Niet doden en geweldloosheid in intieme relaties
Impulsen en werkvormen bij hoofdstuk 2 - Niet doden en geweldloosheid in intieme relaties - van 'Liefde ingebed. Bakens voor een duurzame relatie'.
- Inleiding
- Geweld in de liefdesrelatie
- Tederheid
- Geweldloze communicatie
- Vergeven
De volledige werkmap 'Liefde ingebed - Impulsen en werkvormen voor de uitbouw en verdieping van een duurzame liefdesrelatie' kan hier gedownload worden.
Inleiding
‘Je zult niet doden’ (letterlijk vertaald: ‘je zult niet moorden’) is het eerste verbod uit de reeks van tien geboden. Als we het letterlijk vertalen, staat er eigenlijk: ‘Je zult niet moorden.’ Dit verbod is een mijlpaal in de geschiedenis. Het is geschreven in een tijd waarin er veel gemoord en geplunderd werd. ‘Het recht van de sterkste’ bepaalde wat er zou gebeuren. Maar met dit verbod wordt er aan een spiraal van geweld een halt toegeroepen.
In het Oude Testament staat ook de gekende wet ‘oog om oog, tand om tand’. In onze oren klinkt dit misschien hard en grimmig, maar in die tijd was het een hele stap voorwaarts.
Deze twee verboden bepalen immers een ondergrens: alleen de aangerichte schade mag vereffend worden, blind moorden kan en mag niet!
Jezus gaat nog een stap verder wanneer Hij stelt: ‘Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk is gezegd: “Pleeg geen moord. Wie moordt, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. En ik zeg zelfs: ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Wie tegen hen “Nietsnut!” zegt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie “Dwaas!” zegt, zal voor het vuur van de Gehenna(3) komen te staan.’ (Mt 5,21-22)(4)
Hier breidt Jezus het oorspronkelijke verbod uit naar alle vormen van ‘geweld’. Als we respectloos met elkaar omgaan, in woorden of gedachten, zijn we reeds ‘dodend’ bezig. En hiermee beschadigen we niet alleen de ander, maar ook onszelf. We kunnen ons immers lelijk branden aan dit ‘vuur van de Gehenna’.
Een waarschuwing om rekening mee te houden, want welke liefdesrelatie is helemaal vrij van ‘geweld’? Sommige relaties gaan gebukt onder fysiek geweld, maar veel vaker vinden we sporen van andere manieren om macht uit te oefenen over elkaar. We gaan op zoek naar verborgen ‘geweld in de liefdesrelatie’, en naar ‘levengevende’ alternatieven.
‘Tederheid’ is zo een alternatief. Dichters en zangers hebben het over ‘tederheid’. Het is de liefdevolle grondhouding tegenover de ander. Deze tederheid krijgt vorm in ‘geweldloze communicatie’, een manier van spreken en luisteren die we allemaal kunnen leren!
Hoe we ons echter ook inzetten voor een liefdevol samenleven, toch komen er momenten waarop we moeten vaststellen dat we de ander gekwetst hebben, dat we hem of haar ‘geweld’ hebben aangedaan. ‘Vergeving’ blijft een noodzaak, om steeds opnieuw samen te kunnen verdergaan.
Geweld in de liefdesrelatie
Achtergrond voor de begeleider
Geweld in relaties heeft vele gezichten. Er is fysiek geweld, maar ook verbaal of emotioneel geweld. De partner kan zijn of haar vuisten gebruiken, maar met woorden kunnen we onze partner even erg vernederen. We kunnen goedkoop succes oogsten in een groep, door onze partner een beetje belachelijk te maken. Of we kunnen ons tegenover derden neerbuigend uitlaten over de carrière, of eetgewoontes, of sportieve prestaties van onze partner. We kunnen ook binnen de relatie onze partner chanteren, soms zonder één woord te zeggen. Een ijzige stilte is een machtig wapen. En vaak wordt bij deze chantage seksualiteit als pasmunt gebruikt.
Telkens we op een of andere manier de ander ‘onderdrukken’, hem of haar zonder respect voor zijn anders-zijn onder druk zetten, is dit een vorm van ‘geweld’. Iedereen kan dus op een of andere manier het slachtoffer worden van ‘geweld’ in de relatie, of verleid worden om zelf ‘geweld’ te gebruiken.
Werkvorm over onderdrukking: 'Het verhaal gaat'
Toelichting voor de begeleider
Heel wat ‘geweld’ binnen de relatie neemt een seksistische vorm aan. We behandelen onze partner op een bepaalde manier omdat die tot een andere sekse behoort. Diep vanbinnen leeft de overtuiging dat die andere sekse toch wel minderwaardig is. Denk maar aan de smalende opmerkingen van sommige vrouwen, die bijvoorbeeld zeggen dat ze drie kinderen hebben: twee kleintjes en één groot. Of aan bepaalde mannen die neerbuigend doen over de prestaties van hun vrouw in bed.
