Draden herstellen
Inhoud
KVLV-Jaarthema: 't zit vanbinnen- Lekker gezond uit onze grond
- Voor de vormingsmedewerker
- Deel 1: Ons spontaan omgaan met gekwetstheid
- Deel 2: De weg van vergeving
- Deel 3: Uitbreiding - De verschillende stappen in vergeving illustreren met het verhaal van de Verloren Zoon
- Plenum
- Slot
- Bijlage 1
- Bijlage 2
- Bijlage 3
- Bijlage 4
- Bijlage 5
- Bijlage 6
- Bijlage 7
- Bijlage 8 - Teksten
De volledige werkmap 'Draden herstellen' kan hier vrij gedownload worden:
Werkmap: Draden herstellen (pdf-file)
Werkmap: Draden herstellen (word-document)

KVLV-JAARTHEMA:’T ZIT VANBINNEN
Lekker gezond uit onze grond
Gemiddeld steken we in ons leven zo’n honderdduizend keer onze voeten onder tafel. Niets doen mensen zo graag, zo veel en zo vaak als eten en drinken: het zit in onze manier van leven geworteld. Ons lichaam kan een hele variatie aan voedingsmiddelen verwerken. Aten we oorspronkelijk vooral verzameld plantaardig voedsel zoals vruchten, wortels, noten,… dan zijn we nu omnivoren die ons voedsel uit alle windstreken halen. Ook de voedselbereiding volgde de industriële revolutie en wetenschappers bestuderen onze voeding en het belang ervan.
Voedsel neemt vandaag een steeds kleiner deel in van het huishoudbudget: gemiddeld nog slechts 12%. Slechts 55% van de consumenten kookt nog elke dag. De bereiding duurt ook steeds korter. Wie tussen 20 en 35 is, besteedt meestal een half uur aan het bereiden van de hoofdmaaltijd, wie tussen 51 en 65 is, doet er twee keer zo lang over. De traditionele verdeling van de maaltijden verdwijnt, maar in het weekend leven we ons opnieuw graag uit met potten en pannen. Voedsel dient niet enkel meer om ons lichaam van energie te voorzien. We zijn tegenwoordig weer jagers en verzamelaars van speciale ingrediënten, bijzondere recepten, lekkere bereidingswijzen, specifieke productiemethodes,... Niets staat ons in de weg om gezond en lekker te eten, alle lekkerbekken komen aan hun trekken.
Maar we verloren onze instinctieve kennis over voedsel. In de plaats daarvan krijgen we dagelijks honderden - soms tegenstrijdige en onvolledige - boodschappen van reclamebureaus en voedingsindustrie. De interesse in de rol van gezonde voeding is groot. Uit onderzoek blijkt dat 78% van de ondervraagden gezond eten zeer belangrijk vindt. Toch slagen we er niet altijd in om ook in de praktijk gezond en evenwichtig te eten. Duidelijke, verstaanbare informatie en basiskennis rond gezonde voeding is nodig.
Lekker gezond …
KVLV brengt al sinds haar ontstaan in 1911 de principes van gezond en lekker eten tot in de Vlaamse keukens. Vandaag gebruiken we daarbij de actieve voedingsdriehoek die aangeeft in welke verhoudingen we de verschillende voedingsmiddelen best gebruiken om gezond te eten. Naast voldoende en gezond bewegen is gezond en evenwichtig eten het recept voor een gezond leefpatroon. Onze eigen verantwoordelijkheid staat daarbij voorop. Gezond eten vergt kennis en kunde. In KVLV geen vermanende vingertjes, strikte regeltjes of diëten, wel leren om uit het bijna oneindige voedselaanbod zelf een oordeelkundige, kritische keuze te maken, dit naar onze eigen smaak, levensstijl en portemonnee.
De voedselveiligheid in de keuken en op ons bord is onze eigen verantwoordelijkheid. Het bewaken van de koudeketen en een hygiënische bereiding en bewaring zijn belangrijke aandachtspunten. 50 tot 80% van de voedselinfecties vinden hun oorzaak bij ons thuis. Er is een heel scala aan bereidingswijzen, de ene al gezonder dan de andere, die de smaak van ons voedsel nog meer in de verf zetten.
… uit onze grond
Er is in ons land een enorme waaier van lekkere producten ‘uit onze grond’. Tienduizenden vakbekwame boeren en boerinnen staan dagelijks in voor het produceren van een ongekende rijkdom aan grondstoffen en voedingsmiddelen. De kwaliteit staat hierbij voorop: hygiëne, veilige bewaring en transport, maar ook hoogwaardige ingrediënten ‘van aan de bron’. Boer, tuinder en fruitteler proberen in te spelen op de laatste wetenschappelijke bevindingen met aangepaste teeltmethodes, nieuwe producten, en door strenge kwaliteitscontroles van in de grond tot in het winkelrek. Maar in deze voedselketen spelen heel wat partners mee: veilingen, slachthuizen, diepvriesbedrijven, conservenfabrieken. Ook de distributiesector, buiten de hoeveproducent, heeft een dikke vinger in de pap!
Elke schakel kan de kwaliteit van ons voedsel beïnvloeden. De overheid treedt streng regulerend op om de kwaliteit te bewaken. De Belgische voedingsproducten moeten vandaag aan hoge wettelijke eisen voldoen. Europese, nationale, regionale en sectoriële labels en promotiecampagnes proberen de aandacht van de consument te trekken voor de kwaliteit van het voedsel van onze bodem. Zien we door de bomen het bos nog?
Behalve naar onze gezondheid kijken we ook naar onze portemonnee. Voedsel moet niet alleen gemakkelijk, snel, veilig, gezond en lekker zijn maar ook nog goedkoop. Zijn we bereid hiervoor een eerlijke prijs te betalen?
‘De’ consument bestaat niet. We hebben allemaal onze persoonlijke behoeften en situaties. Wie echter de principes van de actieve voedingsdriehoek toepast draagt bij tot de eigen gezondheid en die van het gezin. Dat dit haalbaar is bewijst KVLV in kooklessen en voedingsvoorlichting en de lessen rond beweging en conditie.
Met het rijke en kwalitatieve aanbod van Belgische voedingsproducten kunnen we die actieve voedingsdriehoek invullen met lekkers ‘uit onze grond’, of we deze nu in de supermarkt aankopen of rechtstreeks op de hoeve.
Het jaarthema zet aan om ondermeer via een betere kennis van onze eigen land- en tuinbouwproducten, als een bewuste en kritische consument, voedselaankopen te doen. KVLV bevindt zich bovendien in de unieke situatie dat een belangrijk aantal boerinnen en tuiniersters tot de leden behoren. Zo treden producent en consument met elkaar in dialoog in KVLV!
Naast dialoog is er ook kans tot handelen. De afdelingen kunnen ter voorbereiding van de jaarthemavergadering hun leden een vragenlijstje ‘Kieskeurig winkelen‘ bezorgen.
VOOR DE VORMINGSMEDEWERKER
1. Doelstelling van de vormingsactiviteit
‘Vergeven’ is een woord met een zware lading.
Het torst het gewicht van honderden jaren met zich mee. Het heeft een geschiedenis van bevrijding, en van onderdrukking. Het is gebruikt en misbruikt, het heeft geleid tot vreugde en tot pijn. Heel wat mensen hebben gemengde gevoelens bij ‘vergeving’. Of, beter gezegd, bij wat ze denken dat vergeving is.
Wellicht hebben ook wij negatieve ervaringen opgelopen met het begrip ‘vergeving’. We werden als kind gedwongen ‘alles te vergeven en te vergeten’, terwijl we innerlijk nog woedend waren op dat klasgenootje dat onze tekening had stukgemaakt. Of we lagen wakker, vol schuldgevoelens, omdat we wisten dat we ‘moesten’ vergeven, maar het niet konden. Of we knarsetandden van ingehouden woede wanneer die broer of zus ons minzaam en hooghartig meedeelde dat hij het ons wel ‘vergaf’.
Hopelijk hebben we ook positieve ervaringen gehad met vergeving. Hopelijk hebben we vergeving in ons leven ervaren als een frisse wind, als de geur van een jonge aarde na een verfrissende regenbui. Als een kracht die in staat is alles anders en nieuw te laten worden. Als een absolute voorwaarde om levenslange relaties te doen slagen.
Een eerste doelstelling van deze vormingsactiviteit is, stilstaan bij het belang van deugddoende vergeving: voor onszelf, voor onze relaties met anderen en met God. Iedereen wordt gekwetst, en het meest door de mensen waar we het dichtst bij staan. ‘Vergeving’ is de enige genezing van deze innerlijke wonden. Als we niet vergeven, zal de pijn niet verdwijnen, maar andere uitwegen zoeken. Naarmate we ouder worden, stapelen de niet geheelde kwetsuren zich op, en maken ons leven bitter en onze gedachten en gevoelens oud.
Toch is vergeven niet gemakkelijk. Een tweede doelstelling is dan ook om de weg van vergeving te leren kennen. Hoe kunnen we vergeven? Vergeving is een ‘pelgrimstocht’ met verschillende etappen. Inzicht krijgen in deze weg is een eerste stap naar echte, deugddoende vergeving. Daarbij moeten we heel wat misverstanden rond vergeving uit de weg ruimen. De proef op de som is telkens: werkt dit voor iedereen bevrijdend? Als hij die vergiffenis krijgt of hij die vergiffenis geeft zich onvrij voelt, hebben we te maken met ‘nepvergeving’. Bij een volgende misstap zullen we merken dat het vorige kwaad niet echt vergeven is, maar zorgvuldig werd bijgehouden.
De derde doelstelling is de geboden inzichten kunnen toepassen in het eigen leven. Inzicht in vergeving mag geen theoretische kennis blijven! Door het kiezen van herkenbare voorbeelden, door gerichte vragen en uitnodiging tot dialoog maken de deelnemers zich de inzichten eigen. Daarom wordt de vormingsactiviteit niet opgesplitst in een theoretisch gedeelte en een gespreksgedeelte, maar worden de deelnemers van bij het begin uitgenodigd om elk stukje ‘theorie’ toe te passen in het eigen leven.
Als vormingswerker kan je kiezen voor een vorming met persoonlijk gerichte vragen of met meer vrijblijvende vragen. Die keuze kan je laten afhangen van de groep (Staan deze mensen open voor een persoonlijk gesprek? Hebben zij eerder gesprekken gevoerd over gevoelens, of wisselen zij liever van gedachten omtrent een ‘neutraler’ onderwerp?) enerzijds, en van je eigen persoonlijke voorkeur anderzijds (Vind je het een uitdaging om mensen aan te moedigen tot openheid? Of wil je vooral zaken aanreiken die de mensen thuis kunnen laten bezinken, en ondersteunend aanwezig zijn bij een minder diepgravend gesprek?) De hoofdlijn van deze handleiding is uitgebouwd rond het werken met persoonlijke vragen. Maar daarbij wordt ook telkens het ‘alternatief’ geboden om te werken met meer vrijblijvende vragen. Beide versies hebben hun voordelen.
Misschien merk je dat iemand behoefte heeft om te delen rond een heel diepe kwetsuur die hij of zij met zich meedraagt: zij werd bijvoorbeeld het slachtoffer van misbruik, werd door de levenspartner in de steek gelaten, heeft een heel slechte relatie met moeder, vader, zoon of dochter. Dan is voorzichtigheid geboden.
De geboden inzichten zullen zeker helpen om ook in deze verwerking te groeien, maar NIET in de tijdspanne van deze vormingsactiviteit. Het vergt veel tijd, geduld en begeleiding om de weg van vergeving te gaan na heel diepe kwetsuren. Dit kan je niet bieden in één enkele vormingsactiviteit. Deze openheid wordt dus beter niet aangemoedigd. Wel kan je de persoon in kwestie aanmoedigen om meer literatuur rond deze thematiek te lezen, of informatie geven omtrent de ‘groeigroepen in vergeving’, die in verschillende plaatsen in Vlaanderen doorgaan. Zie www.gezinspastoraal.be
2. Voorbereiding
1. Ga eerst zelf na hoe je denkt over vergeving. Is vergeving voor jou een morele plicht of een bevrijdende ervaring? Heb je ooit geworsteld met ‘vergeving’? Hoe reageer je meestal als iemand je kwetst?
2. Lees aandachtig de doelstellingen. Bij een dergelijk onderwerp kan er heel wat naar boven komen. Om te vermijden dat de avond verzandt in anekdotische verhalen (vaak meer in het teken van het eigen ‘grote gelijk’ dan in het teken van ‘vergeving’!) moet de moderator de doelstellingen scherp voor ogen houden.
3. Lees de achtergrondteksten, zodat je voldoende basiskennis hebt. Eventueel kun je je verder verdiepen in dit onderwerp door het lezen van de volgende boeken:
- J. Monbourquette, Hoe vergeven? Vergeven om te genezen. Genezen om te vergeven (Averbode, 2000).
