Niet stelen en verschil en eigenheid
Impulsen en werkvormen bij hoofdstuk 4 - Niet stelen en verschil en eigenheid - van 'Liefde ingebed. Bakens voor een duurzame relatie'.
De volledige werkmap 'Liefde ingebed - Impulsen en werkvormen voor de uitbouw en verdieping van een duurzame liefdesrelatie' kan hier gedownload worden.
Inleiding
Ten tijde van de Decaloog ging ‘stelen’ louter over het stelen van materiële bezittingen. Omdat de meeste mensen over heel weinig bezittingen beschikten, was stelen zondermeer levensbedreigend en moest dan ook verboden worden.
Deze bescherming van bezit is tot vandaag overeind gebleven. Toch staan we nu voor de uitdaging om het begrip ‘bezit’ nog verder te verfijnen. Gaat het enkel over materiële goederen? Of is onze eigenheid ook ons bezit? Proberen we soms onze partner, in naam van de liefde, te ‘bestelen’ van deze eigenheid? Willen we onze partner ‘veranderen’ omdat zijn of haar ‘eigen-aardigheden’ de relatie in de weg staan? Of laten we onszelf veranderen, passen we ons teveel aan?
Het gebod ‘Gij zult niet stelen’ geeft opnieuw een duidelijke richting aan voor een gezonde liefdesrelatie.
We gaan op zoek naar de eigenheid van onszelf en onze partner. Er kan een verschil zijn in het hebben van bezittingen, wat de machtsstructuur binnen de relatie mee kan bepalen. Maar partners ontdekken ook vaak een verschil in persoonlijkheid, dat verrijkend kan zijn voor de relatie of voor verwijdering kan zorgen. Ten slotte is er een genderverschil, heel eenvoudig omdat we man of vrouw zijn.
Doorheen alle werkvormen willen we ons meer bewust worden van deze verschillen, en erover spreken met elkaar. Zo proberen we tegelijk te groeien in eigenheid en in verbondenheid met elkaar. Een hecht koppel zijn en toch jezelf blijven is een levenslange opdracht! Vertrouwen is niet alleen de voorwaarde, maar ook de vrucht van deze eenheid tussen twee verschillende mensen. Doorheen de Bijbelse novelle Ruth gaan we op zoek naar een paar kenmerken van dit vertrouwen.
Verschil in bezittingen
Achtergrond voor de begeleider
Wie rijkdom heeft, heeft macht. Dit geldt ook binnen een relatie. Wie meer bezittingen heeft, beschikt in zekere zin over een machtspositie. Als één partner beduidend rijker is dan de andere, kan dit voor spanningen in de relatie zorgen. Misschien was één van ons beiden al rijker bij het begin van het huwelijk. Of misschien is dit later zo gegroeid, doordat één van ons ziek is geworden of zijn (haar) werk is kwijtgeraakt, of, zoals vaak gebeurt, doordat één van ons (meestal de vrouw) haar carrière (gedeeltelijk) opgaf omwille van de opvang en opvoeding van de kinderen.
Dit verschil in financiële capaciteit bezorgt de financieel zwakkere partij soms een ongemakkelijk gevoel. Het kan ook een bron van onenigheid tussen ons worden, wanneer de ‘rijkere’ partner hierdoor eenzijdig zaken gaat bepalen, of een overwicht krijgt in de gesprekken rond ‘gezamenlijke’ beslissingen.
Zelfs als de rijkere partner een ‘geste’ doet in die gesprekken, blijft het gevoel van ongelijkheid bestaan. De partner die ontvangt, bouwt immers een schuld op die ooit moet afgelost worden.
Het is belangrijk om ons bewust te zijn van deze mechanismen, en open gesprekken te voeren over geld en over de gevoelens die een verschil in rijkdom bij ons beide oproepen.
Werkvorm: De kleur van geld...
Toelichting voor de begeleider
Een gesprek over geld is altijd delicaat, zeker als er (grote) verschillen bestaan in wat we allebei ‘binnen’ brengen. Daarom vertrekken we vanuit een paar getuigenissen van andere koppels. Hun openhartigheid kan helpen om zaken in onze eigen relatie te benoemen.
