappen zo diep weg, dat we ons niet eens meer bewust zijn van hun bestaan: ze zitten in ons onderbewustzijn. De Canadese priester-psycholoog Monbourquette (16), die deze theorie van Jung verder uitwerkte, noemde dit verborgen deel onze ‘schaduw’. In deze schaduw zitten eigenschappen die doodlopend zijn (bijvoorbeeld egoïsme), maar meestal ook hun levengevende keerzijden (bijvoorbeeld: opkomen voor jezelf).
We illustreren dit aan de hand van een voorbeeld:
Willem is opgegroeid in een keurig gezin. Van jongs af aan leerde hij zijn best te doen en gehoorzaam te zijn. Zijn vader werkte bij een organisatie voor ontwikkelingssamenwerking, en uitte vaak zijn ongenoegen over het egoïsme van de meeste mensen. Zijn moeder leerde hem tekenen en piano spelen. Zij was een lieve, fijngevoelige dame die snel gekwetst was.
Willem ontwikkelt zich tot een verlegen, jonge man die heel vriendelijk en voorzichtig is in de omgang met andere mensen. Hij is altijd bereid tot delen of een dienst verlenen.
Kelly is opgegroeid in een reeks van pleeggezinnen. Ze leerde al snel dat ze vooral moest rekenen op zichzelf. Ze ontwikkelde een zesde zintuig voor buitenkansjes en manieren om daar haar voordeel mee te doen. Ook leerde ze zich te pantseren tegen negatieve opmerkingen van opvoeders en leerkrachten, want die kwamen er vaak genoeg! Dankzij de steun van haar laatste pleegmoeder, en haar eigen ambitie, slaagde Kelly er toch in hogere studies te doen. Ze kwam terecht in de bedrijfswereld en maakte snel carrière.
Ze is nu een zelfzekere jonge vrouw, heeft een ijzeren wil en een bewonderenswaardig doorzettingsvermogen. Bij tegenkanting komt zij pas echt op dreef.
Wanneer Willem en Kelly elkaar ontmoeten, is het helemaal niet ondenkbeeldig dat zij smoorverliefd worden op elkaar. Psychologen zouden ons ook kunnen vertellen waarom: zij herkennen in elkaar het stukje dat ze zelf niet konden of mochten ontwikkelen.
Want diep in Willem zit er een gezonde brok ambitie en een zelfzekerheid die zich niet stoort aan anderen. En diep in Kelly zit er een angstig meisje, dat graag lief wil zijn en geliefd wil worden.
Het verlangen naar elkaar heeft heel veel te maken met het verlangen naar dat verloren stuk van onszelf. Als we samen zijn, hebben we het gevoel één te zijn: méér ‘onszelf’ dan wanneer we alleen zijn.
Zo zijn beide beschrijvingen van verliefdheid tegelijk juist: ‘Tegengestelden trekken elkaar aan’ én ‘Hij/zij is net als ik!’ We staan immers vol bewondering voor bepaalde goede eigenschappen, die we ontdekken in de persona van onze partner, die vaak anders is dan de onze (‘Tegengestelden trekken elkaar aan’). En tezelfdertijd herkennen we deze eigenschappen als een deel van onszelf, zo lang verborgen in de vergeetput van onze schaduw (‘Hij/zij is net als ik!’). Dankzij de kracht van de verliefdheid, kunnen we die eigenschappen zelfs weer naar boven halen.
Kelly wordt zachter en liever, Willem wordt assertiever en durft meer.
Maar naarmate de jaren vorderen, valt elke partner terug in zijn gewone patronen.
Willem gaat zich ergeren aan het egoïsme en de eigengereidheid van Kelly. En Kelly gaat de onzekerheid en onderdanigheid van Willem minachten.
Is dit dan het onvermijdelijke einde van elke verliefdheid? Is ‘verlangen’ inderdaad de wortel van alle kwaad, zelfs als het zo mooi begint?
Gelukkig niet. Wanneer we op iemand verliefd worden, kunnen we dit ook beschouwen als een wegwijzer. Die God die Liefde is, geeft ons een zetje in de goede richting. We worden getrokken naar datgene wat we hebben afgewezen, opdat we het weer toelaten in onszelf.
Willem kan zijn leven lang leren assertiever zijn, en Kelly kan hem daarbij helpen.
Kelly kan leren anderen vertrouwen en rekening houden met hun wensen en Willem kan daarbij haar gids zijn.