- J. Monbourquette, Bevriend met je schaduw, je onbeminde zijde (Averbode, 2001)
- Lytta Basset, De macht om te vergeven (Averbode, 2001)
4. De handleiding is qua methodieken enerzijds uitgewerkt voor een groep die reeds eerder blijk gaf van een grote openheid, en het vermogen om een open gesprek te voeren over emoties en ervaringen en biedt anderzijds een alternatief voor een groep die wel gedachten wil uitwisselen over een bepaald onderwerp, maar liever niet al te persoonlijk wordt. Het persoonlijke, ervaringsgerichte karakter van de vorming is hier eerder een uitnodiging om thuis, in alle rust, verder na te denken over wat ‘vergeving’ kan betekenen in het eigen leven. Voor deze aanpak werden enkele werkbladen herwerkt (bijlage 9 tot 12).
5. Bijlage 2 kopieer je best zodat de deelnemers gemakkelijk de structuur van de avond kunnen volgen. De sleutelwoorden die hierop staan, kun jij aan het bord brengen. In de handleiding worden deze teksten voorafgegaan door het woord ‘besluit’.
6. Neem zelf eerst de opdrachten door. Dan weet je wat de eventuele knelpunten zijn en kan je de deelnemers hier vooraf op wijzen.
7. De handleiding bevat heel wat voorbeelden. Voel je vrij om andere voorbeelden te gebruiken.
8. Besteed aandacht aan het begin en het einde van de vormingsactiviteit. Bespreek met de afdeling of er in het welkomstwoord van de avond een bezinningsmoment wordt gehouden. Zo ja, dan gebeurt dit best met een van de teksten uit de bijlage. Je kunt hierbij zelf een voorstel doen. Ook het einde moet verzorgd zijn. Hierbij kun je opnieuw gebruik maken van de voorgestelde teksten.
9. Zorg voor het nodige materiaal, zoals schrijfpapier, pennen, stencils, opdrachten, … Spreek goed af met de afdeling waar zij voor zorgen, en wat jij meebrengt.
10. Enkele praktische en didactische tips:
a. Vraag de afdeling om vooraf de tafeltjes en stoelen klaar te zetten in groepjes van 4 (of 5) personen. Dat vergemakkelijkt het gesprek. Informeer of er een bord is, en zoniet, of men voor een flapbord kan zorgen.
b. Leg vooraf een bundeltje werkbladen bij elke zitplaats.
c. De vragen met een sterretje kunnen de deelnemers indien gewenst thuis beantwoorden. (handig voor als je in tijdsnood komt!)
d. Iedereen is vrij om te spreken en vrij om te zwijgen. Dan wordt er ook niet verder aangedrongen, noch door de vormingswerker, noch door de tafelgenoten.
e. Als begeleider mag je ook zelf een concrete inbreng doen, door getuigend te vertellen over jouw weg in vergeving. Je stelt je kwetsbaar op, maar zult anderen over hun schroom heen helpen om met elkaar in dialoog te treden. Natuurlijk moet het duidelijk zijn dat op dat moment jouw inbreng een getuigenis is, en geen norm.
f. ‘Vergeving’ is een onderwerp dat uitnodigt om het hart eens te luchten. Voor je het weet, wordt de avond een koffiekransje waarbij iedereen eens vrijblijvend haar beklag kon doen over de onhebbelijkheden van man of kind! Dat is natuurlijk de bedoeling niet! Daarom zijn de vragen en opdrachten heel gericht. Vestig ook de aandacht van de deelnemers op dit gevaar.
3. Voorstel voor het verloop van de avond
1. Inleiding
Heet iedereen welkom op deze avond (middag).
Stel jezelf voor als vormingswerker. Vertel waarom jij ‘vergeving’ een boeiend onderwerp vindt, dat de moeite is om een avond aan te wijden. Vertel hoe je dacht en denkt over vergeving. Jouw openheid is de perfecte uitnodiging voor de deelnemers om zelf open te zijn.
2. Vertel dat de avond niet uiteenvalt in een theoretisch gedeelte en een gespreksgedeelte, maar dat er telkens kleine stukjes inhoud zullen aangereikt worden. De sleutelwoorden van deze theoretische stukjes vinden de deelnemers op hun werkbladen. Zij kunnen hierop, indien gewenst, ook verdere nota’s nemen.
Vraag dat men eventuele vragen en opmerkingen bij deze inleidingen op een blad papier schrijft (laatste werkblad). Vertel dat de avond zal afgesloten worden met een kort plenum, waarin iedereen deze vragen of bedenkingen kan formuleren.
Elk stukje inleiding wordt gevolgd door een paar vraagjes die in kleine groepjes kunnen besproken worden. Geef al aan dat dit onderwerp heel wat stof tot gesprek biedt, en dat er in elk groepje iemand nauwgezet op de klok zal moeten letten. (Bij het begin van het eerste overlegmoment vraag je wie deze taak op zich wil nemen. Op dat moment herinner je de deelnemers ook aan hun vrijheid om te spreken of te zwijgen, en aan het belang om geen oordeel uit te spreken over elkaars bijdragen)
3. Aan de hand van een voorbeeld schetsen we de stappen in vergeving (Deel 1). We onderzoeken hoe we doorgaans reageren als we gekwetst worden. We schetsen wat de gevolgen zijn van deze manieren van reageren.
In een 2de deel gaan we op zoek naar een andere manier om met kwetsuren om te gaan: de weg van deugddoende vergeving. Een eerste goede beweging hierbij is durven kijken naar de ‘wonde’. In drie stappen gaan we na wat dit concreet inhoudt.
4. Pauze
5. Een tweede beweging is het verzorgen van de wonde. Stapsgewijze kijken we hoe dit kan en passen het toe op ons eigen leven. Pas in een derde beweging richten we ons naar de persoon die ons gekwetst heeft. We ronden af door stil te staan bij het wonder van de genezing.
6. Plenum : Iedereen wordt uitgenodigd om zijn blad te bekijken met eventuele vragen en bedenkingen. (Bij een grote groep kun je vragen dat deze per groepje geordend en naar voren gebracht worden). Je geeft aan iemand het woord en geeft andere deelnemers de kans om hierop in te haken. Beluister alle inbreng, herhaal, vat samen, en voeg er jouw kijk aan toe. Nodig de deelnemers uit om in de ik-vorm te spreken, en niet het afstand scheppende ‘je’ (of ‘ge’). Vel over geen enkele opmerking een oordeel, ook niet als je het er helemaal niet mee eens bent. Zet dan wel zachtjes en vol respect jouw visie ernaast. Of stel een vraag die de deelnemer confronteert met de gevolgen van haar visie. Je weet niet welke kwetsuren de deelnemers diep in zich meedragen. Grote voorzichtigheid en zachtheid is dan ook geboden!
Indien dit gesprek moeilijk op gang komt, kun je vragen stellen zoals, ‘Wat vond je het moeilijkste stuk aan ‘vergeven’, zoals het hier gebracht werd?’ ‘Is het anders dan je je vooraf had voorgesteld? In welk opzicht?’
7. Slot
Lees een korte tekst voor en geef de deelnemers een kopie daarvan mee naar huis. Dit onderwerp kan heel wat losgemaakt hebben. Geef de deelnemers dan ook een lijst mee van goede boeken over dit onderwerp, en adressen van ‘groeigroepen naar vergeving’ voor wie wenst deze inzichten ook toe te passen op oud en diep zeer.
DEEL 1: ONS SPONTAAN OMGAAN MET GEKWETSTHEID
Kennismaking en korte beschrijving van werkwijze
Duurtijd: 5 minuten
Een verhaal
Stel je voor. Je bent in de keuken aardappelen aan het schillen. Opeens komt er een jongetje van een jaar of tien binnengelopen. Misschien is het jouw zoontje, of jouw kleinkind, of een buurjongetje. In elk geval is het een kind waar je veel van houdt.
De jongen huilt hysterisch. In zijn knie gaapt een lelijke wonde, vol steentjes en gruis. Met horten en stoten komt het verhaal eruit. Hij was aan het schommelen op het speelpleintje. Een paar grote buurjongens kwamen het veldje op en zeiden dat hij moest ophoepelen. Toen hij dat niet meteen deed, duwde de grootste van hen hem zomaar van de schommel. Hij was beginnen wenen. Zij hadden alleen maar gelachen.
Vraag: Wat ga je doen?
Mogelijke antwoorden:
- de wonde uitwassen
- het kind troosten
- die grote bullebakken eens de les gaan spellen
- zalf of ontsmettingsmiddel op de wonde doen
Breng de antwoorden naar het flapbord
Twee antwoorden zul je wellicht moeten influisteren, omdat ze zo vanzelfsprekend lijken. ‘Kijken naar de wonde’ en ‘wachten op genezing’. Zet de deelnemers op weg aan de hand van vraagjes:
1. Begin je meteen een zalf op de wonde te strijken? Is dat het allereerste dat je doet?
Nee, eerst moet je de wonde bekijken. Heel aandachtig kijken hoe groot ze is, of er al dan niet genaaid moet worden, wat er precies geraakt is,…
2. Is de wonde genezen van zodra je ze verzorgd hebt?
Nee, dan moeten we wachten tot ze genezen is. Dit kan een paar dagen of langer duren, naargelang de ernst van de wonde.
Uiteindelijk komen dus de volgende kernwoorden op het flapbord:
1. Kijken naar de wonde
2. Verzorgen (uitwassen, zalf, troost)
3. Je richten naar de dader
4. Wachten op genezing (tijd heelt alle wonden …)
Vertel de deelnemers dat ze nu eigenlijk naar huis zouden kunnen gaan. Dat ze blijkbaar perfect weten hoe ze wonden de beste kansen geven om te genezen.
Alleen… het blijkt een stuk moeilijker om dit toe te passen wanneer we innerlijk gekwetst werden.
Persoonlijke reflectie
Kopieer voor de deelnemers bijlage 1.
Vraag de deelnemers om, voor zichzelf (dit wordt ook niet gedeeld in groep achteraf), de reacties aan te kruisen die ze herkennen als hun eigen reacties na kwetsuren. Geef ze hiervoor 5 minuten.
Aansluitend overloop je met hen de mogelijke reacties, en vraag de deelnemers wat hiervan de gevolgen kunnen zijn. Indien nodig, vul je hun antwoorden aan. Het is belangrijk dat de deelnemers inzien dat deze reacties geen draden herstellen! Doe dit met de nodige humor. Het herkenbare en voorspelbare van menselijk gedrag is vaak grappig, en om zichzelf kunnen lachen helpt de schroom overwinnen! De antwoorden kunnen er als volgt uitzien.
Hoe reageer ik als ik word gekwetst?
Ik word woedend en heb een hele reeks verwijten klaar voor mijn ‘aanvaller’ (een zorgvuldig bijgehouden lijst van eerdere ‘misgrijpen’).
Gevolg: Je kwetst je aanvaller, en je komt terecht in een fikse ruzie. Wie het radst van tong is, lijkt de winnaar, maar eigenlijk zijn er alleen maar verliezers. De lijst van ‘misgrijpen’ die je in stilte heb bijgehouden, verzuurt je eigen levensvreugde.
Ik kan dit onmogelijk vergeven. Het is te erg.
Gevolg: Jij blijft zitten met je woede en je gekwetst-zijn. Je moet er misschien wel getuige van zijn hoe degene die je kwetste met volle teugen geniet van het leven, terwijl jij in stilte lijdt. Je draagt de woede en wrokgevoelens overal met je mee. Je gezondheid lijdt eronder, je lijdt aan slapeloosheid. Het is moeilijk om nieuwe, frisse relaties aan te gaan, of opnieuw te genieten van de oude relatie: je sleurt immers het gewicht mee van het verleden.
Ik laat niet merken dat ik gekwetst ben, maar wacht stilletjes op mijn kans om het hem/haar met gelijke munt betaald te zetten of ik fantaseer over mogelijkheden om te vluchten: uit de relatie te stappen, van werk te veranderen,…
Gevolg: Zinnen op wraak is als het vasthouden van een brandende knuppel om de ander mee te slaan. Het kwetst jezelf, maakt je onvrij, houdt je gevangen in je negatieve gedachten. Misschien voel je je schuldig hierover, of ben je bang dat de tegenpartij zal ontdekken welke wraakgedachten je koestert en op zijn beurt wraak zal nemen.
Ik laat niet merken dat ik gekwetst ben, en vertel mezelf dat ik het allemaal wel begrijp. Hij/zij heeft het immers zo moeilijk op het werk/op school/ met zijn verleden,… Een mens moet de dingen kunnen bedekken met de mantel der liefde.