Ook is het zinvol om de stappen van de geweldloze communicatie (hoofdstuk 2) nog even te lezen. De laatste vier vragen van de werkvorm volgen immers dit stramien.
Praktische uitwerking
Benodigdheden: lijst met opdrachten en vragen voor de koppels
Werkvorm voor de deelnemers: De kleur van geld
Verschil in persoonlijkheid
Achtergrond voor de begeleider
‘Hij is net als ik.’
‘Ik heb in haar mijn zielsgenoot gevonden.’
In de eerste fase van de verliefdheid beleven we vaak een gevoel van eenheid. We zijn ervan overtuigd dat onze partner voelt, denkt, droomt zoals wij. We zijn niet meer alleen.
Naarmate de tijd vordert, komen er barsten in deze droom van eenheid. We ontdekken dat onze partner toch wel een en ander helemaal anders aanvoelt, en dat onze dromen lang niet altijd in dezelfde richting gaan.
Als we ervoor kiezen om toch samen verder te gaan, stelt dat ons voor een probleem. Hoe kunnen we een koppel blijven als we zo ‘anders’ zijn? Misschien proberen we wel onze partner te ‘veranderen’. Of we sleutelen aan onszelf. Soms cijferen we onszelf zo veel weg dat we zelfs vergeten wat onze eigen behoeftes zijn. Als we toch maar dat warme, heerlijke gevoel van versmelting niet kwijt geraken.
Maar deze ‘eenheid’ is bedrieglijk, aan de basis ervan ligt immers een vorm van ‘diefstal’.
Ofwel stelen we het anders-zijn van onze partner: we zetten hem of haar onder druk om te veranderen en te beantwoorden aan onze droom. Of we bestelen onszelf: we verdringen bepaalde delen van onszelf om de partner toch maar tevreden te stemmen en onszelf te blijven koesteren in de eenheidsdroom.
Is die eenheid dan een illusie? Moeten we ons verlangen naar eenheid met onze partner dan maar opbergen? Gelukkig niet. Wel moeten we ons idee over ‘eenheid’ misschien bijstellen: een gezonde eenheid heeft niet veel te maken met het ideaal van samensmelting. Een gezonde eenheid heeft immers respect voor de eigenheid van onze partner, en van onszelf.
Als we leven in deze gezonde eenheid, zullen we na jaren kunnen vaststellen dat we, op een of andere manier, toch naar elkaar toe gegroeid zijn… Zonder dat we er veel erg in hadden, zijn we toch wel een beetje ‘veranderd’.
Werkvorm: Ken uzelf!
Toelichting voor de begeleider
Om op weg te gaan naar een gezonde eenheid, die groeit vanuit ons anders-zijn, moeten we eerst onszelf kennen. ‘Alle wijsheid begint bij zelfkennis’, wordt wel eens gezegd. Ook de Grieken wisten het al: ‘Ken uzelf!’ stond, volgens de overlevering, in gouden letters gegrift boven de toegangspoort naar de tempel. De boodschap is duidelijk: leer jezelf kennen, als je dichter bij God en de ander wilt komen. Over de auteur van deze wijsheid bestaat geen zekerheid, sommigen beweren zelfs dat deze uitspraak recht uit de hemel zou gekomen zijn.
Zelfkennis verwerven is niet zo gemakkelijk. Blijkbaar kunnen we onszelf heel wat wijsmaken over hoe we in elkaar zitten. We verwarren vaak onze wensen en idealen met wie we echt zijn.
Twee ‘objectieve’ getuigen om onszelf te leren kennen, zijn ons lichaam en een ander die we in vertrouwen kunnen nemen. Onze partner ziet ons zoals we zijn, niet zoals we zouden willen zijn. Ons lichaam laat het ons weten wanneer we woedend, droevig of angstig zijn, ook al proberen wij die emoties te ontkennen. Daarom maakt deze werkvorm gebruik van deze twee uitstekende ‘kenners’ van onszelf.