Dit kan echter alleen maar als we elkaar vergeven dat we geen droomprins of -prinses zijn. Dat de ander ook zijn goede en slechte kanten heeft. Dat zelfs die vurige bewonderde eigenschappen een gitzwarte achterkant hebben.
Dan kan verliefdheid geleidelijk rijpen tot liefde. We leren de ander graag zien ondanks zijn of haar tekortkomingen. Dit kunnen we dankzij de ervaring dat de ander ons graag ziet ondanks onze tekorten. We hebben ondervonden niet met de man of vrouw van onze dromen samen te leven en toch blijven we de ander als uniek en prioritair beschouwen. We proberen aanwezig te zijn voor de ander, als die ons nodig heeft, of een belangrijk moment beleeft, we zetten onze schouders samen onder werk of een project, we geven elkaar tedere, lichamelijke aandacht.
Dit is een proces dat niet vanzelf verloopt. Het is hard werken om niet te blijven steken in de ontgoocheling, niet te verzanden in cynisme en bitterheid. Tezelfdertijd weet iedereen die door die ontgoocheling heengaat en ‘ware liefde’ proeft: dit is genade. Liefde is een geschenk, een levengevende stroom waar we zomaar in mogen gaan staan.
Werkvorm: Van verliefdheid naar liefde
Toelichting voor de begeleider
Verliefdheid is het ontstekingsmechanisme, liefde is de brandstof. Beide zijn nodig om samen op weg te gaan.
Verliefdheid kan pas rijpen tot liefde wanneer we elkaar zien zoals we werkelijk zijn. Daarom gaat de eerste vraag over zelfkennis. Via het kwadrant van Ofman krijgen we inzicht in onze kernkwaliteiten (mooie eigenschappen uit onze persona) en onze uitdagingen of groeikansen (de verborgen schatten uit onze schaduw). We zullen merken dat onze groeikansen vaak kernkwaliteiten zijn bij onze partner en omgekeerd. Deze oefening toont ons ook hoe aan elke eigenschap twee kanten zitten, en kan ons milder maken naar onszelf en naar anderen.
We beginnen links onderaan met het invullen van het kwadrant. Daar schrijven we een eigenschap van onze partner of van andere mensen die ons sterk ergert, die we innerlijk verfoeien (bijvoorbeeld: bazigheid of onderdanigheid, immoraliteit of betweterigheid, … voor iedereen is dit anders). In het vakje links bovenaan schrijven we het tegengestelde van deze eigenschap. Dat is dan één van onze kernkwaliteiten. Rechts bovenaan schrijven we wat deze eigenschap wordt als we hierin gaan overdrijven: onze valkuil. Rechts onderaan schrijven we het tegengestelde van deze valkuil: hier zit onze groeikans, en vaak blijkt dit een kernkwaliteit van onze partner te zijn (of van andere mensen die we bewonderen).
Een voorbeeld:
Iemand heeft een hekel aan oppervlakkige mensen. Dit betekent wellicht dat diepzinnigheid één van zijn kernkwaliteiten is. Als dit overdreven wordt, gaat het over in piekeren en teveel ‘in je hoofd’ zitten. En daar tegenover staat een speelse, zorgeloze, kinderlijke houding: een eigenschap die men, samen met oppervlakkigheid, heeft verdrongen. Daar zit de groeikans van die persoon, en misschien koos hij wel een partner die daarbij een gids kan zijn.
Als we eerst samen een paar voorbeelden doornemen, zal duidelijk worden hoe dit kwadrant kan gebruikt worden. We leren onszelf en elkaar op die manier beter kennen.
Praktische uitwerking
Benodigdheden: kopieën met voorbeelden van kwadranten, kopieën met vraagjes en schrijfgerief
Werkvorm voor de deelnemers: Van verliefdheid naar liefde
Jaloezie en afgunst
Achtergrond voor de begeleider
Het verlangen naar een hechte liefdesband zit heel diep in elke mens. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de angst om deze band te verliezen aan een ‘rivaal’ even diep gaat.
Als we vrezen dat onze partner een derde wel aantrekkelijker zou kunnen vinden, worden we jaloers. Als we zien dat onze partner aan een derde geeft wat we zelf willen hebben, worden we afgunstig. Jaloezie en afgunst gaan hier hand in hand, en vormen samen een krachtige emotie die zowel woede, angst als verdriet in zich draagt.