Deze minachting voor het andere geslacht vindt, spijtig genoeg, soms voeding in religieuze tradities. Hoeveel eeuwen werd de vrouw niet onderdrukt, omdat het uiteindelijk toch Eva was die als eerste inging op de verleiding door de slang? Alhoewel het verhaal van Eden naar de schatkamer der mythen werd verwezen, houden vele mensen onbewust vast aan een letterlijke interpretatie van dit verhaal: de vrouw, die uit de man werd geschapen en hem dan ook nog eens ten val bracht, is minderwaardig.
Nico ter Linden geeft in ‘Het verhaal gaat. De verhalen van de Thora’ een andere kijk op dit scheppingsverhaal. Hij steunt hierbij op oude joodse interpretaties, die het scheppingsverhaal niet zien als het verhaal van een man en een vrouw, maar veeleer als het verhaal van ‘het vrouwelijke’ en ‘het mannelijke’ in elke mens. ‘Het vrouwelijke’ staat hierbij voor de overheersing van het gevoel en de verbondenheid met de natuur. ‘Het mannelijke’ staat voor ‘het verstandelijke, de rede’. Idealiter zijn beide facetten mooi ontwikkeld, en vormen ze een harmonieuze eenheid. Maar wat als ‘Iesj –Adam’ (het verstandelijke) zich afzijdig houdt? Wat als hij ‘Iesja – Eva’ (het gevoel) eerst zomaar haar gang laat gaan, en haar vervolgens blindelings volgt? Dan tuimelt de mens in een zondeval.
Deze kijk op het zondevalverhaal roept heel wat vragen op. Hoe staan we tegenover het mannelijke en het vrouwelijke in de ander en in onszelf? Welke rol primeert bij onszelf? Moet de rede dan steeds het gevoel leiden? Waar stopt de samenwerking tussen ‘rede’ en ‘gevoel’, en begint onderdrukking van het ene door het andere – een vorm van geweld?
Alleen je gevoelens volgen is de reis van een stuurloos schip, alleen je rede volgen een reis op het droge. Een respectvol evenwicht vinden tussen ‘het mannelijke’ en ‘het vrouwelijke’ binnen jezelf en in de relatie blijkt een levenslange opdracht.
In de volgende opdracht lezen we het verhaal van ‘Iesj’ en ‘Iesja’ en gaan we op zoek naar ‘het mannelijke’ en ‘het vrouwelijke’ in onszelf en in onze partner.
Praktische uitwerking
Benodigdheden: kopieën met tekst en vragen, schrijfgerief
Werkvorm voor de deelnemer: Het verhaal van ‘Iesj’ en ‘Iesja’
Tederheid
Achtergrond voor de begeleider
Er is geen plaats voor geweld waar er tederheid is.
Door teder te zijn, benaderen we elkaar vanzelf op een geweldloze manier. Want tederheid wil niet onderdrukken. Integendeel, de andere krijgt een liefdevolle ruimte, om te zijn wie hij of zij is. Tederheid is het antwoord van de liefde op een gebroken wereld en onvolmaakte mensen.
Tederheid wordt immers niet opgeroepen door indrukwekkende kracht of mooie prestaties van de ander, maar juist door de ontdekking dat in onze partner iets klein en kwetsbaar, iets onschuldig en ongerept is. En dankzij deze tederheid durft hij of zij zich steeds meer ‘bloot’ te geven. Een relatie komt tot bloei!
Tederheid betekent niet dat we met elkaar versmelten, wel integendeel. Tederheid aanvaardt juist dat de ander nooit helemaal te bereiken is. We zullen onze partner nooit helemaal kennen, maar we respecteren die afstand. We benaderen elkaar tactvol, en met schroom voor het wonder van zijn of haar anders-zijn.
Tederheid kan zich op vele manieren uiten: in blikken, strelingen, woorden en nog veel meer.
Om teder te kunnen zijn, hebben we wel de juiste ogen nodig. Het is niet zo gemakkelijk om ‘het kleine, kwetsbare kind’ te zien in de overspannen zakenman, of in de zeurende echtgenote. We kunnen ook niet de hele tijd ‘het ongerepte’ ontdekken in onze partner. Soms worden tedere woorden of gebaren hol omdat ze een gewoonte zijn geworden, en de tederheid eruit verdwenen is.
Door de onderstaande werkvormen willen we onze tedere blik opnieuw scherper stellen. We willen iets bijleren over wat tederheid kan betekenen voor onze relatie.
Werkvorm: Beelden
Toelichting voor de begeleider
Verwoorden wat tederheid voor ons betekent, is niet zo eenvoudig. Als woorden tekort schieten, kunnen beelden vaak helpen om iets duidelijk te maken. Met behulp van enkele beelden gaan we op zoek naar de sleutel tot onze tederheid.
In een tweede stap zoeken we, per koppel, zelf een beeld van wat tederheid voor ons betekent. We geven het vorm in een gezamenlijke tekening, die natuurlijk geen kunstwerk moet worden! Of, als er een stukje natuur vlakbij is, kunnen we, per koppel, een kleine wandeling maken, op zoek naar een symbool van tederheid (een bloem, een pluim, …) Ten slotte kunnen we elkaar iets vertellen over hoe wij tederheid aanvoelen, aan de hand van die tekening of dat symbool. Of we maken een kleine ‘tentoonstelling van tederheid’, waarbij iedereen zonder veel woorden elkaars ‘kleine tederheid’ kan bewonderen.