We vertrekken vanuit een zelfportret. Dit hoeft echt geen artistiek kunstwerkje te zijn, het gaat eerder om de symboliek. Vervolgens schrijven we bij verschillende lichaamsdelen een eigenschap. Voor de ene persoon zal bij handen ‘goede kok’ staan, bij een ander ‘hulpvaardig’. Bij de een zal bij de oren ‘muzikaal’ staan, bij de ander ‘goed kunnen luisteren’. We leggen onze ‘zelfportretten’ aan onze partner voor. We gaan op zoek naar gelijkenissen en verschillen, en hierbij is het natuurlijk niet de bedoeling de toegeschreven eigenschappen in vraag te stellen of te gaan bekritiseren! In een tweede fase kan de partner één of een paar eigenschappen toevoegen, die volgens hem/haar vergeten zijn, maar wel belangrijk.
Praktische uitwerking
Benodigdheden: bladen tekenpapier, schrijfgerief
Werkvorm voor de deelnemers: Ken uzelf!
Werkvorm: De verschillende liefdestalen(12)
Toelichting voor de begeleider
Het verschil in onze persoonlijkheden zal ook blijken uit de manier waarop we liefde uiten, en liefde wensen te ontvangen. Maar al te vaak komt iemand tot de conclusie dat zijn of haar partner niet echt van hem/haar houdt, terwijl ze gewoon een andere liefdestaal spreken.
Doorheen jarenlange observatie kwam de therapeut Gary Chapman(13) tot de conclusie dat er vijf liefdestalen bestaan en dat iedereen zijn favoriete liefdestaal heeft. Natuurlijk hebben we allemaal deugd van elke liefdestaal, maar toch hebben we bepaalde talen méér nodig dan andere. Deze voorkeur heeft te maken met onze opvoeding en met onze persoonlijkheid. Opvallend is dat we zelf onze liefde vooral uiten in de taal die we zelf het meest nodig hebben. Maar misschien staat bij onze partner wel een andere taal op de eerste plaats!
1. De eerste liefdestaal is het gebruik van positieve woorden. ‘Goed zo!’ ‘Ik vind het geweldig, hoe je dat voor elkaar hebt gekregen!’ ‘Je ziet er heel knap uit vandaag!’ Iedereen vindt het prettig om iets dergelijks te horen, maar als onze eerste liefdestaal ‘positieve woorden’ is, drinken we dergelijke uitspraken op als emotionele levenssappen, en vinden we het vreselijk als we die moeten missen.
2. De tweede liefdestaal is tijd en aandacht. Als dit onze liefdestaal is, kunnen we alleen tevreden gesteld worden met veel tijd, onverdeelde aandacht, en samen dingen doen. Een goede communicatie, met wederzijds luisteren en praten is dan heel belangrijk voor ons. We hechten er het grootste belang aan om bijvoorbeeld de maaltijden te delen, samen uitstapjes te plannen, samen herinneringen op te halen, enz.
3. De derde liefdestaal is de lichamelijke aanraking. Als dit onze taal is, knuffelen we graag en worden we graag geknuffeld. Seksuele en niet-seksuele aanrakingen zijn hier belangrijk: een hand geven, een zoen, een rugmassage, elkaar even aanraken wanneer we elkaar passeren,… Mannen en vrouwen verschillen vaak op dit vlak. Voor veel mannen is aanraking een onderdeel van seksuele opwinding, terwijl het voor veel vrouwen een uiting van genegenheid is, die niets met seks hoeft te maken te hebben.
4. De vierde liefdestaal is het geven van cadeaus. Een cadeautje betekent immers: ‘mijn partner heeft aan me gedacht.’ Deze cadeautjes hoeven helemaal niet duur te zijn. Het is de achterliggende boodschap die belangrijk is. Als we deze liefdestaal verkiezen, is wachten tot ‘de vaste momenten’ (verjaardag, kerst, …) niet gemakkelijk. We krijgen liever elke week een kleine attentie dan te wachten op dat grote geschenk met kerst. Ook verwachten we dat een liefhebbende partner de moeite neemt om uit te vissen welk geschenk we graag willen (binnen een haalbaar budget natuurlijk).