Gevolg: Dit lijkt misschien heel liefdevol, maar geen enkel probleem wordt aangepakt. Mijn innerlijke pijn wordt niet verzorgd, en mijn naaste ziet niet in dat hij/zij zijn gedrag moet veranderen. Onder de mantel der liefde kan het na verloop van tijd heel erg… stinken.
Deze aanval van hem/haar bevestigt nog maar eens dat ik de betere ben van de twee. Niet alleen zou ik nooit me laten verleiden tot een dergelijke lage zet, bovendien weet ik dat ik (als christen) moet vergeven, en dat doe ik dan ook.
Gevolg: Je voelt je misschien wel superieur, maar is de ander gediend met deze ‘vergeving’ vanuit de hoogte? En is je innerlijke pijn wel genezen? Of heb je er een pleister opgelegd van ‘wat-ben-ik-toch-een-goed-mens’, zonder de lelijke wonde te verzorgen?
Ik ontken voor mezelf dat ik gekwetst ben. Ik kan wel tegen een stootje, mij krijgen ze niet rap klein.
Gevolg: De wonde wordt niet verzorgd en zal gaan ontsteken. De relatie kan zich niet herstellen.
Die persoon heeft mij bestolen, maar ik verdedig mij niet. Ik vergeef het hem.
Gevolg: Tenzij je een heilige bent, zul je je hierbij toch niet zo goed voelen. Ook de persoon die van je gestolen heeft, leert niets uit zijn fout. De kans is groot dat je kiest voor ‘vergeving’ uit gemakzucht, of uit angst voor de reactie van de boosdoener. Dat zijn geen gezonde motivaties. Vergeven betekent niet dat je je moet laten onrecht aandoen!
Ik kan misschien wel vergeven, maar vergeten, dat nooit!
Gevolg: Vergeten is een teken van een slecht geheugen, en niet van vergeving. ‘Vergeven en vergeten’ bij een diepe kwetsuur is niet haalbaar, en zelfs niet wenselijk. We hoeven niet te vergeten om te kunnen vergeven. Iets niet vergeten zal je aanzetten tot voorzichtigheid. Bij de grimmigheid van bovenstaande uitspraak, kunnen we ons echter afvragen of er wel echt vergeving geweest is?
Ik laat merken dat ik gekwetst ben. Ik huil en laat me helemaal gaan tot de ander met spijtbetuigingen komt aanzetten.
Gevolg: Je wentelt jezelf in de slachtofferrol, wat niet echt bevorderlijk is voor je zelfrespect. Heeft de ander wel ingezien wat hij verkeerd heeft gedaan, of heeft hij enkel medelijden met jou als zielenpoot? Zal de relatie hierdoor verbeteren?
Ik ontken dat ik gekwetst ben, maar zet het de ander wel betaald door bijvoorbeeld ‘beeld maar geen klank’ te geven of heel onopvallend de sfeer van de hele dag te verpesten.
Gevolg: De kleine voldoening van saboteren weegt niet op tegen de gemiste kansen. Jij hebt je trots verzorgd, maar niet je wonde. De ander kreeg geen eerlijke kans om het goed te maken. Op het moment dat de ander je spelletje herkent (en dat zal steeds sneller gebeuren), kan hij reageren door hetzelfde spel te spelen. Wie houdt het het langst vol?
Alternatief
Deze oefening kost heel wat tijd, tijd die je misschien niet hebt. Je kan zelf een paar mogelijkheden opsommen en samen met de deelnemers de gevolgen hiervan bekijken.
Je nodigt de deelnemers uit om de lijst, die ze op bijlage 1 vinden, thuis op hun gemak door te nemen en in te vullen.
Vat samen
Er zijn veel manieren om met gekwetst-zijn om te gaan. Er is er echter maar één die jezelf, en de ander ten goede komt. Dat is gezonde vergeving. Niet de vergeving waarbij je jezelf verloochent. Niet de vergeving waarbij je over jou laat lopen. Niet de vergeving als een plicht.
Nee, vergeving als een uiting van liefde. Niet alleen voor de ander, maar ook voor jezelf. Je wilt immers niet blijven zitten met die negatieve gevoelens, met die gapende wonde. Het wonder van vergeving is het wonder van genezing. Om ‘goed’ te vergeven, moet je gewoon handelen, zoals je je over dat gekwetste jongetje ontfermde. We zijn allemaal maar mensen, en we kwetsen elkaar allemaal wel eens, gewild of ongewild.
Enkele voorbeelden:
Onze partner vindt het steeds nodig ons te ‘corrigeren’ in gesprekken met vrienden. Of zoonlief gooit met zijn pet naar zijn studies, al weet je dat hij het kan, en wil je zo graag dat hij een goed diploma haalt. Je schoondochter komt zelden bij jou op bezoek met de kleinkinderen, al bied je voortdurend aan dat ze altijd welkom zijn. Of, je kinderen gebruiken jou op alle mogelijke momenten als babysitters, zonder rekening te houden met jouw agenda. Jouw werkgever kan nooit eens een woord van waardering uitspreken. Al die teleurstellingen, al die grote en kleine kwetsuren stapelen zich op, en een mens wordt bitter en oud… tenzij je bereid bent te vergeven, tenzij je er tijd en energie in steekt om deze kwetsuren te verzorgen.
‘Goede, gezonde vergeving’ is de enige manier om lange liefdesrelaties aan te gaan, om werkrelaties niet te laten verzieken, om familiebanden banden van liefde te laten zijn. Maar hoe kan je leren op een ‘gezonde’ manier te vergeven? Net zoals in het voorbeeld van de jongen met de gewonde knie, beginnen we heel eenvoudig, met naar de wonde te kijken.
DEEL 2: DE WEG VAN VERGEVING
Kijken naar de wonde
Duurtijd: ongeveer 20 minuten
Geef de deelnemers bijlage 2. Hierop staan al de verschillende stappen die jij aanbrengt in het groeiproces. Dit geeft de deelnemers houvast. Regelmatig kan je hiernaar verwijzen.
Stap 1 - Erkennen dat je gekwetst bent
Allereerst moet je erkennen dat je gekwetst bent. Dit lijkt de grootste evidentie, maar is dat niet. Volgens psychologen ontstaan de meeste neurosen omdat je niet bereid bent toe te geven dat je lijdt. Natuurlijk is het goed dat mensen zichzelf proberen te beschermen en lijden te vermijden, maar eens de wonde een feit is, heeft het geen zin om dit te negeren. Dan zou zijn alsof het huilende jongetje met zijn bloedende knie voor je staat en jij zegt: ‘Maar nee, jouw knie bloedt helemaal niet.’
Toch is dit precies wat we vaak doen. We doen dit omdat we moeite hebben met het gevoel gekwetst te zijn. Dan voelen we ons beschaamd, vernederd, als een machteloos kind dat in de hoek wordt gezet. De meeste mensen hebben een hekel aan dit machteloos gevoel en ontwikkelden een aantal methodes om het niet te hoeven voelen.
Een greep uit de mogelijkheden:
- Je ontkent eenvoudig dat je gekwetst bent. ‘Jij, mij gekwetst? Welnee! Och, manlief toch, als ik daardoor al gekwetst zou zijn, dan had je mij al vaak gekwetst …’
- Of je minimaliseert wat er gebeurd is. ‘Het is zo erg niet. Dat gaat nu eenmaal zo, opgroeiende kinderen zetten al eens een brutale mond op tegen hun ouders. Ik ben echt niet de eerste moeder die een duw krijgt van haar zoon. Dat gaat vanzelf wel weer over.’
- Of je verontschuldigt degene die je gekwetst heeft. ‘Natuurlijk is de houding van die leerling zeer onaangenaam, maar hij heeft een erg moeilijke thuissituatie …’
- Of je neemt de schuld op jou. Als mensen moeten kiezen tussen ‘zich schuldig voelen’ of ‘zich beschaamd voelen’ kiezen ze doorgaans voor het eerste. Dan heb je tenminste nog een beetje controle over de situatie. Je veroordeelt jezelf, in plaats van dat je te kijk wordt gezet. Bijvoorbeeld: ‘Vreselijk dat mijn man me altijd in de rede valt en moet verbeteren van zodra ik iets zeg op een receptie of een uitje met vrienden. Maar natuurlijk zou ik wel interessantere dingen kunnen vertellen als ik een diploma had behaald. Misschien moet ik toch nog eens nadenken over avondschool.’
Opgelet: Deze mechanismen zijn niet slecht op zich! Het is bijvoorbeeld heel goed om begrip te hebben voor wie je kwetst, maar NADAT je de innerlijke kwetsuur hebt bekeken en verzorgd. Anders leg je een pleister op een onverzorgde wonde.
Soms hellen we naar de andere kant over. Je zwelgt zowat in je slachtofferrol. Bij iedereen die het wil horen doe je je beklag. Dit gebeurt vaak heel subtiel, met een ontroerende martelarenglimlach er bovenop. Deze eeuwige slachtoffers kijken ook niet echt naar de wonde, toch niet met de bedoeling de wonde te helen. Ze willen dat hun omgeving kijkt. Ze willen medelijden opwekken, en hun voordeel trekken uit hun gekwetst zijn. Sommige mensen raken echt verslaafd aan deze slachtofferrol, en de voordelen die het hen oplevert. Ze moeten zich echter bewust zijn van de nadelen: een laag zelfbeeld, en misschien enige sympathie maar weinig achting van de buitenwereld. En aan zelf de wonde echt bekijken, komt men niet eens toe …
Wie het lef heeft, om dit gekwetst-zijn toe te laten, zal merken dat het niet blijft duren. Dat de gevoelens van schaamte, pijn en vernedering door ons heen trekken als een golf, en je klaarmaken voor de volgende stap.
Jezus zelf geeft ons hier het voorbeeld wanneer Hij, na het verraad van Judas, gewoon toegeeft: ‘Ik ben dodelijk bedroefd.’ (Mt 26, 38) Dit gevoel van pijn en vernedering laat Hij door zich heen trekken als een golf, Hij zweet ‘water en bloed’, en Hij komt er sterker uit, klaar voor wat komen zal. Zo kan het erkennen van onze kwetsuur ook ons klaarmaken om verder te gaan.
Stap 2 - Je gekwetstheid met iemand delen
De ergste pijn is het gevoel alleen te staan met je verdriet. ‘Gedeelde smart is halve smart’, is een oude volks-‘wijs’-heid. Het is belangrijk dat je iemand naar je wonde laat kijken.
Natuurlijk kun je je gekwetstheid niet met om het even wie delen. Als je echt hebt stilgestaan bij je pijn, weet je dat het om iets dieps en kostbaars gaat, dat je zeker niet aan iedereen kunt toevertrouwen.
‘Komt allen naar Mij toe, die afgemat en belast zijn, en ik zal u rust geven.’ (Mt 11, 28), zo nodigt Jezus de gekwetsten uit. Soms kan je in gebed dit luisterend oor bij Hem vinden. Soms heb je behoefte aan iemand die heel tastbaar voor je zit. Natuurlijk moet je dan met zorg een wijs en mild iemand kiezen.
Vertel je verhaal zoals jij het ervaren hebt. Velen hebben de neiging om wat afstand te scheppen en bijvoorbeeld in de ‘je-persoon’ te gaan spreken. Bijvoorbeeld: ‘Tja, en als hij dan weer eens te laat is, en ge staat daar te wachten, dan voelt ge u zo belachelijk, hé.’ Dit kan een detail lijken, maar het wijst erop dat je de gekwetstheid nog steeds niet erkend hebt als jouw gekwetst-zijn. Spreek eerlijk en eenvoudig. Bijvoorbeeld: ‘Ik voel me gekwetst. Ik had erop gerekend, en mijn vertrouwen wordt beschaamd, …’
Verlies jezelf ook niet in zelfvernederende interpretaties. Bijvoorbeeld: ‘Ja, en natuurlijk had ik dat weer niet verwacht, dus ik stond daar met mijn mond vol tanden…’
Vertel je verhaal, maar met respect voor jezelf, en voor de feiten.
Stap 3 - De aard en omvang van je verlies definiëren
Vaak heb je het gevoel, als je gekwetst wordt, dat je helemaal onderuit gehaald wordt. Toch is dit nooit het geval. Als je de moed hebt naar de wonde te kijken, kun je zien hoe ‘erg’ het is. Dan zie je dat de knie geraakt is, maar het scheenbeen niet. Of dat de armen vol blauwe plekken zitten, maar de benen niet.
Bijvoorbeeld:
Karen voelt zich compleet als mens vernederd, omdat een promotie, waar zij op gerekend had, naar iemand anders ging. Ze zwelgt in zelfmedelijden en zelfs zelfverachting. ‘Ik kan niets’, denkt ze, ‘niemand waardeert me.’ Als ze de wonde echter nuchter bekijkt, moet ze erkennen dat een persoon, haar baas, heeft geoordeeld dat voor deze commerciële functie iemand anders op dit moment meer geschikt was. Ze is door een persoon geraakt in haar ambitie van dit moment. Dat is al heel wat anders dan ‘niemand waardeert me’!