Praktische uitwerking
Benodigdheden: kopieën met beelden, grote vellen wit papier, viltstiften, kleurpotloden,…
Werkvorm voor de deelnemers: Tederheid in beeld
Werkvorm: Een schrijfgesprek
Toelichting voor de begeleider
In een duurzame relatie leren we elkaar steeds beter kennen. Soms denken we zelfs dat we de ander ‘helemaal’ kennen. We kunnen zijn of haar zinnen afmaken, weten op voorhand hoe hij of zij zal reageren, raden meteen wat de partner denkt of voelt.
Het spreekt voor zich dat dit niet goed is voor onze dialoog. We ontwikkelen een bepaalde manier van spreken met elkaar, die een vast patroon volgt, en steeds tot dezelfde resultaten leidt. We kunnen al op voorhand zeggen wat de uitkomst van dat gesprek over financiën of vrijetijdsbesteding zal zijn. En vaak hebben we gelijk, maar we beseffen niet dat onze manier van spreken net een ingestudeerd nummertje is: ik zeg zus, jij reageert zo, dan antwoord ik weer dit, enzovoort … We geven elkaar geen kans om het gesprek anders te laten verlopen!
Een schrijfgesprek kan dit patroon doorbreken. Hierbij kan elk van ons lang ‘aan het woord’ zijn, zonder beïnvloeding door de gesprekspartner. Het is een uitstekende manier om nieuwe gedachten en gevoelens in elkaar te ontdekken.
Praktische uitwerking
Benodigdheden: kopie met vraagjes, schrijfgerief
Werkvorm voor de deelnemers: Een schrijfgesprek
Geweldloze communicatie
Achtergrond voor de begeleider
Teder zijn, alles goed en wel, maar wat als onze partner dingen doet die, volgens ons, helemaal niet door de beugel kunnen? Moeten we dat dan zomaar ‘aanvaarden’, omdat hij of zij nu eenmaal ‘anders’ is?
Maar al te vaak blijven tedere woorden en gebaren beperkt tot de mooie momenten, de momenten van harmonie. Wanneer we het echter niet met elkaar eens zijn, wordt het grof geschut bovengehaald!
Toch is het mogelijk om tederheid als grondhouding te bewaren, ook als we een meningsverschil moeten uitspreken. De joods-Amerikaanse psycholoog Marshall B. Rosenberg ontwierp hiervoor een bepaalde methode.
Hij ging ervan uit dat geweld kan gestopt worden als we inzicht krijgen in het ontstaan ervan. Achter elk negatief gedrag gaan diep menselijke behoeftes schuil. Deze behoeftes op het spoor komen kan geweld voorkomen. Rosenberg ontwikkelde een methode met vier stappen. Hij prees het mededogen (als vijfde punt) als de motor die ons helpt om op die geweldloze manier met elkaar te communiceren.
1. Waarnemen zonder evalueren of analyseren
Hoe vaak staan we niet meteen met een oordeel klaar? Hoe snel maken we een (vernietigende) analyse, op basis van een paar gegevens? Bij geweldloze communicatie maken we eerst ruimte voor een andere stap: het gedrag van jouw partner helder waarnemen. Bijna op een wetenschappelijke manier brengen we in kaart wat er precies gebeurt, wanneer het gebeurt, hoe vaak het gebeurt, enz. zonder een oordeel te vellen.
Bijvoorbeeld: ‘Mijn partner is de afgelopen week niet één avond thuis geweest. Hij/zij ging één keer sporten, en had op de andere avonden verplichtingen voor het werk.’
2. Gevoelens onderkennen bij onszelf
Vervolgens staan we erbij stil welke gevoelens dit gedrag bij ons oproept. Maar ook hier gaat dit niet gepaard met het vellen van een oordeel over de partner. Volgens Rosenberg dragen mensen zelf de verantwoordelijkheid over hun gevoelens, en houdt het dan ook geen steek de partner ervan te beschuldigen dat hij/zij ons ongelukkig maakt. Bij deze stap beperken we ons dus tot het onderkennen van onze eigen gevoelens. En dat is al moeilijk genoeg! Maar al te vaak laten mensen hun gevoelens immers ondersneeuwen door hun gedachten. ‘Ik voel me verwaarloosd, maar ik moet toch begrip hebben voor de hoge werkdruk waaronder mijn partner staat, dus …’ Gevoelens hebben echter de ‘onhebbelijke’ gewoonte zich niet te laten onderdrukken. Vroeg of laat vinden ze een uitlaatklep, als stoom uit een fluitketel.