5. De vijfde liefdestaal is dienstbaarheid. Als dit onze taal is, verlangen we dat onze partner ons helpt door dingen te doen: de tuin of het huis keurig houden, ons een lift geven naar een sportmanifestatie, iets repareren dat stuk is, … Soms gaat het om heel gewone, alledaagse dingen, die elke dag opnieuw onze liefdestank bijvullen. Soms zijn het niet-dagelijkse dingen, waarmee hij of zij tegemoet komt aan specifieke behoeften op specifieke momenten. De invulling van deze dienstbaarheid blijft dan ook niet beperkt tot gewoonten die we van onze ouders overnamen, of die bepaald werden door de huidige cultuur.
Deze vijf talen zijn als moedertalen waarin we elkaar onze liefde meedelen. Voor elk van ons zal één van deze moedertalen de liefde beter doorgeven dan de andere. Maar ‘mijn’ moedertaal is vaak een andere dan die van mijn partner. Het is nonsens te denken dat als iemand ècht van me houdt, hij of zij spontaan wel zal weten welke taal mijn lievelingstaal is. De keuze van de taal heeft immers niet te maken met de echtheid van de liefde, maar met verschillen in onze persoonlijkheid. Het is belangrijk om te ontdekken welke uitingen van liefde voor onze partner het belangrijkst zijn en het gebruik ervan te oefenen. Een nieuwe taal (beter) leren spreken is niet onszelf ‘veranderen’. We worden zelf rijkere mensen, en tonen onze liefde en respect voor de ander. De volgende werkvorm wil hierbij helpen.
Praktische uitwerking
Benodigdheden: blaadjes papier met vragen, schrijfgerief
Werkvorm voor de deelnemers: De verschillende liefdestalen
Gender-verschillen
Achtergrond voor de begeleider
Sommige feministes zijn ervan overtuigd dat psychologische verschillen tussen man en vrouw enkel een kwestie zijn van opvoeding. Andere onderzoekers tonen aan dat er wel degelijk typisch mannelijke en typisch vrouwelijke eigenschappen bestaan, die vaak in verband staan met de lichamelijke verschillen. Zo kunnen de relationele vaardigheden van een vrouw wel eens in verband staan met haar vermogen om in haar eigen lichaam ruimte te scheppen voor de ander. Dit gebeurt op twee manieren: bij seksueel contact, en tijdens de zwangerschap. En staat het jagerstalent van de man, dat vaak naar voren komt in de beroepswereld, niet in verband met de grotere hoeveelheden testosteron in zijn bloed?
Toch is het heel delicaat om lijstjes met typisch ‘mannelijke’ en ‘vrouwelijke’ eigenschappen op te stellen. Hiermee gaan we immers voorbij aan het individu, en zetten we elkaar onder druk om te beantwoorden aan bepaalde profielen. Nog kwalijker wordt het wanneer we ook typisch ‘mannelijke’ of ‘vrouwelijke’ takenpakketten gaan vastleggen, en op die manier onze partner in een bepaald stramien duwen.
De moderne roep naar ‘de vrijgevochten vrouw’ en ‘de nieuwe man’ kan echter even dwingend zijn: heel wat vrouwen of mannen voelen zich thuis in typisch vrouwelijke of mannelijke patronen, maar durven hiervoor niet meer uitkomen.
Het is in elke relatie belangrijk dat we hierover van gedachten wisselen: niet eenmalig, maar op verscheidene tijdstippen in ons leven. Soms is het immers wenselijk en zelfs noodzakelijk dat bepaalde patronen die een tijdlang goed werkten, opnieuw in vraag worden gesteld.
Werkvorm: Van rolpatronen tot takenpaketten
Toelichting voor de begeleider
Een gesprek over wie welke taak op zich neemt, kan algauw de vorm krijgen van een discussie. Daarom kiezen we voor een speelse, positief gerichte werkvorm.
We krijgen een omslag met briefjes waarop een huishoudelijke taak staat. Er zijn heel wat briefjes, maar vanuit de concrete realiteit van ons gezin dringen zich misschien nog heel andere taken op. Misschien dragen we de zorg voor een zieke ouder, of een kind met een handicap. In de omslag zitten dan ook een twintigtal blanco briefjes, zodat we zelf kunnen aanvullen. Andere taken kunnen we dan misschien weer aan de kant leggen, omdat die al worden uitbesteed, of niet van toepassing zijn in ons gezin.