Zo kan je vaststellen dat bijvoorbeeld je waardigheid geraakt is, of je zelfvertrouwen, je gezondheid of je sociaal imago, je verwachtingen t.o.v. het gezag, of je vertrouwen in een vriend, je behoefte aan discretie als je iemand een geheim vertelde, of een ideaal, maar nooit alles tegelijk! Sommige mensen die in concentratiekampen een hel doormaakten, getuigden dat er een deel in hen was, een diep-menselijke waardigheid, die niemand kon raken.
Wanneer je precies definieert waar je gekwetst bent, zorg je ervoor dat je diepste kern beschermd blijft. Je vermijdt dat je wegzinkt in een moeras van zelfbeklag, of zelfverwijt. Je behoudt je waardigheid als mens, en ziet de wonde zoals ze is, met een heldere blik. Je bent klaar om ze te verzorgen.
Groepsgesprek
De inhoud van dit eerste deel kan nu eventueel bezinken a.d.h.v. vraagjes in kleine groepjes. Bijlage 3a geeft de mogelijkheid om a.h.v. enkele vraagjes te kijken naar een lichte kwetsuur, iets wat de deelnemers aan iemand willen vergeven, zodat een draad kan hersteld worden. Hierbij is het belangrijk een ‘vergrijp’ uit het dagelijks leven te kiezen, dat zeker niet te zwaar is, maar ook niet banaal.
Bijlage 3b nodigt uit om, vertrekkende van een fictief maar concreet voorbeeld, ook met deze vragen bezig te zijn. De antwoorden hoeven wel niet persoonlijk te zijn. Uiteraard kan deze opdracht ook persoonlijk gegeven worden.
PAUZE
De wonde verzorgen
Duurtijd: 20 minuten
Stap 1 - Woede toelaten
Als je de wonde van de kleine jongen goed bekeken hebt, zul je ze daarna goed uitwassen met ‘stromend’ water. De steentjes en vuiligheid moeten eruit voor je er een zalf of ontsmettingsmiddel op kunt doen.
Ook in je innerlijk is er een stroom die de wonde zuivert, zodat je verder kunt gaan met de genezing. Maar spijtig genoeg onderdrukken we die stroom vaak, want die stroom is… onze woede.
Vaak hebben we geleerd dat we niet kwaad mogen zijn. Vanuit religieuze hoek werd ‘woede’ voorgesteld als iets wat niet mocht of kon. Vreemd toch, als we bedenken hoe Jezus geen enkele moeite had om zijn woede te laten stromen. Denk maar aan de scène in de tempel of zijn behoorlijk kwade aansprekingen van de farizeeërs als ‘witgekalkte graven’ (Mt 23, 27)
Eigenlijk zijn we ook wel een beetje bang voor de enorme energie die er in woede zit, en wat die kan aanrichten. Dus onderdrukken we de woede. Maar woede wil stromen, net als water. Ze zal een andere uitweg zoeken en vinden.
Enkele mogelijke uitwegen:
- Misschien richt je je woede wel op onschuldige, zwakkere wezens. Het voorbeeld is klassiek van de man die uitgescholden wordt op zijn werk, zwijgt, thuiskomt en scheldt op zijn vrouw, die een onredelijke uitbrander geeft aan het kind dat een stamp geeft aan de hond.
- Of je stapelt de woede op, en opeens komt er een ongecontroleerde woede-uitbarsting. Iedereen schrikt ervan. ‘Die zachte, altijd vriendelijke, altijd glimlachende Kathleen, hoe kan die nu opeens zo uitvallen? En dan nog wel voor zo een bagatel?’
- Een andere mogelijkheid is dat de woede zich tegen jezelf richt. Je valt ten prooi aan zelfverwijt en zelfhaat. Een depressie loert om de hoek.
- Of de woede spreidt zich uit over alles en iedereen. Je wordt een mopperaar, met een negatieve kijk op het leven en de mensen om je heen.
- Woede die niet mag stromen, richt niet alleen schade aan je geest aan, maar ook aan je lichaam. Je ontwikkelt psychosomatische klachten. Je krijgt een maagzweer of chronische hoofdpijn.
Maar eigenlijk wil woede voor ons werken!
- Woede wil ons helpen om de relatie te verbeteren. Een relatie waar nooit ruzie gemaakt wordt, is een dode relatie. Je vindt de relatie niet de moeite waard meer om ruzie voor te hebben, of je bent niet echt jezelf binnen de relatie, en je verloochent jezelf omwille van de lieve vrede. De relatie wordt een zoete leugen, die vroeg of laat doorprikt wordt. Woede geeft je echter de kracht om het gevoel van onenigheid te uiten. Daardoor kan erover gesproken worden en kan er een oplossing gezocht worden.
- Woede helpt je ook om jezelf te leren kennen. Woede leert je wat echt belangrijk is voor jou. Wat maakt je kwaad? Onrecht of gebrek aan respect? Leugens of hebzucht? Slordigheid of onvriendelijkheid? Weten wat je kwaad maakt zet je op het spoor van je diepste ‘ik’.
- En tenslotte is woede een prachtige leverancier van energie. Hoe zou het zijn met de zwarten in Zuid-Afrika als Nelson Mandela niet woedend was geworden? Waar zouden de vrouwenrechten staat als er geen dolle, dus erg boze, Mina’s waren geweest? Zouden topatleten dezelfde prestaties neerzetten als ze niet woedend waren geweest dat ze dat record de vorige keer net niet gehaald hadden?
Leve de woede!
Maar betekent dit dat je jezelf de volgende keer lekker moet laten gaan? De rommel naar het hoofd van onze dochter smijten, die weer eens haar kamer niet heeft opgeruimd? Onze koffie leeggieten over de PC van die collega met zijn vernederende opmerkingen? Natuurlijk niet. Een ongecontroleerde woede uitbarsting is net zo gevaarlijk als de woede onderdrukken.
Er bestaat een goede, gezonde manier van omgaan met onze woede, waarin je jezelf kan oefenen.
- Allereerst begroet je de woede als je vriend. Wees er niet meer bang voor. Erken dat ze er is en vertrouwen haar.
- Dan bevraag je de woede en je luistert. ‘Waarom ben ik nu precies boos? Gaat het enkel over dit feit of zit er meer achter? Wat wil je doen voor mij? Wat wil je dat er verandert?’
- Bedank de woede omdat ze je verdedigt. Beloof haar dat je stappen zult ondernemen om aan deze situatie een einde te maken.
- In een laatste stap denk je na over hoe je het concreet gaat aanpakken, en dat doe je dan ook.
Dit kan erg kunstmatig lijken, en dat is het ook. Maar je mag niet vergeten dat je vaak jarenlang verkeerd met je woede bent omgegaan. Dan vergt het een extra inspanning om die gewoonte om te buigen. Later kan het een spontane reflex worden om woede niet meer te onderdrukken maar ernaar te luisteren.
Stap 2 - Jezelf vergeven
Als je luistert naar je woede, zul je merken dat je diep vanbinnen ook kwaad bent op jezelf.
Dit is een vreemd fenomeen dat steeds, in mindere of meerdere mate, wordt waargenomen als iemand gekwetst wordt. Psychologen noemen het ‘identificatie met de agressor’. Als iemand je kwetst, is het alsof je, net als die persoon, jezelf mee gaat beschuldigen. Je geeft jezelf dan allerlei minder fraaie namen.
Bijvoorbeeld:
‘Hoe kon ik zo stom zijn om zijn mooie verhaaltjes te geloven?’
‘Kijk, nu is mijn dochter met slaande deuren thuis vertrokken. Zie je wel. Ik ben geen goede moeder.’
‘De kinderen kennen me alleen maar wanneer ze hulp voor de opvang nodig hebben. Ik deug zeker voor niks anders.’
Hiermee herhaalt de psychologie wat ook Jezus zei: ‘Heb je naaste lief als jezelf’ (Mt 19, 19) of ‘Vergeef ons onze schulden gelijk wij ook vergeven aan onze schuldenaren’ (Mt 6, 12) uit het Onze Vader. Beide teksten geven aan dat er een onlosmakelijk verband is tussen onze houding t.o.v. onszelf en t.o.v. anderen. Als we onszelf kunnen liefhebben, kunnen we van anderen houden. Als we onszelf kunnen vergeven, m.a.w. als we Gods vergiffenis voor ons kunnen aanvaarden, kunnen we ook andere mensen vergeven. Maar we vinden het moeilijk om dit te geloven. Bovendien vindt ons ego het heel moeilijk om de rol op zich te nemen van de gekwetste, die redding nodig heeft. Eigenlijk beschuldigen we nog liever onszelf dan te erkennen dat we beschaamd, vernederd, gekwetst zijn. Het is als een kind dat zichzelf in de hoek zet, om de vernedering niet te moeten ondergaan van in de hoek gezet te worden.
En wellicht is er ook wel sprake van ‘schuld’, naar jezelf toe. Ergens heb je misschien de realiteit niet volledig onder ogen gezien. Ergens heb je misschien te lang gezwegen, je te lang laten doen. Ergens maakte je het voor die ander te gemakkelijk zodat hij/zij jou kon kwetsen. Ergens hebben we onszelf niet voldoende liefgehad …
Daarom is het belangrijk om jezelf te vergeven. Dit is een stap in geloof.
Stilletjes aan verlaten we hier het terrein van het zichtbare en tastbare … en komen we op het terrein van geloven. Je krijgt namelijk geen ‘bewijs’ dat je vergeven bent. Je kan het alleen geloven. Jean Monbourqette raadt mensen aan om luidop te zeggen: ‘God vergeeft mij en ik vergeef mezelf.’ Het is goed dit te herhalen telkens er gedachten van zelfverwijt opkomen. Monbourquette geeft ook aan dat je deze stap moet vieren, door bijvoorbeeld iets goeds te doen voor iemand anders. En uiteindelijk zal er een moment komen van innerlijke vrede met jezelf, al ben je gekwetst.
Een kleine kanttekening hierbij: je kunt jezelf vergeven voor wat je gedaan of niet gedaan hebt, maar niet voor wie je bent! Door jezelf te vergeven omdat je bijvoorbeeld ‘altijd te vriendelijk bent’ verwerp je jezelf, en maak je het allemaal nog pijnlijker. Wel kun je jezelf vergeven dat je ‘de agressie van die collega niet tijdig hebt herkend en jezelf niet voldoende beschermd hebt.’
Deze bereidheid om jezelf te vergeven is als een milde, genezende zalf op de wonde. Wie zichzelf kan vergeven, kan anderen vergeven. Wie zichzelf niet kan vergeven, zal ook anderen niet kunnen vergeven.
Groepsgesprek
Beide stappen kunnen opnieuw bezinken aan de hand van een paar vraagjes.
Bijlage 4 geeft de mogelijkheid om in groepen met een gesprek te voeren over woede en hoe dat werkt. In open groepen en als je hiervoor de tijd hebt, kan je ook de vragen met een * bespreekbaar maken. In meer gesloten groepen geef je dit mee als mogelijke persoonlijke opdracht voor thuis.
Je richten naar de persoon die je gekwetst heeft
Duurtijd: 20 minuten
Het verschil zien tussen 'dader' en 'daad'
Tot hiertoe hebben we ons vooral met onszelf beziggehouden. Wellicht was dit een verrassing. Vergeving lijkt immers vooral betrekking te hebben op de persoon die je gekwetst heeft.
Maar het is niet gemakkelijk om iemand te vergeven terwijl de wonde nog bloedt. Daarom moet je eerst voor jezelf zorgen. En het is onmogelijk iemand te vergeven als je niet eerst jezelf vergeven hebt. De persoon die je gekwetst heeft, heeft je innerlijk evenwicht verstoord. Pas als je dat hersteld hebt, ben je klaar om verder te gaan. De eerste draadjes die moeten hersteld worden, zijn de draadjes binnen jezelf.
Als iemand diep wordt gekwetst, zie je vaak de volgende reacties tegenover de persoon die kwetste.
- De gekwetste wil wraak. Die persoon die hem kwetste, zal boeten. Soms kan dit heel duidelijk zijn, zelfs met geweld, maar vaker gebeurt het subtiel. Door de goede sfeer te saboteren, de eerstvolgende keer dat een gunst gevraagd wordt die niet te verlenen, enz. Dat de gekwetste zich intussen zelf niet al te gelukkig voelt, ziet hij hierbij over het hoofd.