Bijvoorbeeld: ‘Ik voel me hierdoor eenzaam en gefrustreerd…’
3. De onderliggende behoeftes bij onszelf en de anderen achterhalen
Alle mensen hebben behoeftes. Onze partner heeft behoeftes, en zijn of haar kwetsende gedrag, komt vaak voort uit een herkenbare, menselijke behoefte (die misschien niet op de beste manier geuit wordt!). Inzicht in de behoeftes van onze partner kan ons helpen om tot ‘mededogen’ te komen. Ook wij hebben behoeftes. Opkomen voor onszelf betekent opkomen voor deze behoeftes. We stellen ons hierbij kwetsbaar op, maar wie zijn kwetsbaarheid loochent, kwetst zichzelf, door zijn behoeftes te ontkennen!
Bijvoorbeeld: ‘… omdat ik graag de avonden met je deel. Na een dag hard werken heb ik behoefte aan een rustige of leuke avond aan jouw zijde.’
4. Het formuleren van een verzoek dat toelaat het leven rijker te maken
Dit verzoek is beslist geen eis. Het gaat immers over gevoelens en behoeftes, en het wordt geformuleerd in positieve termen. We zeggen wat we willen, en niet wat we niet willen. Bovendien is het bespreekbaar (de partner hoeft het er niet mee eens te zijn) en realistisch (we eisen geen complete verandering in levensstijl en persoonlijkheid).
Bijvoorbeeld: ‘Kunnen we afspreken dat we allebei minstens één avond in de week vrij houden om samen leuke dingen te doen?’
5. Dit model wordt ondersteund door een fundamentele houding van mededogen tegenover onszelf en de anderen.
We erkennen onze noden en behoeftes. We erkennen dat we onvolkomen mensen zijn,en gaan hier liefdevol mee om.
Er zijn echter twee communicatievormen die deze geweldloze dialoog blokkeren.
1. De eerste is ‘moraliserend oordelen’. We delen de mensen op in categorieën, kleven hen meteen een etiket op. ‘Mijn vrouw is onredelijk.’ ‘Mijn man is een macho.’ ‘Mijn partner is door en door egoïstisch.’ Met dergelijke oordelen dringen we onze partner in het defensief, en wordt een echt, open gesprek onmogelijk.
2. De tweede blokkerende communicatie is ‘het hanteren van de eisende vorm’. We stellen geen vraag, maar eisen dat er aan onze wensen wordt tegemoetgekomen. Zo niet zal de ander beschuldigd of gestraft worden. We willen geen rekening houden met de mogelijkheid dat de ander ‘nee’ kan en mag zeggen.
Pas als we deze vormen van communicatie afwijzen, kunnen we ruimte maken voor de stappen van Rosenberg.
Werkvorm: Gevoelens ter sprake brengen
Toelichting voor de begeleider
Voor de meeste mensen is de tweede stap van Rosenbergs communicatiemodel allerminst eenvoudig. Gevoelens zijn vaak verwarrend en complex, zeker de gevoelens die ontstaan als we gekwetst worden.
Hoe kunnen we deze gevoelens juist onder woorden brengen? Door te werken met onderstaande tabel, die ons een waaier van ‘negatieve’ gevoelens geeft, kunnen we leren deze gevoelens beter te verwoorden. Met deze ‘woordenschat’ bij de hand proberen we de vier stappen van Rosenberg te zetten, eerst vanuit onze eigen ervaring, daarna gaan we op zoek naar de ervaring van onze partner.
Natuurlijk moeten we ook leren aangeven dat we een gesprek nodig hebben met elkaar. Maar al te vaak gaan we ervan uit dat onze signalen heel duidelijk zijn, maar dat is lang niet altijd zo! Als onze partner snikkend naar de slaapkamer rent, kunnen we denken dat zij (of hij) er behoefte aan heeft even alleen te zijn. Of als onze partner zich terugtrekt achter een krant op de sofa, kunnen we ervan uitgaan dat hij (of zij) gewoon wil mokken en met rust gelaten worden. En we kunnen er grondig naast zitten!
Daarom is het belangrijk dat we onze behoefte aan een gesprek duidelijk leren uiten en hierover een afspraak maken!
Praktische uitwerking
Benodigdheden: fluostiften, schrijfgerief, kopieën met ‘een waaier aan gevoelens’. De begeleiders kunnen deze lijst natuurlijk inkorten of zelf een selectie maken. In hoofdstuk 3, Authenticiteit en eerlijkheid, werkvorm Tabor, staat ook een tabel met positieve gevoelens. Eventueel kan deze nu al aan de deelnemers gegeven worden, zodat ze een hele woorden’schat’ mee naar huis kunnen nemen voor gesprekken rond allerhande thema’s.
Werkvorm voor de deelnemers: Gevoelens ter sprake brengen
Werkvorm: Een brief over 'een oud zeer'
Toelichting voor de begeleider
Sommige onderwerpen liggen heel gevoelig. Telkens opnieuw leidt een bepaald onderwerp tot een fikse ruzie. Gesprekken hierover lijken bijna een ingestudeerde dans, waarbij elke partner zijn gekende passen zet – en het resultaat is eerder een tango dan een harmonieuze wals. Als hij naar me toe komt, stap ik achteruit. Als zij een stap naar mij zet, wijk ik achteruit.