Vervolgens spreiden we de taken uit op tafel en nemen om beurten een briefje met de taak die we wel zien zitten voor onszelf. Misschien moet hier en daar een briefje gekopieerd worden, omdat we allebei deze taak willen opnemen. Hiervoor kunnen opnieuw de blanco briefjes dienen.
Natuurlijk moet bij dit spel rekening gehouden worden met de andere taken die onze partner op zich neemt. Als bijvoorbeeld één partner voltijds werkt, en de andere halftijds, is het evident dat laatstgenoemde méér briefjes kiest, of huishoudelijke taken kiest die méér tijd in beslag nemen. Als de deeltijds werkende vrijwillig taken op zich neemt, bijvoorbeeld de zorg voor een zieke moeder of schoonmoeder, moet hier ook rekening mee gehouden worden.
Het mag zeker geen zaak worden van afwegen en elkaars rekening maken. Natuurlijk kan het gesprek na dit spel eventuele wanverhoudingen aan het licht brengen, en dan is het goed hierover te spreken. De technieken die we aanleerden in hoofdstuk 2 komen hier zeker van pas! Maar in eerste instantie wil dit spel gericht zijn op kansen voor de toekomst. We komen op het spoor welke taken het best bij iemand passen (en die komen niet altijd overeen met de klassieke rolpatronen, of de taakverdeling zoals die al jarenlang gehanteerd wordt), en we leren elkaar hiervoor te waarderen.
Praktische uitwerking
Benodigdheden: voor elk koppel een omslag met briefjes met taken (en blanco briefjes), een lijst met vragen.
Werkvorm voor de deelnemers: Van rolpatronen tot takenpakketten
Vertrouwen
Achtergrond voor de begeleider
Tot hiertoe bleven we stilstaan bij open gesprekken over verschillen, en hoe we liefdevol kunnen omgaan met deze verschillen. Toch kunnen die verschillen telkens opnieuw opduiken en soms bedreigend lijken voor onze relatie.
Praten alleen biedt dan geen oplossing. Er moet vertrouwen groeien, van binnen naar buiten. Dit vertrouwen is het antwoord van de liefde op verschillen. De angst dat onze partner onze eigenheid zou stelen, wordt kleiner door vertrouwen. Of dat een ander aantrekkelijker ‘bezittingen’ zou hebben. Zelfs de neiging om onze partner te ‘veranderen’ wordt kleiner als het vertrouwen groeit.
Daarom willen we op zoek gaan naar dit vertrouwen dat reeds aanwezig is in onze relatie. We willen het benoemen en er elkaar voor danken. We willen ontdekken hoe het vertrouwen binnen onze relatie kan groeien, al zijn de omstandigheden soms onvoorspelbaar en mensen soms onbetrouwbaar.
Vertrouwen(14) kan op veel manieren gevoed worden. Allereerst groeit het door onze dagelijkse zorg voor elkaar: we verdienen geld voor elkaar, we koken gezond en lekker voor elkaar. We sparen samen voor een huis, en we zorgen dat onze partner dat pilletje voor zijn of haar bloeddruk niet vergeet te nemen.
Vertrouwen vaart ook wel bij duidelijke afspraken rond geld en geldbesteding, taakverdeling, invulling van vrije tijd enzovoort. Misschien levert een liefdesleven vol verrassende wendingen wel heel passionele momenten op, maar vertrouwen groeit het best bij duidelijke, gezonde afspraken die door beide partners gerespecteerd worden. Stel je voor dat we nooit op voorhand weten met hoeveel personen we aan tafel zullen zitten. Of dat we er het raden naar hebben of de kinderen al dan niet naar school zullen gevoerd worden door onze partner. Stel je voor dat onze partner plots een aankoop doet waardoor ons geplande weekendje in het gedrang komt.