- De gekwetste kan niet echt boos zijn, want hij ziet de persoon die kwetste te graag. Hij begrijpt te goed waarom die persoon zo handelde, en laat het dus maar toe. De persoon die kwetst ziet zijn fout niet in, en zal ze blijven herhalen.
Beide houdingen komen voort uit een verkeerde kijk op de zaak. In de gedachten en gevoelens van de gekwetste persoon valt ‘de daad’ samen met ‘de dader’. Hij houdt van die persoon, dus hij kan die toch niet terugkwetsen? Of omgekeerd, die daad is verfoeilijk, dus die persoon moet toch boeten?
Het is een uitdaging om een onderscheid te leren maken tussen ‘de daad’ en ‘de dader’.
Gedrag dat kwetsend is voor jou (‘de daad’) kan niet door de beugel. Daar moet een einde aan gesteld worden. Je bent het aan jezelf verplicht om manieren te zoeken om dit onrecht stop te zetten. Dit is niet zo gemakkelijk als het klinkt, maar veel mensen proberen het niet eens. Ze blijven steken in hun negatieve gevoelens van wrok, of schuldgevoelens over die wrokgevoelens enz. Het is noodzakelijk voor jouw welzijn, en het welzijn van de relatie om op een nuchtere manier op zoek te gaan naar manieren dat deze kwetsende zaken zich niet herhalen. In heel ernstige situaties kan het zelfs noodzakelijk zijn de relatie te verbreken, of op een ander, minder intiem niveau, verder te zetten. Vergeving betekent niet altijd dat de relatie op dezelfde manier terug wordt opgenomen. Soms is dit niet mogelijk.
Als we snel reageren op ‘de daad’, heeft het minder kans om uit te groeien tot een algemeen negatieve houding t.o.v. ‘de dader’.
Dan hoef je de ‘dader’ niet te misprijzen, om jezelf toch nog een beetje goed te voelen, dan hoef je hem niet te saboteren of in je fantasie weerwraak te nemen.
Meer nog, dan kun je de dader zien als een mens die ook op zoek is naar liefde en waardering, en hierbij fouten begaat.
Op deze manier ging Jezus om met de vele kwetsuren die Hem werden aangedaan. Enerzijds had Hij zijn vijanden oprecht lief, als mensen die op zoek waren naar zin en liefde, anderzijds kon Hij heel scherp uitvallen tegen deze vijanden en de daden van zijn tegenstanders aan de kaak stellen.
Een reflectie met de groep aan de hand van een voorbeeld uit de werksfeer
Els werkt al vele jaren bij een verzekeringsmakelaar. Wanneer er een collega vertrekt, wordt Evelien aangeworven, een jonge vrouw van eind de twintig. Evelien is een charmante persoonlijkheid, maar Els, die nauw met haar moet samenwerken, merkt ook een minder aangenaam kantje. Als Els een rapport af heeft, moet Evelien net naar de baas, en ‘zal het wel even meenemen’. ‘Goed rapport, Evelien’, hoort Els de baas even later zeggen. Als er een belangrijke klant moet gebeld worden, is Evelien er als de kippen bij. Voor ze het weet, merkt Els dat alle onbelangrijke en routinematige dossiers naar haar worden doorgeschoven, terwijl Evelien ervoor zorgt in de kijker te lopen.
Scenario 1
Els weet dat Evelien haar vorige job is kwijtgeraakt door reorganisatie. ‘Ach wat,’ denkt ze, ‘Dat meisje wil er natuurlijk alles aan doen om hier vast in dienst te kunnen blijven. Ik begrijp dat wel.’ Ze voelt zich schuldig over haar negatieve gevoelens tegenover Evelien, en neemt zich voor vriendelijk te blijven voor het meisje. En toch kan ze het niet helpen dat het steekt wanneer Evelien bij de volgende voetbalmatch (het bedrijf heeft een loge) de baas mag vergezellen, terwijl zij het al die jaren voordien deed.
Als vormingswerker vraag je aan de deelnemers wat hier gebeurt.
Antwoord: Els maakt geen onderscheid tussen daad en dader. Ze heeft begrip voor Evelien als mens, en denkt dus dat ze ook begrijpend moet staan tegenover Eveliens gedrag. Maar haar gevoel voor zelfwaarde komt in opstand. Ze onderdrukt de woede, maar die zal blijven sudderen, tot ze naar binnen slaat (Els wordt ziek), of plots naar buiten komt.
Scenario 2
Els kookt inwendig. Dat kind haalt de kaas van tussen haar boterham, terwijl ze erop staat te kijken. Op den duur kan ze niets goed meer zien aan Evelien. Ze laat niets merken aan Evelien, maar laat links en rechts iets vallen over haar slordigheid en het feit dat ze helemaal niet goed thuis is in Excel. In een farde onderaan haar lade, houdt ze een lijst bij van alle fouten die Evelien heeft gemaakt. Als haar baas haar om een evaluatie van Evelien vraagt, juicht ze inwendig. Tijd voor wraak …
Als vormingswerker vraag je aan de deelnemers wat hier gebeurt.
Antwoord: Els maakt geen onderscheid tussen daad en dader. Evelien heeft zich slecht gedragen, dus ze is slecht, helemaal. Ze schaamt zich over die negatieve gevoelens tegenover Evelien, dus neemt ze stiekem wraak.
Scenario 3
Els merkt dat het gedrag van Evelien haar kwetst. Samenwerking vergt loyaliteit, en Evelien is duidelijk niet loyaal. Ze heeft haar gekwetst in haar vertrouwen. Els laat er geen gras over groeien. Ze confronteert Evelien met een paar feiten. Evelien ontkent eerst, maar als Els voorstelt om het gesprek bij de baas verder te zetten, begint ze te wenen. Ze zegt dat ze zo bang is om opnieuw haar werk kwijt te raken. Els troost Evelien en vertelt dat ze dat wel begrijpt, maar dat ze een goede kans maakt om te kunnen blijven wanneer ze haar werk goed doet én loyaal is tegenover haar collega’s. Ze maken een paar afspraken rond werkverdeling, en spreken af binnen een week te evalueren.
Als vormingswerker vraag je aan de deelnemers wat hier gebeurt.
Antwoord: Els maakt een scherp onderscheid tussen het gedrag en de persoon van Evelien. Ze reageert meteen op het gedrag, en gaat in eerste instantie uit van de goede wil van Evelien, maar is ook bereid verdere stappen te ondernemen indien Evelien weigert haar gedrag aan te passen. Ze heeft begrip en zelfs sympathie voor Evelien, maar laat zich daarom niet doen.
‘Begrip voor de dader’ is een vrucht van vergeving. Het kan meestal slechts groeien wanneer het onrecht is stopgezet en de gedachten aan wraak niet meer rondspoken.
Groepsgesprek
Extra voorbeeldsituaties die in groep kunnen besproken worden,vind je in bijlage 5.
Vraag 3 is weer eerder persoonlijk en kan in open groepen gemaakt worden. Het kan ook meegegeven worden als persoonlijke reflectie voor thuis.
Genezing
Duurtijd: 20 minuten
Als we de weg van vergeving gaan, komen we steeds meer op een terrein waar we eigenlijk zelf niet meer de volledige controle over hebben. ‘We staan erbij en we kijken ernaar…’
Eens de wonde van de jongen verzorgd is, voltrekt de genezing zich als vanzelf. De wetenschap kan wel uitleggen hoe de witte bloedlichaampjes naar de plaats van de wonde gaan, hoe er een korstje wordt gevormd, hoe daaronder een nieuwe huid wordt gevormd, maar dat maakt het wonder er niet kleiner om. Bij de ene mens zal het langer duren dan bij de andere voordat de wonde genezen is. Het hangt af van de diepte van de wonde, de gezondheidstoestand en de kracht van de mens in kwestie.
Zo gaat het ook bij innerlijke kwetsuren. Eens het werk gedaan is, kunnen we alleen maar wachten. En dan kan het gebeuren dat je opeens een zin ziet in de kwetsuur.
Je beseft dat precies door die kwetsende houding van partner of kinderen, van werkgever of collega’s je een andere kijk op de wereld hebt gekregen, of een andere kijk op jezelf. Of je bent erdoor veranderd, je bent meer assertief geworden, hebt leren ‘neen’ zeggen. Of je kunt je niet meer druk maken over kleine dingen.
De pijn van die ervaring heeft op één of andere manier jouw leven rijker gemaakt.
Dit is een inzicht dat je niet kunt forceren, je moet het letterlijk ‘krijgen’.
Ook het echte bevrijdende gevoel van vergeving is iets dat we moeten krijgen. Wanneer we geen puin geruimd hebben (wrokgevoelens, te gemakkelijk ‘begrip’ van de dader, onderdrukte woede, …), maken we geen kans deze ervaring te hebben. Maar ook als we puin geruimd hebben, kunnen we niet met zekerheid zeggen of en wanneer we ze zullen hebben.
Een ding is zeker, wie deze ervaring heeft, twijfelt niet aan de realiteit ervan. De ervaring is zo bevrijdend, zowel voor de persoon die vergeving schenkt als voor degene die vergiffenis ontvangt.
We blijven even stilstaan bij deze vergeving ‘als genade’, als een geschenk dat we krijgen aan de hand van het verhaal van Corrie ten Boom. (zie bijlage 6) Dit is geen gemakkelijk onderwerp om over te spreken, toch kan een ‘gewaagde’ stelling het gesprek misschien openbreken. Er staan ook een paar vraagjes en opdrachten op om thuis uit te proberen. In dit stadium van de weg van vergeving zijn we zelf heel ‘passief’ geworden. Het enige wat we zelf nog kunnen doen, is onze ontvankelijkheid vergroten door ons te ‘oefenen’ in ontvangen. ‘Kunnen geven’ is immers een kunst, maar ‘kunnen ontvangen’ ook!
DEEL 3. UITBREIDING
DE VERSCHILLENDE STAPPEN IN VERGEVING ILLUSTREREN MET HET VERHAAL VAN DE VERLOREN ZOON
De vormingswerker die met deze handleiding een hele dag werkt, kan deze uitbreiding in de namiddag gebruiken om de verschillende stappen in vergeving toe te passen op een evangelieverhaal: het verhaal van de verloren zoon. Het is een heel rijk verhaal, hoe vaak je het ook leest, je blijft er nieuwe bodems in ontdekken.
Het verhaal vind je in bijlage 7a, de verwerking in bijlage 7b.
VERHAAL
Iemand had twee zonen. De jongste zei tegen zijn vader: ‘Vader, geef mij mijn deel van de erfenis.’ En hij verdeelde zijn vermogen onder hen.
Niet lang daarna vertrok de jongste zoon met al zijn bezit naar een ver land, waar hij het verkwistte in een losbandig leven. Toen hij alles had opgemaakt, kwam er een zware hongersnood over dat land en ook hij begon gebrek te lijden. Hij zwierf rond tot hij in dienst trad bij een van de bewoners van dat land; die stuurde hem het veld in om varkens te hoeden. Graag had hij zijn honger gestild met het voer dat de varkens aten, maar niemand gaf hem wat.
Toen kwam hij tot zichzelf en zei: ‘Zoveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed en ik verga hier van de honger! Ik ga terug naar mijn vader. Ik zal hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u. Ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten, behandel me als een van uw dagloners.’
En hij ging terug naar zijn vader. Toen hij nog ver van huis was, zag zijn vader hem al en werd ontroerd. Snel liep hij op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem.
‘Vader’, zei de zoon tegen hem, ‘ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten.’
Maar de vader zei tegen zijn slaven: ‘Haal vlug de mooiste kleren en trek ze hem aan, doe een ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten. Haal het gemeste kalf en slacht het, laten we eten en feestvieren, want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden.’ En het feest begon.
Maar zijn oudste zoon was nog op het land. Toen hij naar huis kwam, hoorde hij muziek en dans. Hij riep een van de knechten en vroeg wat er te doen was. Die antwoordde: ‘Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond en wel terug heeft.’
Toen werd hij kwaad en hij wilde niet binnenkomen. Daarop kwam zijn vader naar buiten en probeerde hem tot andere gedachten te brengen. Maar hij gaf zijn vader ten antwoord: ‘Ik dien u nu al zoveel jaren en nooit heb ik een gebod van u overtreden, maar mij hebt u nog nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen, die uw vermogen met hoeren heeft verbrast, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.’
Maar hij zei: ‘Jongen, jij bent altijd bij mij en alles wat ik heb, is van jou. Maar nu moeten we feestvieren en blij zijn, want die broer van je was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden.’
(naar Lc 15,11-32)
Stappen in vergeving in dit verhaal
In dit verhaal worden heel wat mensen gekwetst.
Allereerst wordt de vader gekwetst. Om je erfenis vragen vóór je vader overlijdt, zou vandaag niet erg gewaardeerd worden. In die tijd en cultuur stond het gelijk met je vader doodwensen. Bovendien gaat de jongste zoon met die erfenis meteen alles doen wat haaks staat op de opvoeding die zijn vader hem gegeven had.