Het patroon van het gesprek is als een slechte gewoonte geworden. Gelukkig kunnen slechte gewoontes doorbroken worden. Bijvoorbeeld door het schrijven van een brief.
De partner krijgt de kans om lang ‘aan het woord’ zijn, zonder de gebruikelijke reacties. Het is een uitstekende manier om een oud probleem op een nieuwe manier te bekijken. Na het schrijven wordt de brief ontvangen als een echt geschenk. We lezen hem met een open hart en zonder vooroordelen. Nadien gaan we in gesprek met elkaar. We stellen elkaar vragen om elkaar nog beter te begrijpen. Pas als we elkaars gevoelens en behoeften volledig beluisterd hebben, gaan we op zoek naar een oplossing.
Praktische uitwerking
Benodigdheden: kopie met vraagjes en schrijfgerief voor de deelnemers
Werkvorm voor de deelnemers: Een brief over ‘een oud zeer’
Vergeven
Achtergrond voor de begeleider
De filosoof Schopenhauer vergeleek mensen met stekelvarkens. Ze kruipen dicht bij elkaar om het warm te krijgen, stelde hij, maar dan doen ze elkaar meteen pijn door hun stekels.
Dit is inderdaad het heel herkenbare verhaal van elke liefdesrelatie. We verlangen naar intimiteit, die rust op openheid en vertrouwen. Maar als we ons open en vol vertrouwen opstellen, ervaren we dat we gekwetst worden door onze partner, al is dat meestal niet zijn of haar bedoeling. En tezelfdertijd moeten we vaststellen hoe wij ook hem of haar kwetsen. Zelfs als we vol goede wil zijn, zelfs als we geleerd hebben te communiceren via een geweldloze methode, dan nog zijn er momenten dat het fout gaat. We zijn gekwetst.
Deze gekwetstheid ondermijnt het vertrouwen en de openheid. Er ontstaan gevoelens van woede, wrok, angst en schuld, en soms zelfs regelrechte haat.
Bestaat er dan geen oplossing? Zullen we telkens opnieuw uit elkaar gedreven worden, door ‘krachten’ die sterker zijn dan onszelf?
Jazeker, maar daar tegenover staat een kracht die nog sterker is dan wat ons scheidt: de kracht van vergeving. Vergeving kan gezien worden als een proces, waarin verscheidene stappen kunnen onderscheiden worden(5).
Een eerste stap naar vergeving is de erkenning dat we gekwetst zijn. Dat is niet zo gemakkelijk. We zijn eerder geneigd om onze pijn te verbergen, zodat we ons niet klein en beschaamd hoeven te voelen. We bluffen liever, en zeggen dat we niet echt geraakt zijn. Of soms geven we er een morele draai aan, en zeggen dat we alles moeten bedekken onder de mantel der liefde. Maar onder die mantel kan het bepaald onfris ruiken! De pijn woekert immers gewoon verder en presenteert ons een rekening op alle vlakken van ons leven. Ons lichaam wordt aangetast: we slapen slecht, onze eetlust raakt ontregeld, we gaan lijden aan een hoge bloeddruk en allerlei pijnen. Ons gedrag wordt beïnvloed: we slagen er niet meer in ons te ontspannen en hebben weinig zin in seks, we worden geplaagd door dwangmatig gedrag, zoals perfectionisme, we zijn lichtgeraakt en kunnen weinig hebben, we vluchten in drank en drugs of een superdruk leven. Ten slotte wordt ook ons gevoelsleven geraakt. We verliezen alle positieve gevoelens, zoals romantiek, en plezier, we lijden onder een lage zelfwaardering en voelen ons depressief, we zijn terneergeslagen en worden erg bang voor ruzies.
Daarom is het zo belangrijk om te ontdekken waar de pijn zit, bij onszelf maar ook bij onze partner.
Een tweede stap is onze excuses aan te bieden voor waar wij gekwetst hebben. Hierbij nemen we de volle verantwoordelijkheid voor ons gedrag, en weerstaan aan de behoefte om uit te leggen waarom we zus of zo handelden. We belijden onze schuld ook aan de God van Liefde, wiens vertrouwen in ons wij beschaamd hebben. Hij heeft ons aan elkaar gegeven om lief te hebben, zoals Hij ons liefheeft – en daar zijn we niet in geslaagd. We vragen God en elkaar om vergeving. Het geschenk van Gods gulle vergeving, en misschien ook die van onze partner, zal ons helpen om zelf te vergeven.
En zo komen we aan de derde stap: onze partner vergeven. Dat klinkt eenvoudig, maar natuurlijk is vergeven in sommige situaties veel moeilijker dan in andere. Als het om een kwetsuur gaat, die vele jaren geduurd heeft bijvoorbeeld. Of als het om zware feiten gaat: ontrouw vergeven vergt nogal wat meer dan een nors woord vergeven.
Toch is het ook voor ons eigen welzijn letterlijk van levensbelang om de woede en de gevoelens van wrok los te laten. We hebben het kwaad dat ons werd aangedaan onder ogen gezien, we hebben onze gevoelens onderkend, én we kiezen ervoor het ons aangedane onrecht niet te koesteren en tegen onze man of vrouw te gebruiken. We laten hem of haar los, in Gods hand.