Natuurlijk moeten afspraken flexibel zijn. Regels dienen de mens, en niet omgekeerd. Gemaakte afspraken moeten opnieuw kunnen besproken en aangepast worden. En er moet altijd ruimte blijven voor de plotse ingeving, een spontaan veranderen van wat gangbaar is. Al te starre regels zorgen alleen maar voor sleur. Ook zijn er persoonlijk verschillen: sommige mensen voelen zich veilig en gelukkig bij duidelijke afspraken, andere ervaren dit als onvrij, en zoeken het onverwachte en verrassende. Maar ergens tussen sleur en avontuur ligt voor elk koppel goede, vaste grond onder de voeten en op die vaste grond groeit ons vertrouwen.
Vertrouwen neemt ook toe als we elkaar onze verhalen vertellen en laten zien wie we zijn. Maar al te vaak geven we elkaar ’s avonds een ‘verslag’ van onze dag. Het vergt moed en interesse om wat meer bloot te geven, elkaar te vertellen hoe we ons in deze dag gevoeld hebben.
Het fundament en de deksteen van ons vertrouwen kunnen we echter niet zelf leggen. Dat wordt ons gegeven. We krijgen het vertrouwen van anderen, familie en vrienden, in onze relatie. In moeilijke periodes kunnen we door hen gedragen worden.
En we krijgen het vertrouwen van God in onze relatie. In het sacrament van het huwelijk bevestigt Hij dat Hij, als Bron van alle liefde, met ons op weg gaat. Hierbij geeft Hij ons alle vrijheid, in vertrouwen.
Werkvorm: Ruth en Boaz
Toelichting voor de begeleider
Een van de mooiste verhalen over vertrouwen tussen een man en een vrouw vinden we in de Bijbelse novelle Ruth. Dit verhaal werd vermoedelijk geschreven in de vijfde eeuw voor Christus.
Het beschrijft hoe een Joods gezin tijdens een hongersnood naar buurland Moab uitwijkt, op zoek naar een beter leven. De vader Elimelek sterft echter kort na hun aankomst. Noömi blijft als weduwe achter met haar twee zonen. Die groeien op en trouwen met twee Moabitische meisjes: Orpa en Ruth. Maar het noodlot slaat opnieuw toe: de beide zonen sterven ook. Noömi beslist bedroefd en verbitterd om terug te keren naar haar geboorteland. Helemaal alleen. Maar Ruth laat zich niet afschepen. Ze vertrouwt zichzelf toe aan Noömi, haar God en haar volk.
In Israël ontmoet ze Boaz, een familielid van haar overleden schoonvader. Er zijn heel wat verschillen tussen Ruth en Boaz. Zij is een arme bedelares, hij is een rijke landman. Zij heeft als enig dicht familielid een schoonmoeder, hij heeft een netwerk van familie en vrienden. Zij is machteloos, hij heeft macht. Zij is vreemdeling, hij heeft naam en positie in zijn stad. Zij is een jonge vrouw, hij een oudere man.
Het gevaar voor ‘diefstal’ is niet denkbeeldig. Zij zou, langs slinkse wegen, kunnen proberen deze financieel aantrekkelijke partner te vangen. Hij zou kunnen misbruik maken van zijn machtspositie. Toch groeit er vertrouwen tussen deze twee verschillende mensen. Een liefdesrelatie bloeit op.
Hun vertrouwen heeft te maken met heel gewone dingen: zorg dragen voor elkaar, duidelijke afspraken maken, en eerlijk spreken met elkaar.
Maar bovenal heeft het te maken met hun vertrouwen in eenzelfde God van liefde, die zorgt voor mensen.
Aan de hand van stukjes uit dit tijdloos liefdesverhaal, gaan we op zoek naar sporen van vertrouwen in onze relatie. We benoemen ze en bedanken elkaar ervoor!
Praktische uitwerking
Benodigdheden: kopieën, schrijfgerief
Werkvorm voor de deelnemers: Ruth en Boaz
Voetnoten
(12) Deze werkvorm werd ontleend aan Marriage Course, Hoe bouw je aan een gezond huwelijk dat een leven lang duurt - Werkboek, Alpha International, 2000. Terug naar tekst
(13) G. CHAPMAN, De vijf talen van de liefde, Jongbloed, 1996. Terug naar tekst
(14) K. VELGHE, Vier seizoenen van liefde. Spiritualiteit van gehuwden, IDGP, Leuven, 2002. Terug naar tekst