En wat doet de vader als die jongste zoon terugkeert omdat hij honger heeft? Hij valt hem om de hals en geeft een feest voor hem! Het lijkt wel alsof het hem niet de minste moeite kost om zijn zoon alles te vergeven. Meer nog, het lijkt wel alsof hij nooit boos of gekwetst is geweest. Maar de vader staat hier dan ook symbool voor God. En God vergeeft alles.
Dit is een vergeving die we zelf niet kunnen ‘maken’. Het is pure genade als we in staat zijn zo te leven. Zo gratuit vergeving kunnen schenken, is een cadeau dat we eerst moeten krijgen. Soms gebeurt dat. Misschien hebben we het zelf al mogen ervaren. Er zijn getuigenissen van mensen die dergelijke dingen ervaren hebben (zie in bijlage 7b het verhaal van Alice en Allen).
Maar wellicht herkennen we ons beter in de oudste zoon. Ook hij werd gekwetst. En hij trekt zich terug in het duister.
Henri Nouwen, de Amerikaans-Nederlandse priester en schrijver, vraagt zich in zijn boek ‘Eindelijk thuis’ af of de drie personages in dit verhaal niet telkens een facet belichamen in dezelfde mens. De ‘vader’ als dat facet in ons, dat goed kan omgaan met kwetsuren, dat ons kan leren te vergeven, de mildheid van ons hart. De ‘jongste zoon’ staat dan symbool voor ‘de zwakheid’ van ons hart, de ‘oudste zoon’ verwijst naar ‘de hardheid’ in ieder van ons.
Groepsgesprek
Stap 1
De vormingswerker vraagt de deelnemers of ze in het gesprekje tussen vader en oudste zoon bepaalde stappen in vergeving herkennen, zoals die geschetst werden gedurende de activiteit. Als geheugensteuntje kan de moderator deze stappen nog eens op het bord brengen of verwijzen naar het blad, bijlage 2.
Allereerst kijkt de vader naar de wonde. Hij merkt dat zijn oudste zoon gekwetst is door de terugkomst van de jongste en de houding van hem. Hij gaat naar buiten (vers 28). Hij had ook kunnen binnenblijven, en doen alsof er niets aan de hand was. Wellicht had hij dat het liefst gedaan. Maar hij erkent dat er een kwetsuur is, en nodigt zijn oudste zoon uit om zijn pijn te delen (vers 28). Hij helpt zijn oudste zoon om zijn wonde in het juiste perspectief te zien (vers 31). Deze zoon heeft immers de neiging te veralgemenen, vanuit zijn gekwetst-zijn (‘ik krijg nooit een bokje…’). Zijn vader herinnert hem eraan dat alles het zijne is, enkel op dit ene moment, bij de terugkeer van de jongste zoon, wordt die gevierd, krijgt die een ereplaatsje.
De vader verzorgt de wonde. Hij laat de woede van zijn oudste stromen. Hij berispt hem niet om het giftige ‘die zoon van u is thuisgekomen’. Wel verbetert hij het laconiek door te herhalen ‘die broer van je is levend geworden’ (vers32). Er is geen verwijdering tussen vader en zoon. Hij neemt hem zijn jaloerse reactie duidelijk niet kwalijk. ‘We moeten feestvieren’, zegt hij.
Tenslotte richt hij de aandacht van de oudste zoon op zijn onfortuinlijke broer. Hij hoopt dat hij begrip kan losweken bij de oudste zoon door te schetsen hoe slecht zijn jongste broer er wel aan toe was. Hij was verloren, hij was zelfs dood!
Misschien komt de opmerking dat de vader blijkbaar geen onderscheid maakt tussen daad en dader. Dan kan de vormingswerker opperen dat de vader misschien wel vond dat zijn jongste zoon genoeg was gestraft door zijn armoede. Ook staat de vader niet toe dat de ‘daad’ zich herhaalt. In het begin van de parabel gedraagt de jongste zoon zich niet als zoon, hij voelt zich te ‘hoog’ om gehoorzaam onder zijn vader te werken zoals zijn oudere broer. Op het einde voelt hij zich te ‘laag’ om zoon te zijn. Maar deze keer staat de vader dat niet toe. De daad mag zich niet, op een andere manier, herhalen! Door hem in het middelpunt van een feest te stellen, maakt hij de jongste zoon heel duidelijk waar zijn plaats is!
Of het wonder van vergeving zich ook voltrekt bij de oudste zoon, blijft een vraagteken. Maar in elk geval is het puin geruimd. We kunnen alleen maar hopen dat ook de oudste zoon binnenkort mee kan feest vieren.
Dit is een parabel, een verhaal, maar misschien heeft iedereen dit wonder van genezing, van vergeving al meegemaakt. Je hebt iets heel lang aan je partner verweten, maar opeens is het niet meer belangrijk. Je hebt het werkelijk kunnen vergeven. Je hebt een vriendschap verbroken na een zware ruzie. Maar je kiest ervoor om geen wrok op te stapelen, je wilt begrijpen waarom deze vriendin je vertrouwen heeft geschonden. Op een dag, misschien jaren later, zie je haar terug. Eén blik en je beseft dat alles is vergeven.
Wie die ervaring heeft meegemaakt, weet ook dat we die niet zelf kunnen maken. We krijgen ze. Net zoals we liefde niet kunnen maken, maar krijgen.
De kracht van vergeving is dan ook een kracht die uit die Bron van liefde komt. Mensen kunnen een beetje spiegel, beeld van God zijn. Ze kunnen een beetje als de vader uit de parabel zijn. Ook zij kunnen ontdekken dat ze van iemand kunnen blijven houden, ondanks alles.
Stap 2
We blijven even stilstaan bij deze vergeving ‘als genade’, als een geschenk dat we krijgen aan de hand van een paar vraagjes en opdrachten op het blad in bijlage 7b. Deze kunnen ook thuis verwerkt worden. In dit stadium van de weg van vergeving zijn we zelf heel ‘passief’ geworden. Het enige wat we zelf nog kunnen doen, is onze ontvankelijkheid vergroten door ons te ‘oefenen’ in ontvangen. ‘Kunnen geven’ is immers een kunst, maar ‘kunnen ontvangen’ ook!
PLENUM
Duurtijd: 10 tot 15 minuten
Bij het overwegen en bespreken van de vraagjes, of bij het beluisteren van de stukjes inleiding, zijn er misschien vragen opgedoken. Of dingen waar je het niet mee eens bent.
We kunnen de vorming afronden door hier nog een tiental minuutjes over in gesprek te gaan. Zijn er vragen of opmerkingen?
Indien hier geen reactie op komt, kan de vormingswerker vragen om de visie op vergeven voor de vorming en na de vorming naast elkaar te leggen. Zijn er dingen die men nu anders ziet? Of de vormingswerker kan terugkoppelen naar de verwachtingen aan het begin van de vormingsactiviteit. Zijn die ingevuld?
SLOT
Bedank iedereen voor de aandacht en de medewerking.
Spreekt de hoop uit dat de geboden inzichten zinvol zijn voor ieders dagelijks leven en verwijs naar de boeken van Monbourquette en Lytta Basset voor wie hier meer over wil lezen.
Verwijs naar de ‘Groeigroepen in vergeving’, die georganiseerd worden door IDGP (Interdiocesane Dienst voor Gezinspastoraal) – Maria Theresia College - Sint-Michielsstraat 6 – 3000 Leuven.
Meer info vind je op de www.gezinspastoraal.be
Sluit eventueel af door het voorlezen van een tekst in bijlage 8.
BIJLAGE 1
‘Men vergeeft zoveel als men bemint’
Honoré de Balzac
EEN WONDE VERZORGEN
1
2
3
4
HOE REAGEER IK ALS IK INNERLIJK WORD GEKWETST?
- Ik word woedend en heb een hele reeks verwijten klaar voor mijn ‘aanvaller’ (een zorgvuldig bijgehouden lijst van eerdere ‘misgrijpen’).
- Ik laat niet merken dat ik gekwetst ben, maar wacht stilletjes op mijn kans om het hem/haar met gelijke munt betaald te zetten. Of ik fantaseer over mogelijkheden om te vluchten: uit de relatie te stappen, van werk te veranderen, …
- Ik laat niet merken dat ik gekwetst ben, en vertel mezelf dat ik het allemaal wel begrijp. Hij/zij heeft het immers zo moeilijk op het werk/op school/ met zijn verleden… Een mens moet de dingen kunnen bedekken met de mantel der liefde.
- Deze aanval van hem/haar bevestigt nog maar eens dat ik de betere ben van de twee. Niet alleen zou ik nooit me laten verleiden tot een dergelijke lage zet, bovendien weet ik dat ik (als christen) moet vergeven, en dat doe ik dan ook.
- Ik ontken voor mezelf dat ik gekwetst ben. Ik kan wel tegen een stootje, mij krijgen ze niet rap klein.
- Ik kan misschien wel vergeven, maar vergeten, dat nooit!
- Ik laat merken dat ik gekwetst ben. Ik huil en laat me helemaal gaan tot de ander met spijtbetuigingen komt aanzetten.
- Ik ontken dat ik gekwetst ben, maar zet het de ander wel betaald door bijvoorbeeld ‘beeld maar geen klank’ te geven of heel onopvallend de sfeer van de hele dag te verpesten.
Naar het word-document van bijlage 1
BIJLAGE 2.
DE WEG VAN VERGEVING
I. Kijken naar de wonde
Stap 1: Erkennen dat je gekwetst bent
↔ Negeren dat je gekwetst bent
- door minimalisatie (‘het is zo erg niet’)
- door ontkenning (‘nee, ik voel me helemaal niet gekwetst’)
- door de dader te verontschuldigen (‘ach, ik begrijp het wel, hij kan er ook niet aan doen, hij heeft zo’n slechte jeugd gehad, …)
- door de schuld op onszelf te nemen (‘eigenlijk heb ik het uitgelokt, ik begrijp die reactie wel’)
↔ Je wentelen in je gekwetst-zijn
Stap 2: Je gekwetstheid met iemand delen
- Gedeelde smart is halve smart!
- Kies een wijs en mild iemand.
- Vertel je verhaal met respect voor de feiten, voor jezelf.
Stap 3: De aard en omvang van je verlies definiëren
= De wonde nuchter bekijken: wat is er precies geraakt?
II. De wonde verzorgen
Stap 1: Woede toelaten
↔ Onderdrukken van woede
- richt zich op onschuldige wezens
- ongecontroleerde woede-uitbarstingen
- kwaadheid op jezelf (depressie!)
- negatieve houding
- gezondheidsklachten
Voordelen van woede
- kan relatie verbeteren
- geeft zelfkennis, toont wat echt belangrijk is voor ons
- geeft energie
Omgaan met woede
- woede begroeten als een vriend
- woede bevragen en beluisteren
- woede bedanken voor de geboden inzichten
- iets ondernemen om de situatie in positieve zin om te buigen
Stap 2: Jezelf vergeven
↔ Identificatie met de agressor: jezelf verwijten maken, jezelf beschuldigen
Tegengif = jezelf vergeven
- luidop zeggen: God vergeeft me en ik vergeef mezelf
- dit herhalen zo vaak nodig is
- het vieren door een daad van liefde
- opgelet: jezelf vergeven voor wat je (niet) deed, niet voor wie je bent!
- genezende zalf op de wonde
III. Je richten naar de persoon die je gekwetst heeft
↔ wraak nemen op een actieve of passieve manier
↔ het onrecht zo laten uit ‘begrip’ voor de dader
= onderscheid maken tussen ‘daad’ en ‘dader’
- reageren op ‘daad’
- ‘dader’ zien als iemand die ook op zoek is naar liefde en waardering
IV Genezing
- een kwetsuur kan zinvol zijn
- openstaan voor liefde, vergeving geeft ons de kracht zelf te vergeven
- vergeving: een liefdesgeschenk dat je krijgt, en doorgeeft
Naar het word-document van bijlage 2
BIJLAGE 3A
‘Gij zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.’
Evangelie naar Johannes
I. Kijken naar de wonde
Persoonlijke reflectie en uitnodiging tot gesprek
Kies een voorbeeld of persoonlijke reflectie uit je dagelijks leven, niet iets dat je leven overhoop heeft gehaald, maar wel iets dat je geraakt heeft. Iets dat je wilt vergeven.
Een paar voorbeelden: je partner die jou steeds in de rede valt als je in gesprek bent met vrienden, je kind dat zijn gerief maar laat rondslingeren zonder respect voor jouw werk, jouw baas die nooit eens een waarderend woordje kan uitspreken, een collega die er een bijzonder talent voor heeft om jouw pluimen op zijn hoed te steken, een vriendin die jouw geheim doorvertelde,…
Iemand leest de onderstaande vragen voor. Iedereen is vrij om te antwoorden, of vrij om te zwijgen. We bieden elkaar een luisterend oor aan, en onze discretie.