Toch heeft jaloezie ook een nuttige kant. Het kan fungeren als een signaal. Misschien bedreigt een diepgaande vriendschap met een derde wel de intimiteit met onze partner. Of misschien staat onze partner wel te veel open voor de charmes van een derde. Of misschien krijgen wij eenvoudigweg te weinig tederheid en aandacht van onze partner, waardoor we ons sneller bedreigd voelen.
Op die manier kan jaloezie de aanzet geven tot een goed, open gesprek en nieuwe afspraken, die de relatie ten goede zullen komen.
Soms is jaloezie echter eerder een teken van een angstig hechtingspatroon. De angst om de ander te verliezen, ontstaat dan zonder dat er een reden is. Dit is voor alle betrokkenen pijnlijk, en kan alleen maar met veel liefde, geduld en inzicht omgebogen worden.
Soms is ook het ontbreken van jaloezie een teken aan de wand. Is er een muur van kille onverschilligheid tussen de partners gegroeid? Leven we koel en gevoelloos naast elkaar, misschien wel omdat die gevoelens te vaak gekwetst werden?
Jaloezie en afgunst hebben dus vele gezichten, en kunnen niet zomaar als ‘slecht’ of ‘goed’ bestempeld worden. Als we echter werken aan een houding van dankbaarheid en een rustig (zelf)vertrouwen, zal jaloezie geen vernietigende rol kunnen spelen.
Als we immers dankbaar zijn voor wat we als koppel al gekregen hebben, is er minder ruimte voor afgunst. Dankbaarheid is de kunst om te zien wat er in het halfvolle glas zit, en er ons over te verheugen. Als we dankbaar zijn voor die onverwachte knuffel ’s morgens vroeg, voelen we ons niet afgunstig omwille van de passie waarmee de partner in zijn of haar werk duikt. Als we dankbaar zijn om de fijne gesprekken samen, voelen we ons niet afgunstig omwille van die ‘ongelooflijk plezante avond’ van onze partner, waar wij niet bij waren.
Een gezonde dosis zelfvertrouwen zal ons helpen anderen niet als ‘rivalen’ te zien. Dan weten we dat onze partner ons gekozen heeft en dat we goed genoeg zijn. We hoeven ons niet te vergelijken met anderen.
Werkvorm: Afgunst en jaloezie
Toelichting voor de begeleider
Het is niet gemakkelijk om toe te geven dat we jaloers zijn. Dan tonen we immers één van onze kleinste kantjes: we zijn even opnieuw een klein kind, dat huilend in de hoek staat, vol machteloze woede en vooral erg bang om iemands liefde te verliezen.
Toch is het ook belangrijk om met elkaar over onze jaloezie te spreken. Elkaar onze kleinste kant tonen is een teken van liefde en vertrouwen. Jaloezie is bovendien een signaal dat niet genegeerd mag worden. Indien we er niet over spreken, zal ze toch de kop opsteken in een andere vorm: we zijn ‘zonder reden’ kortaf tegen elkaar, we laten ons negatief uit over een bepaalde collega van onze partner, omdat die nu eenmaal een onuitstaanbare klier of een rotmens is (‘Onbegrijpelijk dat jij dat niet ziet!’), we mijden bepaalde situaties of mensen, of we kroppen vele kleine momenten van jaloezie op tot het opeens losbarst…
Een andere reden om over jaloezie te spreken is dat er verschillende ‘soorten’ van jaloezie bestaan, en we er maar al te vaak van uitgaan dat onze partner om dezelfde redenen jaloers is als wij. Elkaar leren kennen betekent ook elkaars gevoeligheden leren kennen, en samen bepalen hoe we daarmee kunnen omgaan. Sommigen worden pas jaloers als ze een seksuele relatie met een ander vrezen. Anderen (veelal vrouwen) zijn ook jaloers als hun partner veel tijd doorbrengt met een derde, intieme gesprekken voert met deze persoon, of geheimen voor hen heeft.
Daarom lezen we eerst een getuigenis, en toetsen aan de hand daarvan onze eigen houding tegenover jaloezie.
Vervolgens vertellen we elkaar eerlijk wat ons jaloers of afgunstig maakt met behulp van een paar herkenbare situaties op briefjes. Alhoewel jaloezie en afgunst in elkaars verlengde liggen, is het toch belangrijk ze te onderscheiden.