En wat als er geen bekentenis komt, als de partner niet toegeeft dat hij of zij in de fout was en hiervoor geen vergeving vraagt? Ook dan kan het zinvol zijn om vergeving aan te bieden. Het is niet evident, en zeker ook geen morele plicht. Voor wie vergeving kan schenken, kan dat een stap zijn op weg naar eigen welzijn. Uiteindelijke vergeving kan pas plaatsvinden als er een proces is van de kant van beide partners, wanneer ook schuld bekend wordt door de ‘dader’. Maar mensen kunnen al wel vergeving aanbieden(6).
De Canadese priester-psycholoog Monbourquette(7) houdt ons iets voor dat even belangrijk is als vergeven: het onrecht stopzetten. We moeten, tegelijk met onze keuze voor vergeving, ook stappen zetten om niet meer zo gekwetst te worden, niet als wraakneming, maar uit een gezonde liefde voor onze partner én onszelf.
Zeker als het om een zwaar onrecht gaat, klagen vele mensen dat ze zich helemaal niet ‘voelen’ alsof ze kunnen vergeven. Of dat ze wel vergeven hebben, maar de volgende dag opnieuw dezelfde woede voelen.
Vergeving is echter een keuze, geen gevoel. We laten ons zelfmedelijden, onze rechtvaardigheidseisen en onze drang tot vergelding los. En vaak moeten we dit elke dag opnieuw doen. Vergeving is een groeiproces. Vergeving is ook een proces van genezing, en het is heel normaal dat het bij sommige wonden héél lang duurt voor ze echt genezen zijn. Vergeving bevordert de genezing, terwijl wrok en woede de wonden telkens opnieuw openrijten.
Een vierde stap is samen opnieuw te beginnen. We danken God dat Hij ons onze fouten toont en ons vergeven heeft. We troosten elkaar, want dit proces van fouten onder ogen zien, excuseren en vergeven was vaak pijnlijk. We kunnen bidden voor elkaars genezing. En we kunnen in sommige omstandigheden de positieve kracht van de vergeving omzetten in nieuwe positieve ervaringen samen. Dat verder met elkaar op weg gaan, kunnen we ‘verzoening’ noemen.
Verzoening betekent niet dat we het verleden vergeten. Integendeel, het kan heel belangrijk zijn voor onze relatie dat we ons, zonder wrokgevoelens, herinneren wat er gebeurd is. Het kan ons leren voorzichtiger te zijn, het kan ons leren in gelijkaardige omstandigheden anders te reageren. Het verleden is de leermeester van de toekomst. Verzoening betekent ook niet dat de relatie op precies dezelfde manier zal worden verder gezet. Zeker als de crisis diep geweest is, zal de relatie ook veranderd zijn. Soms zal ze verdiept zijn: de geliefden gelouterd, de liefde onbaatzuchtiger.
Soms zal echter gebleken zijn dat het niet wenselijk, misschien zelfs ronduit gevaarlijk is, om de relatie met dezelfde intensiteit en intimiteit verder te zetten. Zo kan bijvoorbeeld iemand die telkens opnieuw door zijn of haar partner werd bedrogen, of iemand die telkens opnieuw het slachtoffer werd van fysiek geweld, beslissen om de relatie niet op dezelfde manier verder te zetten. Maar ook dan kan het zinvol zijn om de weg van de vergeving te gaan – mits er voldoende tijd en ruimte voor voorzien wordt.
Werkvorm: Nog niet verwerkte pijn ontdekken
Toelichting voor de begeleider
In deze oefening willen we elkaars gekwetste gevoelens op het spoor komen. Dit is geen eenvoudige opdracht. We moeten drie dingen goed in de gaten houden.
1. Het is belangrijk om het over heel concrete dingen te hebben. Misschien hadden we tot nu toe niet de gewoonte om kwetsuren meteen uit te spreken en hebben er zich heel wat ergernissen opgestapeld. Dan is de verleiding groot om te gaan veralgemenen. Dan zeggen we dingen als: ‘Je was er nooit voor mij.’ Of we beschuldigen onszelf zodra onze partner iets van kritiek uit: ‘Ja, ik weet het wel, ik doe altijd alles verkeerd. Ik ben nu eenmaal veel te bezorgd.’
In het eerste geval kwetsen we onze partner, in het tweede geval wentelen we ons in zelfmedelijden (en hopen we misschien dat onze partner zich zal haasten om al onze zelfbeschuldigingen te ontkennen).
Onze pijn onder ogen zien, betekent ook de wonde afbakenen(8), wat het omgekeerde is van ‘veralgemenen’. We moeten beseffen dat er heel wat in onze relatie wel goed is. De kwetsuur heeft niet alles aangetast. Misschien heeft onze partner ons gekwetst door veel afwezigheid, maar was hij of zij er wel in een aantal crisissituaties. Of misschien was die overdreven bezorgdheid van onze partner alleen maar de negatieve keerzijde van een liefdevolle zorgzaamheid, die onze relatie veel deugd heeft gedaan.