1. Hoe reageer ik op deze kwetsuur? Herken ik één van de volgende reacties?
- Het is zo erg niet. (minimalisatie)
- Nee, ik ben niet gekwetst. (ontkenning)
- Ik begrijp het wel. (de dader verontschuldigen)
- Eigenlijk heb ik het uitgelokt. (liever ‘schuldig’ dan ‘beschaamd’)
- Ze hebben het altijd op mij voorzien. (slachtofferrol)
Hoe voel ik me bij deze reactie? Wat zijn de gevolgen hiervan voor mij in mijn leven?
2. Heb ik hier al met iemand over gesproken?
Heb ik een vertrouwenspersoon aan wie ik het kan zeggen als ik gekwetst ben?
- Zo niet, wat belet me om zo iemand te zoeken?
- Zo ja, doen deze gesprekken me deugd? Helpen ze me een oplossing te vinden voor de situatie?
3. Waarin ben ik precies geraakt?
Mijn zelfrespect – mijn reputatie – mijn zelfvertrouwen – mijn geloof in andere mensen – een van mijn idealen namelijk … - mijn fysiek welzijn – mijn gezondheid – mijn schoonheid – mijn verwachtingen t.o.v. het gezag – mijn bewondering voor iemand,…
Als ik de wonde precies afbaken, blijkt ze groter of kleiner te zijn dan ik dacht?
BIJLAGE 3B
‘Gij zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.’
Evangelie naar Johannes
I. Kijken naar de wonde
Persoonlijke reflectie en uitnodiging tot gesprek aan de hand van een verhaal
Roger leidt al vele jaren de bestuursraad van de lokale wielervereniging. Op een bepaald moment komt ondernemer Walter bij de bestuursraad. Hij komt met broodnodige sponsoring op de proppen, maar vindt ook dat hij hierdoor recht heeft op het voorzitterschap van de bestuursraad. Eigenlijk is alles al in kannen en kruiken wanneer Roger te horen krijgt dat hij bedankt wordt voor vele jaren trouwe inzet. Iedereen verwacht een woedende uitval, maar Roger reageert verrassend kalm.
‘Ik begrijp het wel’, zegt hij, ‘die middelen waren een noodzaak voor onze bond, en je kunt niet verwachten dat Walter zoveel erin pompt zonder dat hij hoofdzeggenschap wil over het beleid van de Club. Ach, zoveel betekende het ook niet voor mij, hoor. Ik heb al zwaardere klappen gekregen.’
Waarom reageert Roger op deze manier?
Is hij volgens jou eerlijk met zichzelf?
Wat zijn de mogelijke gevolgen voor Roger?
EEN STELLING
Het heeft geen zin om bij een ander aan te kloppen met je gekwetst zijn. Uiteindelijk moet je het toch zelf verwerken.
Ben je het eens met deze stelling? Waarom wel (niet)?
EEN SITUATIE
Stel je voor dat een goede vriendin een geheim van je doorvertelt.
Waarin ben je geraakt, en waarin niet? Kies mogelijks uit onderstaande voorbeelden.
Mijn zelfrespect – mijn reputatie – mijn zelfvertrouwen – mijn geloof in andere mensen – één van mijn idealen namelijk … - mijn fysiek welzijn – mijn gezondheid – mijn schoonheid – mijn verwachtingen t.o.v. het gezag – mijn bewondering voor iemand…
Naar het word-document van bijlage 3
BIJLAGE 4
‘Wie zijn ziel haat, kan zichzelf niet vergeven
dat hij bestaat of dat hij is wie hij is.’
Bernanos
II De wonde verzorgen
Persoonlijke reflectie en mogelijkheid tot gesprek
1. Hoe reageer ik spontaan als er woede in mij opkomt?
2. Welke positieve kanten ontdek ik in die woede?
3. Wat zijn volgens mij de nadelen van mijn woede onderdrukken?
4.* Wat gebeurt er in mezelf als iemand mij aanvalt door opmerkingen te geven zoals ‘Je werkt op mijn zenuwen’, ‘Verdwijn uit mijn buurt!’, ‘Doe niet zo vervelend!’
Ben ik geneigd om dan ook mezelf te beschuldigen?
Hoe voel ik mij daarbij? Welke prijs moet ik betalen voor een gemis aan zelfachting? Welke pijn (fysiek, emotioneel) voel ik vanuit dit gemis?
5.* Elke mens heeft de neiging zichzelf te beschuldigen als hij gekwetst wordt. Dit beschuldigende deel is altijd aanwezig in ons. Het stuurt mij voortdurend boodschappen zoals ‘ik moet ervoor zorgen dat het huis proper ligt’ , ‘het is nodig dat ik steeds vol begrip en geduldig ben’, ‘ik zou het werk van mijn zieke collega erbij moeten kunnen nemen…’
Welke ‘ik moet’ boodschappen zeg ik, in deze periode van mijn leven, vaak tegen mezelf?
Ik moet .....................................................................................................
Hoe voel ik mij daarbij? Wat doen ze in mijn lichaam?
Zijn deze ‘krampachtige’ verplichtingen die ik mezelf opleg een oorzaak van ‘stress’ voor mij?
Eens je lijst met innerlijke verplichtingen af is, probeer je tegenover elke verplichting ‘Ik kies om…’ of ‘Ik ben vrij om…’ te plaatsen. Kom even tot rust en neem de tijd om te ervaren welke vrijheid deze nieuwe manier van denken met zich kan meebrengen.
Dit is een heel praktische manier om jezelf te ‘vergeven’ dat je niet perfect bent, en niet alles op je rug kunt laden.
Ik ben vrij om ........................................................................................
Ik kies om ............................................................................................
Naar het word-document van bijlage 4
BIJLAGE 5
Vergeven is: zeggen ‘ik zie je nog steeds graag’
III. Je richten naar de persoon die je gekwetst heeft
GESPREK
1. ‘Hilde, een moeder van drie kinderen heeft er een hele klus aan om het huis proper te houden. Nochtans zijn haar kinderen al tieners, maar het is nu éénmaal gemakkelijker om Pokemon kaarten, gsm, en sokken te laten slingeren, dan ze op te ruimen.’
Wat is er hier fout gegaan? Hoe zou je dat anders kunnen aanpakken?
Hilde zaagt. En zaagt. En zaagt. Het haalt allemaal niets uit. Ze voelt zich misbruikt, een waardeloze huissloor. Ze heeft zelfs de indruk dat haar kinderen haar uitlachen en haar in het geheel niet respecteren. Ze voelt zich kwaad op hen en triestig. Ze is kwaad op zichzelf dat ze zo over zich laat lopen. Als de dochter vraagt of haar vriendin mag blijven slapen, zegt ze dat ze al genoeg werk heeft om hun rommel op te ruimen. De dochter reageert boos en teleurgesteld. Hilde beleeft een grimmig plezier aan de teleurstelling van haar dochter. Ze voelt zich daar wat schuldig over. Moet een moeder niet houden van haar kinderen?
2. Lees vervolgens het tweede scenario.
Hilde kijkt naar de rommel. Ze beseft dat het hier om meer gaat dan om een praktisch probleem. Deze houding van haar huisgenoten kwetst haar in haar zelfrespect. Haar taak als huisvrouw wordt niet gerespecteerd door de andere huisgenoten. ‘s Avonds zegt Hilde dat het zo niet verder kan. Het huis moet er niet elke dag piekfijn bijliggen, maar vrijdag is haar poetsdag, en ze wil dan ook dat op donderdagavond iedereen zijn spullen opruimt. Wat niet opgeruimd is, verdwijnt in een grote kartonnen doos, en moet terug verdiend worden met extra klussen. Er wordt nauwelijks naar geluisterd, maar wanneer vrijdagavond heel wat spullen ‘verdwenen’ blijken te zijn, is het protest groot. Nu zijn het de huisgenoten die ‘zagen’ en Hilde blijft kalm. Ze houdt voet bij stuk. Na een paar maanden is het een goede gewoonte geworden om de spullen op te ruimen.
Lijkt dit je haalbaar?
Hilde maakt hier een onderscheid tussen ‘daad’ en ‘dader’, wentelt zich niet in de slachtofferrol en pakt de daad aan.
3*. Kun je in de situatie die je zelf aangaf (in bijlage 3) een onderscheid maken tussen ‘daad’ en ‘dader’? Hoe kun je reageren op de ‘daad’? Wat zal die reactie betekenen in je relatie met de ‘dader’?
Naar het word-document van bijlage 5
BIJLAGE 6
Alleen wie zelf ervaren heeft wat vergiffenis krijgen betekent,
kan echt vergeven.’
Georges Soares-Prabhu
IV. Genezing
Fragment uit ‘De schuilplaats’ , het waargebeurde verhaal van Corrie ten Boom, opgetekend door John en Elizabeth Sherill
Wat voorafging: De familie Ten Boom, eenvoudige en gelovige mensen, zetten zich in om in de Tweede Wereldoorlog hun joodse medeburgers te helpen. Ze worden verraden en komen in de gevangenis en een concentratiekamp terecht. Hier ervaren zij meer dan ooit de kracht van Gods liefde. Corrie is de enige die het kamp overleeft. Ze besluit haar verdere leven in dienst te stellen van de verkondiging van deze liefde. Op het einde van één van de bijeenkomsten waarin ze praat over liefde en vergeving komt er echter een man op haar af. …
“Tijdens een bijeenkomst in een kerk in München zag ik hem, de vroegere S.S.’er, die op wacht had gestaan bij de deur van de doucheruimte in Ravensbrück. Hij was de eerste bewaker die ik weerzag. En plotseling zag ik het allemaal weer: de groep spottende mannen, de stapels kleren, het pijnlijk vertrokken gezicht van Betsie.
Terwijl de kerk leeg stroomde, kwam hij stralend en buigend naar mij toe. ‘Ik ben u dankbaar voor uw boodschap, fräulein’, zei hij, ‘te bedenken dat Hij, zoals u zegt, al mijn zonden heeft weggedaan.’
Hij stak zijn hand uit. En ik die zo dikwijls tot de mensen gepreekt had dat we moesten vergeven, hield mijn hand terug.
Terwijl er boze, wraakzuchtige gedachten in mij woelden, besefte ik tegelijkertijd dat dit zonde was. Jezus Christus was ook voor deze man gestorven, moest ik nog meer eisen?
‘Heer Jezus’, bad ik, ‘vergeef mij en help mij om hem te vergeven.’
Ik probeerde te glimlachen, ik wilde hem een hand geven.
Maar ik kon niet. Ik voelde niets – niet het kleinste vonkje van liefde of warmte. En daarom bad ik weer in stilte.
‘Jezus, ik kan hem niet vergeven. Geef mij uw vergevingsgezindheid.’
Toen ik zijn hand greep, gebeurde er iets ongelofelijks. Het was alsof ik Gods liefde door mijn arm voelde stromen.
En zo ontdekte ik dat de genezing van de wereld niet afhangt van onze vergevingsgezindheid of onze goedheid, maar van de Heer. Als Hij ons zegt dat wij onze vijanden moeten liefhebben, geeft hij ons met dit gebod, ook de liefde zelf.
Persoonlijke reflectie en mogelijkheid tot gesprek
1. Wat roept dit verhaal bij je op? Vind je het waarschijnlijk, onwaarschijnlijk? Lijkt het je iets voor ‘heel speciale mensen’ met ‘speciale ervaringen’ of denk je dat deze ervaring van ‘vergeving krijgen en dus kunnen doorgeven’ voor iedereen is weggelegd?
2. Stelling: ‘Als ons echt iets heel ergs wordt aangedaan, kun je niet verwachten dat we dit vergeven. We zijn ook maar mensen.’
Ben je met deze stelling eens/oneens? Waarom (niet)?
3*. Doe volgende oefening ’s avonds.
Overloop de dag. Maak een lijst op van alle goede dingen die je ontvangen hebt: een vriendelijke groet, een complimentje, de kwispelstaart van je hond, een zoen van je partner, een telefoontje van een vriendin, de warmte van de zon…
Misschien kun je deze ‘geschenken’ opschrijven.
Heb je overdag de tijd genomen om blij te zijn met wat je kreeg? Nee? Doe dat dan nu.
Als je dit regelmatig herhaalt, zul je ontvankelijker worden voor goede dingen, en zelf gemakkelijker goede dingen, zoals vergeving, kunnen doorgeven.
4*. Volgende oefening kan je ’s morgens doen.
Begin elke dag met een ‘litanie van liefde’.