Bij afgunst zijn we boos omdat wij niet gekregen hebben wat we wilden hebben, en iemand anders wel. Bijvoorbeeld: onze partner gaat gezellig bowlen met de collega’s, en het was een onvergetelijke avond waarover hij/zij vol enthousiasme vertelt. Dan kunnen we een steek van afgunst voelen omdat onze partner zo genoten heeft van deze avond, zonder dat we er bij waren. Of omdat de collega’s konden genieten van het gezelschap van onze partner, ontspannen en vrolijk, terwijl wij dit ook wel hadden gewild.
Jaloezie bevat echter ook de angst onze partner te verliezen. Bijvoorbeeld: op dat avondje bowling was er een welbepaalde collega die onze partner wel héél erg sympathiek vindt. En die tot overmaat van ramp knap en vrijgezel is.
Ten slotte kunnen we nieuwe afspraken maken, of elkaar beloven met die gevoeligheden op één of andere manier rekening te houden.
Jaloezie is een uiting van een (al dan niet gerechtvaardigd) gebrek aan vertrouwen. Jaloezie uitspreken wordt een uiting van vertrouwen, waarbij we onze meest kwetsbare kant laten zien. Het is belangrijk om behoedzaam met dit vertrouwen van onze partner om te gaan, en geen oordelende of afwijzende houding aan te nemen, ook als we het niet met elkaar eens zijn.
Praktische uitwerking
Benodigdheden: schrijfgerief en kopieën met vragen, voor iedereen een omslag met kleine briefjes waarop een situatie staat.
Werkvorm voor de deelnemers: Afgunst en jaloezie
Werkvorm: Jaloezie en afgunst in beeld
Toelichting voor de begeleider
Veel werkvormen gaan uit van een grote verbale vaardigheid. Toch is het niet altijd gemakkelijk om te spreken over onze liefdesrelatie, en al helemaal niet over zaken als jaloezie en afgunst. Daarom willen we nu vertrekken vanuit beelden, en zo elkaar duidelijk maken wat we ervaren.
Praktische uitwerking
Benodigdheden: een grote stapel tijdschriften, kopieën met vraagjes, schrijfgerief
Werkvorm voor de deelnemers: Jaloezie en afgunst in beeld
Seksualiteit
Achtergrond voor de begeleider
Begeren en verlangen roepen het thema van de seksualiteit op. Elk koppel hoopt op een goede, seksuele relatie. En hoezeer seksualiteit ook in de sfeer van het spontane en gevoelsmatige ligt, toch blijken een aantal doordachte keuzes en inzichten noodzakelijk voor de opbouw van een goede seksuele band.
Allereerst is er het belang van een goede communicatie. Dit gebeurt veelal op een non-verbale manier: we geven met ons lichaam aan wat we graag hebben en wat niet. Toch is het ook nodig dat we in een gesprek onze verlangens en voorkeuren uitdrukken. Ook hier geldt immers het verschil tussen man en vrouw, en die hebben niet altijd dezelfde verlangens. Bovendien verandert iemand ook in de loop van zijn leven: wat we fijn vonden als twintigjarige, heeft misschien twintig jaren later zijn aantrekkingskracht verloren, en omgekeerd. Regelmatig spreken over seksualiteit zal de relatie niet beschadigen, wel integendeel: het vergroot de intimiteit en schept een band.
Ten tweede mogen we ons niet teveel laten beïnvloeden door de ‘dogma’s’ van deze tijd. Eén dogma stelt dat er maar twee echt goede motieven zijn om te vrijen: het ene is verliefdheid of vurige liefde, het andere is kinderwens. Dit zijn inderdaad twee krachtige motieven. Seksualiteit die plaats heeft binnen een vaste relatie wordt ervaren als hét symbool van intimiteit die met niemand anders gedeeld wordt. En vele koppels herinneren zich de periode dat ze zwanger wilden worden als een bijzonder mooie fase in hun seksuele relatie.
Maar er zijn nog veel meer motieven, en ze kleuren allemaal op hun manier een gevarieerd seksueel leven. We kunnen vrijen na een fikse ruzie, als verzoeningsritueel, of omdat de partner er zin in heeft, of, gewoon, omdat het zo lang geleden is. We kunnen vrijen om onze partner te troosten, of vrijen omdat we zelf op zoek zijn naar troost.