2. Ook is het belangrijk om niet meteen met verontschuldigingen aan te komen. Zo kunnen we bijvoorbeeld zeggen: ‘Ik was gisteren nogal nors, maar je hebt er geen idee van hoe druk het is op mijn werk.’ Hierdoor stellen we ons niet ten volle open voor de pijn van onze partner, we gaan meteen in de verdediging.
3. Ten slotte kunnen we aan de erkenning van wat we (fout) deden een beschuldiging aan het adres van onze partner toevoegen. Dan zeggen we bijvoorbeeld: ‘Ik reageerde inderdaad nogal schamper op jouw reisverslag bij onze vrienden, maar jij deed net hetzelfde toen ik over mijn werk vertelde.’
Moeilijker, maar eerlijker, is het te zeggen: ‘Ik was gisteren nogal nors, en heb je daardoor gekwetst. Dat spijt me.’ Of, ‘Ik deed afbreuk aan wat je vertelde bij onze vrienden. Dat was fout van me. Het spijt me.’
Praktische uitwerking
Benodigdheden: kopie met vraagjes, schrijfgerief
Werkvorm voor de deelnemers: Nog niet verwerkte pijn ontdekken
Werkvorm: Stap 2: 'Het spijt me'
Toelichting voor de begeleider
Muziek helpt ons om op het spoor te komen van onze gevoelens, en reikt ons de woorden aan om over deze gevoelens te kunnen spreken. In het onderstaande lied ‘Apologize’ bezingt de Nederlandse popgroep Krezip enkele herkenbare gevoelens en situaties. Het lied gaat over elkaar kwetsen, berouw, de nood aan gesprek en die magische woorden ‘het spijt me’.
Drie korte woorden, die het ons zoveel gemakkelijker maken om elkaar te vergeven.
Vanuit de tekst van dit lied keren we terug naar het lijstje met kwetsuren dat onze partner heeft opgesteld. Voor elke verwonding spreken we onze spijt uit. We geven aan dat we ten volle beseffen hoe we onze partner gekwetst hebben. Echt berouw gaat steeds samen met de wil om (te proberen) dingen anders aan te pakken, en dat zeggen we. Natuurlijk kunnen we niet onze hele persoonlijkheid veranderen, dat is ook niet wenselijk. Maar een paar kleine dingen kunnen we misschien wel anders doen. Ten slotte vragen we om vergeving. En we geven elkaar ook die vergeving. Hoe onwennig we ons misschien ook voelen, het is belangrijk en zuiverend dat deze woorden worden uitgesproken.
Bij een zware verwonding kan dit heel moeilijk zijn. We bedanken elkaar dan voor de openheid en liefde, en vragen om een beetje geduld. Vergeven en genezen van de kwetsuur gaan hand in hand. In dit proces staan we niet alleen. Misschien kunnen we de begeleiding van een therapeut overwegen. Of we kunnen onze onmacht om te vergeven vertellen aan God, de bron van al onze liefde. Hij zal onze pijn genezen, zodat vergeving wel mogelijk wordt. Onderaan de vragen staat een voorbeeld van een dergelijk gebed.
Praktische uitwerking
Benodigdheden: CD ‘Best of Krezip’ (Sony, Nov. 08), kopieën met tekst en vertaling voor de deelnemers, schrijfgerief
Werkvorm voor de deelnemers: Het spijt me
Werkvorm: Stap 3: Vergeving met een Bijbeltekst
Toelichting voor de begeleider
Iedereen die vergeving ervaart, beseft dat hij die zelf niet gemaakt heeft. Natuurlijk kost het ons wel moeite om ons open te stellen voor vergeving. Het is een dagelijkse innerlijke arbeid om ons hart vrij te houden van wrok, zelfbeklag, bitterheid. Maar de vergeving zelf is een geschenk dat we moeten krijgen om het te kunnen geven. Het gaat gepaard met een gevoel van warmte en tederheid voor de persoon die ons gekwetst heeft. Opeens zien we hem of haar door ‘andere ogen’ en ontdekken een mens die ook op zoek is naar liefde.
We kunnen het vergelijken met een tuinman die hard moet werken in zijn tuin, maar toch alleen maar vol verwondering kan toekijken hoe opeens de lente komt en alles in bloei komt. Zelfs de meest bekwame tuinman weet dat hij nog niet in staat is om één grassprietje te doen groeien. Zo moeten we hard werken om het onkruid uit ons tuintje te weren, maar het geschenk van leven, liefde en vergeving kunnen we zelf niet maken, alleen ontvangen.
Een van de belangrijkste bronnen waaruit we kunnen putten is de Bijbel. In vele verhalen wordt verteld hoe mild en liefdevol Jezus staat tegenover zondaars. ‘Zonde’ bedoelen we hier in de oorspronkelijke betekenis van het woord, die nu nog terug te vinden is in de volkstaal. Daar horen we dingen zoals ‘Het was zo een mooi koppeltje. Zonde dat die uit elkaar gaan.’ Of ‘Ze was een uitstekende verpleegster geweest. Zonde dat ze haar diploma niet behaald heeft.’ Of ‘Dat eten is bedorven, en nu moeten we het wegsmijten! Zonde!’