Neem een ontspannen houding aan en zeg nu de litanie op van alle mensen, dieren en misschien zelfs planten en dingen die jou goed doen.
Bijvoorbeeld: mijn man houdt van mij, mijn (klein)kinderen houden van mij, de hond houdt van mij, de wind houdt van mij, een vriendin houdt van mij, de wind houdt van mij, de zon houdt van mij, God houdt van mij …
Som gewoon alles op wat je deugd doet zonder je erom te bekommeren of dit wel overeenkomt met wat jij verstaat onder ‘houden van’. Het belangrijkste is dat je beseft met hoeveel vormen van liefde je omringd bent.
In het begin kan het wat kunstmatig lijken. Probeer het toch een tijdje vol te houden.
Merk je in de loop van de week een verandering in je reactie op mensen en hun onhebbelijkheden?
Naar het word-document van bijlage 6
BIJLAGE 7A
VERHAAL VAN DE VERLOREN ZOON
Iemand had twee zonen. De jongste zei tegen zijn vader: ‘Vader, geef mij mijn deel van de erfenis.’ En hij verdeelde zijn vermogen onder hen.
Niet lang daarna vertrok de jongste zoon met al zijn bezit naar een ver land, waar hij het verkwistte in een losbandig leven. Toen hij alles had opgemaakt, kwam er een zware hongersnood over dat land en ook hij begon gebrek te lijden. Hij zwierf rond tot hij in dienst trad bij een van de bewoners van dat land; die stuurde hem het veld in om varkens te hoeden. Graag had hij zijn honger gestild met het voer dat de varkens aten, maar niemand gaf hem wat.
Toen kwam hij tot zichzelf en zei: ‘Zoveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed en ik verga hier van de honger! Ik ga terug naar mijn vader. Ik zal hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u. Ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten, behandel me als een van uw dagloners.’
En hij ging terug naar zijn vader. Toen hij nog ver van huis was, zag zijn vader hem al en werd ontroerd. Snel liep hij op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem.
‘Vader’, zei de zoon tegen hem, ‘ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten.’
Maar de vader zei tegen zijn slaven: ‘Haal vlug de mooiste kleren en trek ze hem aan, doe een ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten. Haal het gemeste kalf en slacht het, laten we eten en feestvieren, want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden.’ En het feest begon.
Maar zijn oudste zoon was nog op het land. Toen hij naar huis kwam, hoorde hij muziek en dans. Hij riep een van de knechten en vroeg wat er te doen was. Die antwoordde: ‘Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond en wel terug heeft.’
Toen werd hij kwaad en hij wilde niet binnenkomen. Daarop kwam zijn vader naar buiten en probeerde hem tot andere gedachten te brengen. Maar hij gaf zijn vader ten antwoord: ‘Ik dien u nu al zoveel jaren en nooit heb ik een gebod van u overtreden, maar mij hebt u nog nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen, die uw vermogen met hoeren heeft verbrast, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.’
Maar hij zei: ‘Jongen, jij bent altijd bij mij en alles wat ik heb, is van jou. Maar nu moeten we feestvieren en blij zijn, want die broer van je was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden.’
(naar Lc ,11-32)
BIJLAGE 7B
‘Alleen wie zelf ervaren heeft wat vergiffenis krijgen betekent,
kan echt vergeven’
Georges Soares-Prabhu
Een vader had twee zonen...
1. Kijken naar de wonde
- hij erkent de kwetsuur
- hij laat hem zijn gekwetstheid delen
- hij definieert de aard en omvang van de wonde
2. De wonde verzorgen
- de oudste zoon mag zijn woede uiten
- de vader vergeeft hem, neemt het hem niet kwalijk
3. Je richten naar de persoon die je gekwetst heeft
4. Het wonder van genezing?
GESPREK
1. Vertrek opnieuw van de kwetsuur die je voor ogen had.
Wat heeft dit ‘gekwetst worden’ jou geleerd? Welke grenzen of zwakke plekken heb je bij jezelf ontdekt? Welke nieuwe levenskracht heb je bij jezelf ontdekt?
2. Lees het verhaal van Alice en Allen. Wat roept dit verhaal bij je op?
3. Doe volgende oefening ’s avonds. Bekijk deze dag van het begin. Maak een lijst op van alle goede dingen die je ontvangen hebt: een vriendelijke groet, een complimentje, de kwispelstaart van je hond, een zoen van je partner, een telefoontje van een vriendin, de warmte van de zon,… Misschien kun je deze ‘geschenken’ opschrijven. Heb je overdag de tijd genomen om blij te zijn met wat je kreeg? Nee? Doe dat dan nu. Als je dit regelmatig herhaalt, zul je ontvankelijker worden voor goede dingen, en zelf gemakkelijker goede dingen, zoals vergeving, kunnen doorgeven.
4. Begin elke dag met een ‘litanie van liefde’. Neem een ontspannen houding aan en zeg nu de litanie op van alle mensen, dieren en misschien zelfs planten en dingen die jou goed doen. Bijvoorbeeld: mijn man houdt van mij, mijn (klein)kinderen houden van mij, de hond houdt van mij, de wind houdt van mij, een vriendin houdt van mij, de wind houdt van mij, de zon houdt van mij, God houdt van mij, …
Som gewoon alles op wat je deugd doet zonder je erom te bekommeren of dit wel overeenkomt met wat jij verstaat onder ‘houden van’. Het belangrijkste is dat je beseft met hoeveel vormen van liefde je omringd bent.
In het begin kan het wat kunstmatig lijken. Probeer het toch een tijdje vol te houden. Merk je in de loop van de week een verandering in je reactie op mensen en hun onhebbelijkheden?
Naar het word-document van bijlage 7
BIJLAGE 8. TEKSTEN
DRIE BOMEN
Gisteren was ik in het bos,
op zoek naar drie bomen,
drie bomen die ik gekend had.
Drie bomen die alle drie een tak hadden verloren.
Drie bomen die daar alle drie op een andere manier mee waren omgegaan.
Vandaag heb ik ze gevonden.
De eerste boom was blijven treuren om zijn verlies.
Ieder voorjaar, als de zon hem uitnodigde te groeien, zei hij angstig:
‘Dat kan ik niet want ik mis een tak.’
De tweede boom was geschrokken van de pijn
En had maar snel besloten het verlies te vergeten.
De derde boom was ook geschrokken van de pijn.
Hij had gerouwd om het verlies.
En het eerste voorjaar dat de zon hem uitnodigde te groeien,
had hij gezegd:
‘Dit jaar niet.’
Maar de zon kwam het jaar daarop terug.
Nu zei de boom:
‘Ja zon, verwarm mij
opdat ik mijn wonde kan verwarmen.
Ziet u, mijn wonde heeft warmte nodig,
opdat hij weet dat hij erbij hoort.’
En het derde jaar dat de zon terugkwam,
sprak de boom:
‘Ja zon, laat mij groeien,
want er is nog zoveel te groeien.’
Na wat zoeken vond ik de drie bomen, of eigenlijk twee.
De eerste boom was klein gebleven.
De plaats van de wond was duidelijk te zien,
Het was het hoogste punt van de boom.
De tweede boom was geen boom meer.
Een voorjaarsstorm had hem doen omwaaien.
De plek van de wond moest ik zoeken.
Achter een heleboel bladeren vond ik hem.
De derde boom was het moeilijkst te vinden
Want ik had niet verwacht
Dat hij groot en sterk was geworden.
Maar gelukkig kon ik hem herkennen
Aan de dichtgegroeide wond
Die vol trots in het zonlicht stond.
Evert Landwaard
Zolang wonden niet zijn genezen,
beschikken wij niet over de mildheid
die voor vergeving noodzakelijk is.
Bijna iedereen die door zichzelf
of anderen gekwetst is, moet leren
de kwaadheid van zijn eigen hart te ontgroeien.
Eugeen Drewermann
Velen zeggen hoe we zouden moeten zijn.
Andere eisen hoe we zullen zijn.
Sommigen vragen dat we zo zouden zijn.
Enkelen hopen dat we beter zullen zijn.
Weinigen begrijpen waarom we zo zijn.
Een paar mensen zijn blij omdat wij er zijn.
Iemand is er, God,
Hij aanvaardt ons zoals we zijn.
Frans Weerts
MILD WORDEN
Mild worden is de rijpste groei van de mens.
Het is zacht worden in je woorden
in de klank van je stem en in heel je zijn.
De blik uit je ogen wordt een warm aanvoelen
omdat je in de mensen om je heen jezelf herkent.
Het heeft niets te maken met zwakheid,
het zit veel dieper.
Het is de kracht die je doet ontwaken en doet leven.
Mensen die mild worden, beseffen wie ze zijn.
Je oordeelt niet meer over anderen.
Je bent niet langer hard.
Je wilt niet overal gelden ten koste van je medemensen.
Je luistert omdat elke andere een voortdurend wonder is.
Je geniet van regen en van heel kleine dingen.
Dikwijls zie je deze mildheid bij mensen die veel geleden hebben.
Ze horen en zien alles anders.
Wie mild wordt, heeft zichzelf overwonnen.
Een dankbare zucht van bevrijding
welt uit je op: je houdt van de mensen
omdat je geleerd hebt van jezelf te houden.
Niet zoals je zou willen zijn,
maar gewoon zoals je bent.
Karel Staes
EEN WAAR GEBEURD VERHAAL VAN GODDELIJKE VERGEVING…
Alice was dertig jaar getrouwd met Allen. Ze hadden een goed huwelijk, dat dacht Alice althans. Het enige verdriet van Alice was dat het kinderloos was gebleven. Dit maakte het des te lastiger dat Allen lange periodes weg was voor zijn werk naar het nabije Oosten. Op een dag kreeg ze een brief die haar hele wereld omver haalde.
Allen schreef dat hij van haar wilde scheiden. Dat hij een relatie had met een Chinees meisje van amper 19 jaar. Nu was dat meisje zwanger geraakt, en hij wilde met haar trouwen. Hij zei dat hij ook van Alice hield en vroeg haar om begrip en vergiffenis.
Golven van verdriet en woede sloegen over Alice heen. Ze voelde zich verraden tot in het diepste van haar ziel. Ze maakte zichzelf verwijten hoe ze zo blind had kunnen zijn. Er brak een zware periode voor haar aan.
Als mechanisch regelde ze alles wat nodig was voor de echtscheiding.
De jaren gingen voorbij. Heel geleidelijk kwam er ruimte voor andere gedachten. Dat Allen toch niet voor de gemakkelijkste oplossing had gekozen. Hoeveel zakenmannen zouden niet zo’n meisje zwanger maken, en er niet meer naar omkijken? Zij zou het nooit geweten hebben, wat hij daar uitspookte. Allen had ten minste ook financieel zijn verantwoordelijkheid voor haar genomen. Ondertussen was Alice gaan werken, maar alleen omdat ze niet hele dagen alleen wilde zitten tussen vier muren. En ze was erin geslaagd om haar leven weer wat op te bouwen, en zelfs te genieten van haar werk en de contacten met collega’s.
Toen kwam er opnieuw een brief uit China. Een brief vol pijn en schuldgevoelens. Allen had kanker en was stervende. Opnieuw vroeg hij om vergiffenis. Al die jaren had hij zich schuldig gevoeld tegenover Alice, al hadden zijn Chinese vrouw en dochter hem ook veel vreugde gebracht. Maar nu stond hij voor een afgrond. Hij zou sterven – en hij wist niet wat er met zijn nieuwe vrouw en kind moest gebeuren.
Opeens was er die stem. ‘Neem jij ze op.’ Eerst dacht Alice dat ze gek geworden was. Maar de gedachte liet haar niet los. Ze bad erover, ze piekerde erover. Zou dat werkelijk mogelijk zijn? Was dat niet teveel gevraagd van een mens?
Na lang wikken en wegen schreef ze de brief. ‘Dat het meisje en haar dochtertje bij haar mochten wonen’. Van zodra ze de brief op de post had gedaan, had ze geen minuut rust meer. Ze vreesde dat ze aan iets begonnen was, dat ze niet aankon.
Toen kwam de dag dat ze de vrouw die haar man had afgenomen van de luchthaven moest halen. Verscheurd door vele gevoelens, wachtte Alice haar op. Het was een tenger meisje, dat zo angstig keek dat ze elk moment leek te zullen bezwijken. En aan haar hand een kleutertje met Chinese ogen, maar de glimlach van Allen.
En opeens voelde Alice een onbeschrijfelijke golf van warmte en liefde door haar heen stromen. Zonder dat ze er enige moeite voor moest doen, omhelsde ze de jonge vrouw en het kind en begeleidde hen naar de auto.
Jarenlang vormden deze drie vrouwen een vreemd, maar gelukkig gezin. Alice was nooit meer alleen.
Naar het word-document van bijlage 8