Wie wacht op de ideale gemoedsgesteltenis bij beide partners, moet soms heel lang kunnen wachten. Ons openstellen voor verschillende motieven om te vrijen, die heus niet allemaal even romantisch zijn, is een verrijking voor ons seksuele leven.
Ook wordt vandaag een goede seksuele relatie binnen een duurzame relatie soms in vraag gesteld. Hierbij wordt dan ‘een goede seksuele relatie’ gelijkgesteld met ‘een passionele relatie’. Tal van grapjes suggereren dat een huwelijk dodelijk zou zijn voor deze passie. Huwelijk en seksualiteit worden dan bijna voorgesteld als water en vuur.
Doorheen de geschiedenis zien we echter een onverbrekelijke link tussen seksualiteit en duurzame relaties. Een huwelijk zorgt voor een veilige ‘inbedding’ van seksualiteit. En een goede seksuele relatie is een machtige verbindende factor in een duurzame relatie.
Helaas is deze samenhang niet altijd harmonieus. Een duurzame relatie kent ups en downs, periodes van grote intimiteit waar alles vanzelf gaat, en periodes van verwijdering: door onuitgesproken conflicten, door een te drukke agenda of door de zegen van een paar levendige kinderen, die op alle mogelijke momenten de slaapkamer binnenstormen. Maar gelukkig zitten er veel kleuren in het spectrum van de seksualiteit: van een teder gebaar tot gemeenschap. Een duurzame relatie geeft ons precies de kans die allemaal te ontdekken. Zo verzamelen we een schat aan ervaringen en herinneringen, en elk nieuw samenzijn roept alles wat geweest is weer op. In die zin wordt een langdurige relatie geen verhaal van sleur en beperking, maar een verhaal van veelzijdigheid en creativiteit.
Deze kijk op seksualiteit binnen een duurzame relatie groeit vanuit het vertrouwen dat God zelf de Uitvinder is van seksualiteit. En Zijn liefde omhelst alles: zowel innige verbondenheid, als afwezigheid en elkaar niet vinden. Zowel passie als vertrouwde gewoonte. Zowel oase als woestijn. Het Hooglied biedt een bevrijdende kijk op seksualiteit: er is ruimte voor verrukking en voor falen, voor momenten van innige verbondenheid en voor elkaar zoeken zonder te vinden. En in dit alles zijn we gedragen…
Werkvorm: Wat ben je mooi, mijn vriendin…!
Toelichting voor de begeleider (17)
Het woord seksualiteit komt van het Latijnse ‘sexus’ en betekent ‘spleet, verdeling, verschil’. Het heeft dus te maken met ons ‘gescheiden zijn, doordat we verschillend zijn’. Levengevende seksualiteit begint met de verwondering over het anders-zijn van de ander. Dit jaagt ons geen angst aan, wel integendeel, we zijn erdoor aangetrokken en bewonderen het. Dichters en zangers proberen deze mysterieuze aantrekkingskracht al eeuwenlang in woorden te vatten. Een geliefd voorbeeld hiervan is het Hooglied.
Het Hooglied is één van de meest gekende boeken uit de Bijbel. De hartstochtelijke verzen en zinnelijke poëzie worden vaak gekozen als lezing bij een huwelijksviering. Lange tijd nam men aan dat koning Salomo het in de tiende eeuw voor Christus neerpende voor zijn geliefde. Na exegetisch onderzoek bleek dat het ook in de derde of vijfde eeuw voor Christus zou kunnen geschreven zijn, en dat we over de identiteit van de auteur eigenlijk niets weten. En misschien is dit maar goed ook: zo blijft het Hooglied het bezit van alle geliefden, in alle tijden.
In het Hooglied schamen de geliefden zich niet om een loflied te zingen op elkaars (seksuele) aantrekkelijkheid. Met een paradijselijke onschuld beschrijven ze elkaars lichaam van top tot teen. De schaamte van de zondeval is ver te zoeken; de geliefden van het Hooglied hebben duidelijk geen behoefte aan een vijgenblad!
Hun loflied is ook volmaakt wederkerig. Het Hooglied overstijgt tijdsgebonden tendensen die dan eens het mannelijke of het vrouwelijke lichaam als meest begerenswaardig vooropstellen. Bij de Grieken gold vooral de man als belichaming van schoonheid, vandaag is schoonheid vooral een vrouwenzaak (al komt hier de laatste tijd verandering in). In het Hooglied echter geniet het meisje van de parfums van haar jongen, en de jonge man gebruikt krachtige militaire termen om de schoonheid van zijn geliefde te beschrijven.