Deze betekenis van ‘een gemiste kans’ sluit beter aan bij de oorspronkelijke betekenis van zonde dan de moraliserende betekenis. Het Hebreeuwse woord ‘chatat’(9) dat wij als ‘zonde’ vertalen, is immers een term uit de boogschietkunst, en betekent ‘gemist doel’. Het doel dat we, als zondaren, missen is heel eenvoudig ‘liefhebben en geliefd worden’. Als we niet liefhebben, en geen liefde willen ontvangen, zijn we ‘zondaren’.
Jezus treedt zondaren altijd vol liefde tegemoet. Door deze Bijbelse verhalen te lezen en diep in ons te laten doordringen, ontvangen we deze liefde – en wordt het mogelijk ze verder door te geven. Jammer genoeg hebben we deze teksten soms ‘stukgelezen’. We kennen ze door en door; althans, dat denken we. Of we hebben ooit één betekenis ontdekt, en we zijn niet meer in staat de andere betekenissen te zien.
Vandaag willen we een Bijbelverhaal op een andere manier lezen. We willen ontdekken welk ‘goed nieuws’ hij bevat voor onze relatie. Eerst lezen we de tekst heel aandachtig, bijvoorbeeld door de tekst langzaam, hardop voor te lezen. We lezen hierbij niet om te begrijpen, maar proberen te ontdekken wat ons raakt in deze tekst. Dat kan een vers zijn of zelfs maar een paar woorden. We schrijven dit op, en geven het aan elkaar. Vervolgens lezen we de tekst opnieuw en gaan op zoek naar wat deze verzen ons en onze relatie te zeggen hebben. Ten slotte kunnen we de tekst een derde keer lezen en samen in gebed gaan. Deze methode is geïnspireerd op de ‘Lectio Divina’, een eeuwenoude manier waarop monniken de Schrift beluisteren en in zich opnemen.
Praktische uitwerking
Benodigdheden: kopieën met Bijbeltekst, papier en schrijfgerief, een ruimte waar elk koppel zich een beetje apart kan zetten voor deze activiteit van bezinning.
Werkvorm voor de deelnemers: Een Bijbelverhaal anders lezen
Werkvorm: Stap 4: Verzoening: samen opnieuw beginnen
Toelichting voor de begeleider
Werken aan vergeving is echt wel hard werken. We worden geconfronteerd met ons eigen falen, we kwetsen onze partner door hem of haar voor te houden waar het fout ging. We stonden voor de uitdaging om op een liefdevolle manier over heel moeilijke dingen te spreken. Vaak is de sfeer na een dergelijk diepgaand gesprek niet meteen zonnig.
Toch is er iets heel belangrijks gebeurd. We zijn erin geslaagd samen ‘kwade dagen’ door te komen, onze liefde is gegroeid en sterker geworden. En dat mag gevierd worden.
Dit kunnen we het best doen door samen iets te doen waar we allebei van genieten! Vandaag pluizen we uit wat dit zo allemaal kan zijn. En dan … niet vergeten doen!
Als alternatief kan ook de werkvorm ‘Verzoeningsritueel’ (Hoofdstuk 3: Niet liegen en waarachtige communicatiecultuur) gebruikt worden.
Praktische uitwerking
Benodigdheden: kopieën en schrijfgerief
Werkvorm voor de deelnemers: Samen opnieuw beginnen
Voetnoten
(3) Gehenna is een afleiding van het Hebreeuwse Gej Hinnom: het dal van Hinnom. Daar werden ten tijde van koning Salomo kinderen geofferd aan de God Moloch. Het Oude Testament vertelt dat het rijk van koning Salomo om die reden door Jahweh vernietigd werd. Later werd het de plaats waar afval, lijken van dieren en misdadigers werden verbrand. Het vuur werd dag en nacht brandend gehouden met behulp van fosfor, en je kon Gehenna van verre ruiken. Terug naar tekst
(4) Nieuwe Bijbelvertaling. Terug naar tekst
(5) Marriage Course, Alpha International, 2000. Ook werkvorm 1 en een gedeelte van werkvorm 2 werden ontleend aan deze uitgave. Terug naar tekst
(6) DILLEN, A., Vergeving of exoneratie? Kritische kanttekeningen vanuit en bij de theorie van Ivan Boszormenyi-Nagy, in Tijdschrift voor theologie (2001) nr. 1, 61-84. Terug naar tekst
(7) J. MONBOURQUETTE, Hoe vergeven? Vergeven om te genezen. Genezen om te vergeven, Averbode, Uitgeverij Averbode, 2001. Terug naar tekst
(8) J. MONBOURQUETTE, Hoe vergeven? Vergeven om te genezen. Genezen om te vergeven, Averbode, Uitgeverij Averbode, 2001. Terug naar tekst
(9) D. KOLLER, Berouw dat men nooit berouwt, in Richard Rohr en Andreas Ebert, Het enneagram, Tielt, Lannoo, 2004. Terug naar tekst