Maar het Hooglied reikt nog hoger. Ook de scheidingslijn tussen het lichamelijke en het spirituele wordt neergehaald. Op het einde van het Hooglied staat de naam van de ware Auteur van het Hooglied: ‘… de liefde is een vlammend vuur, een vlam van de Heer.’ (18)
Ook vandaag voelen koppels zich soms beschaamd om ‘elkaars lof te bezingen’. Toch is dit de brandstof voor elke seksuele relatie. Als de verwondering verdwijnt, verarmt de seksuele liefde. Als de verwondering wordt uitgesproken, wordt ze vermenigvuldigd.
Daarom willen we in deze werkvorm elkaar ‘het hof maken’. We willen elkaar vertellen wat ons zo aantrekt in elkaar. Hiervoor kunnen we woorden en beelden gebruiken. In een paar voorbeelden zien we hoe de minnaars van het Hooglied elkaar bezingen: zij gebruiken beelden uit hun dagelijkse omgeving. Ook wij kunnen, in een paar zinnen, elkaar ‘bezingen’. We schrijven ons stukje Hooglied op een gekleurd papier, en geven het elkaar als een geschenk.
Als we ons niet goed thuis voelen in woorden, kunnen we ook een beeld gebruiken. Vooraan liggen een paar tijdschriften met knappe foto’s. We kiezen een foto uit die ons op één of andere manier aan onze geliefde doet denken, en schrijven of vertellen erbij waarom dit onze keuze was.
Praktische uitwerking
Benodigdheden: tijdschriften met natuur- of symbolische beelden, gekleurde blaadjes papier, schrijfgerief, kopie met tekst van het Hooglied
Werkvorm voor de deelnemers: Wat ben je mooi!
Werkvorm: Het begint met een goed gesprek
Toelichting voor de begeleider
Het is niet gemakkelijk om te spreken over seksualiteit. Misschien hebben we dit gesprek nog nooit gevoerd, of misschien hebben we het alleen op een heel emotionele manier gevoerd, in de vorm van liefdesverklaringen of verwijten. Vandaag is het de bedoeling dit gesprek rustig te voeren, in eerbied en interesse voor elkaars anders-zijn.
Eerst proberen we, elk voor zich, onze seksuele relatie te omschrijven aan de hand van tien polen van gevoelens die elkaars tegengestelde zijn. Waar bevinden wij ons met onze relatie? We stellen die plaats voor door een kruisje te zetten. Wanneer iemand bijvoorbeeld de seksuele relatie als heel spontaan ervaart, dan plaatst die het kruisje dichter bij de pool ‘spontaan’ dan bij ‘routineus’. Het is wel de bedoeling om zoveel mogelijk het ‘neutrale’ middenveld te vermijden. Als we aandachtig naar ons hart luisteren, blijkt een ‘tussen-de-twee’ gevoel immers vaak een verdrongen gevoel te zijn, dat we om een of andere reden ontkennen. Nadien beluisteren we elkaars aanvoelen. We treden hierbij niet in discussie, het is alleen de bedoeling om een eerlijke kijk te krijgen op hoe we zelf en hoe onze partner de seksuele relatie ervaart.
Dit verkennende gesprek kunnen we dan verder uitdiepen aan de hand van een paar vragen, die ons telkens uitdagen om haalbare stappen te zetten in een richting die ons allebei gelukkig maakt. We bereiden deze vraagjes kort afzonderlijk voor, om nadien met onze partner de antwoorden te bespreken.
Praktische uitwerking
Benodigdheden: kopieën met vraagjes, schrijfgerief
Werkvorm voor de deelnemers: Het begint met een goed gesprek
Voetnoten
(15) Deut 5, 21 (Nieuwe Bijbelvertaling). Terug naar tekst
(16) J. Monbourquette, Bevriend met je schaduw, je onbeminde zijde, Averbode, Uitgeverij Averbode, 2007. Terug naar tekst
(17) K. Velghe, Vier seizoenen van liefde. Spiritualiteit van gehuwden, IDGP, Leuven, 2002. Terug naar tekst
(18) Hooglied 8, 6b, Nieuwe Bijbelvertaling. Terug naar tekst
